Bereid je voor op nieuwe eisen Gasketelwet voor meetapparatuur

Iedereen die zich bezighoudt met het installeren, repareren, onderhouden én het in bedrijf stellen van cv-ketels, geisers of gashaarden dient bij de officiële invoering van de Gasketelwet CO-gecertificeerd te zijn. De eisen die deze Gasketelwet stelt aan de meetinstrumenten bij deze werkzaamheden worden steeds duidelijker.

In 2005 is de EN 50379 aangenomen. Deze norm omschrijft waar meetinstrumenten aan moeten voldoen voor metingen aan verbrandingstoestellen. De toegestane meettechnieken en vereiste nauwkeurigheden van de instrumenten worden in dit document exact gespecificeerd. Na een overgangsperiode van twee jaar werden in 2007 alle nationale richtlijnen ingetrokken en dienen alle landen in Europa de EN 50379 te hanteren.

Drie delen EN 50379

De norm onderverdeeld in drie delen:

  • EN 50379-1 Algemene eisen en testmethoden
  • EN 50379-2 Eisen gesteld aan instrumenten voor verplichte metingen
  • EN 50379-3 Eisen gesteld aan instrumenten voor niet verplichte metingen

Het tweede deel van de norm (EN 50379-2) stelt de hoogste eisen, maar is uitsluitend van toepassing bij verplichte metingen. Momenteel behoren alleen metingen bij inspectie en onderhoud van verbrandingsinstallaties > 100 kW volgens SCIOS scope 1 t/m 7 tot deze categorie.

Het lijkt er echter op dat de metingen bij werkzaamheden volgens de Gasketelwet ook tot de verplichte metingen gaan worden gerekend. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de outillagelijst met de verwijzing naar de EN 50379 deel 2 is ingediend door de certificerende instanties. Deze is nog niet officieel goedgekeurd in Den Haag.

Voldoet de meetapparatuur?

Een gebruiker van een meetinstrument is geneigd de waarden op het display te vertrouwen tot het laatste cijfer achter de komma. Maar hoe nauwkeurig is het instrument eigenlijk? Maakt het gebruik van de juiste meettechnieken? Is het meetbereik toereikend en reageert het snel genoeg? Er zijn verschillende manieren om antwoord te krijgen op deze vragen.

Bewering van de fabrikant

In veel gevallen geeft de fabrikant of leverancier aan of een instrument aan bepaalde normen voldoet. Wees hierbij wel scherp op de formulering van deze bewering. Een vermelding dat een instrument voldoet aan EN 50379 betekent niet automatisch dat het deel 2 van deze norm betreft.

Zelfs indien de juiste norm wordt vermeld, is het belangrijk om te controleren of die norm voor alle, of slechts een deel van de metingen geldt. Als voorbeeld nemen we een rookgasmeter. Dit instrument dient bij gebruik bij huishoudelijke cv-installaties aan de specificaties uit de EN50379-2 te voldoen voor meting van temperatuur, zuurstof (O2) én koolmonoxide (CO). Indien het instrument slechts voor één of twee van deze waarden aan de norm voldoet, mag het niet worden toegepast.

Certificering

Als een meetinstrument is gecertificeerd volgens een norm door een onafhankelijke keuringsinstantie, zoals de TÜV, bestaat er geen twijfel. Met een kopie van een dergelijk certificaat kan je gemakkelijk aantonen dat jouw instrument volledig voldoet aan de norm bij een controle of audit.

Zelf controleren

De laatste en meest ingewikkelde manier is om zelf een vergelijking te maken tussen de specificaties in de handleiding van het instrument en die in de norm. Een tabel met de voorgeschreven specificaties staat hier. Hier staan ook enkele rekenvoorbeelden.

Koolmonoxide in de rookgassen

De Gasketelwet is ontstaan door het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar de gevaren van koolmonoxide bij cv-ketels. Uiteraard speelt het meten van de concentratie koolmonoxide in de rookgassen daardoor een belangrijke rol bij het installeren, repareren, onderhoud en in bedrijf stellen van een cv-installatie.

Om aan de voorgeschreven nauwkeurigheid te kunnen voldoen, is vrijwel altijd een CO-sensor met waterstofcompensatie nodig. Een niet-gecompenseerde CO-sensor in een rookgasmeter reageert namelijk niet alleen op koolmonoxide, maar ook op waterstof (H2).

Omdat waterstof vrijkomt bij verbranding van aardgas zorgt dit voor een afwijking in de meetwaarde van koolmonoxide. Een CO-sensor met waterstofcompensatie meet apart de H2-concentratie en corrigeert de meetwaarde van CO, waardoor deze nauwkeuriger is.

De maximale waarden voor de concentratie koolmonoxide in rookgassen zijn:

  • 50 ppm voor open, afvoerloze gastoestellen (type A)
  • 200 ppm voor open, afvoergebonden gastoestellen (type B)
  • 400 ppm voor gesloten gastoestellen (type C)

Koolmonoxide in de omgevingslucht

Naast de koolmonoxideconcentratie in de rookgassen dient ook de concentratie in de omgevingslucht nabij het gastoestel te worden gemeten.

Maximale waarden hiervoor zijn:

  • 5 ppm of hoger: installatie uitschakelen, oorzaak onderzoeken en wegnemen
  • Meer dan 20 ppm: installatie uitschakelen, oorzaak onderzoeken, oorzaak wegnemen en melden bij het bevoegd gezag (gemeente)

Voor meting van de koolmonoxideconcentratie in de omgevingslucht kan ook de rookgasmeter worden gebruikt. Hierbij is het belangrijk dat de meter wordt aangezet in schone (buiten)lucht. Vervolgens wordt het ingeschakelde instrument de stookruimte binnengebracht, waarna de CO-concentratie van de omgevingslucht kan worden afgelezen. BLAUWE LIJN rookgasmeters bieden hier zelfs een speciale functie voor.

Het gebruik van een persoonlijke veiligheidsmeter voor het monitoren van CO heeft de voorkeur.

Gasmonitor

Het gebruik van een aparte persoonlijke veiligheidsmeter voor het monitoren van CO in de omgeving heeft echter de voorkeur. Deze doet voortdurend zijn werk, ook tijdens de rookgasanalyse. Een gasmonitor is meestal klein, lichtgewicht en kan gemakkelijk aan de bedrijfskleding worden bevestigd.

De meeste van deze toestellen meten constant de CO-concentratie gedurende twee jaar en waarschuwen de gebruiker met visuele, akoestische en trilsignalen. Let op dat de gasmonitor wel de gemeten concentratie weergeeft in het display. Als je uitsluitend een alarm krijgt en niet weet wat de concentratie is, dan is het niet mogelijk om te handelen naar de voorschriften.

Wees kritisch

Bij het installeren, repareren, onderhouden of in bedrijf stellen van cv-installaties is het verstandig om een kritische blik te werpen op de meetinstrumenten die je gebruikt.

Wees er zeker van dat de instrumenten voor rookgasanalyse, temperatuurmeting en drukmeting volledig voldoen aan de EN 50379 deel 2 en laat deze instrumenten periodiek onderhouden en kalibreren. Als je nog niet beschikt over een geschikte gasmonitor voor persoonlijke veiligheid is het verstandig hier ook aandacht aan te besteden.

Dit artikel is gesponsord door Euro-Index

Dit vind je misschien ook interessant