CE Delft: inpandige kosten warmtenet veel hoger dan geraamd

CE Delft: inpandige kosten warmtenet veel hoger dan geraamd
Aansluiting afleverset stadsverwarming - foto Marjolein Eilander

De aanlegkosten van een warmtenet worden vooraf vrijwel altijd (veel) te laag voorgesteld. Het gat tussen raming en in ingebruikname blijkt keer op keer aanzienlijk. Gawalo duikt in de cijfers om te achterhalen wat realistische inpandige aansluitkosten per woning zijn.

Recent vroeg de gemeente Utrecht twee adviezen over de inpandige kosten van aansluiting op een gepland warmtenet. En zag zich geconfronteerd met een groot verschil: €6.200 kon evengoed €25.000 zijn. Zo bleek uit een validatiestudie van CE Delft. Dus toen de Utrechtse gemeenteraad de optimistische raming van het ingehuurde lokale adviesbureau Innoforte zag, werden kritische vragen gesteld: is €6.200 voor de inpandige kosten voor aansluiting op een warmtenet wel realistisch?

Praktijkgegevens

CE Delft controleerde de cijfers van Innoforte door ze te vergelijken met praktijkgegevens uit grootschalige warmteprojecten in Amsterdam en Rotterdam. De werkelijke, gevalideerde inpandige kosten blijken in de praktijk niet op € 6.200 te liggen, maar ergens tussen € 16.000 en €25.000 per woning. Dat is 2,5 keer tot 4 keer zoveel als gemeente Utrecht aanvankelijk voorgeschoteld kreeg: € 9.000 - € 19.000 per huishouden méér.

De onderkant van de range geldt voornamelijk hoogbouw en compacte appartementencomplexen, waar korte leidingsafstanden de prijs per aansluiting drukken, maar bij grondgebonden eengezinswoningen gaan de inpandige kosten door het dak.

Optimistische calculatie

De onderzoekers van CE Delft vroegen het door Utrecht ingehuurde adviesbureau Innoforte om uitleg over de optimistische calculatie. Welke technische posten waren er wel of niet meegenomen? Was de aanpassing van het afgiftesysteem buiten beschouwing gelaten? Was het herstel van koofconstructies of het verzwaren van de meterkast vergeten? Asbestsanering? De opstellers van de oorspronkelijke raming weigerden inhoudelijk mee te werken, gaven geen openheid van zaken over gebruikte rekenmodellen en wilden geen vragen beantwoorden.

Businesscase van warmtenetten

Dit gebrek aan transparantie en verantwoording in de advisering rondom de energietransitie is helaas niet uniek voor de Utrechts situatie. In tal van andere warmteprojecten in Nederland stuitten onderzoekende en activistische bewoners op een gebrek aan openheid en degelijke verantwoording over de businesscase waarmee warmtenetten aan burgers worden ‘verkocht’.  Bestuurders maken niet zelden ingrijpende wijkkeuzes en investeringsbesluiten op basis van een financiële ‘black box’. Het zelfcorrigerend vermogen van Utrecht is een positieve pas op de plaats in een dynamiek die doorgaans het kenmerk heeft van een doordenderende trein.

Inpandige kosten

Waarom zijn die inpandige kosten bij een warmtenet zo hoog? Een warmtenet is geen simpel ‘plug-and-play’-systeem. Het fysiek overstappen van gas naar stadsverwarming vereist meestal een ingrijpende, soms wekenlange verbouwing in de woning. Dat begint bij de plek van de noodzakelijke afleverset, meestal in de meterkast net achter de voordeur. Dit komt zelden overeen met de locatie van de gasketel (zolder of in de (bij)keuken) en vraagt om het trekken van tientallen meters nieuwe leidingen in de woning door betonvloeren en afwerking met koven. Daarnaast is zelfs bij seriematige gebouwde woningen 50 tot 75 jaar later geen enkele situatie identiek, dus is er altijd sprake van maatwerk.

Verouderd afgiftesysteem

Zelfs bij het minst efficiënte hoge-temperatuurwarmtenet zal het vaak nodig zijn om het verouderde afgiftesysteem aan te pakken. Voor lage- en midden-temperatuur is dit onvermijdelijk, omdat de afgiftevermogens tekort zullen schieten. Klassieke radiatoren vervangen door LT-convectoren of het infrezen van vloerverwarming, slurpt al gauw het totale door Innoforte begrote budget op.

Warmtapwater en koken

Hoewel bij een HT-net in principe geen nieuwe tap-watervoorziening hoeft te worden gerealiseerd, is ook hier het omleggen van leidingen een flinke kostenpost. Bij andere systemen die een combiketel vervangen zal een nieuwe boiler moeten worden ingerekend. Overschakelen op inductiekoken is een relatief kleine kostenpost, maar vraagt bijna altijd aanpassing (verzwaring) van de groepenkast en nieuwe elektraleidingen en soms aanpassing van de keukeninrichting.

Welk schaalvoordeel?

De theorie dat het collectief aansluiten van wijken op warmtenetten de meest kostenefficiënte en sociale route zou zijn om de doelen van het Klimaatakkoord (2019) te halen, blijkt in de praktijk meestal een misvatting. Zeker voor de aangesloten bewoners – vaak sociale huurders – die zich geconfronteerd zagen met veel hogere en harder stijgende energierekeningen dan met de gasketel, maar ook met comfortproblemen en ingeperkte consumentenrechten.

Veel maatwerk

De harde cijfers van CE-Delft werpen nu de vraag op of er ook vanuit een breder maatschappelijk perspectief nog moet worden ingezet op het warmtenet. Met uitzondering van appartementengebouwen blijken de schaalvoordelen van het warmtenet in bestaande bouw veel geringer dan gedacht, omdat er veel maatwerk komt kijken bij individuele aansluitingen.

Zelfs het schaalvoordeel van appartementsgebouwen is relatief, want voor het door CE-Delft berekenende benodigde inpandige budget van zo’n €16.000 kun je in vrijwel alle woningen met een D-label of beter, een all-electric warmtepomp installeren. Dat warmtepompen netpiekbelasters zouden zijn, valt met sturing prima te voorkomen en los daarvan is netverzwaring vanwege voortgaande elektrificatie op veel plekken onvermijdelijk.

Hybride optie

Nieuw overheidsbeleid werpt ook een ander licht op de van-het-gas-af-route en de bijbehorende investeringsbeslissingen. Uit de Miljoenennota 2026 blijkt volgens economisch adviesbureau PwC dat het kabinet vooralsnog vooral inzet op subsidies voor warmteprojecten. Voor de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) staat tot en met 2030 een bedrag van 1,4 miljard euro in de boeken. Er is echter weinig geld gereserveerd voor investeringen in nieuwe warmtenetten of het overnemen van de warmtenetten van de bestaande private partijen. Het rijk zal moeten investeren via de Nationale Deelneming Warmte (EBN), maar hiervoor zijn in de Miljoenennota beperkt middelen gereserveerd. Evenmin is gekozen voor meer geld voor de Garantieregeling Warmtenetten. In deze garantieregeling moet het Rijk uit gaan werken welke financiële risico’s zij voor haar rekening neemt. Voor gemeenten kan dit betekenen dat zij de aanvullende financiering op hun begrotingen moeten zien te vinden.

Eerder al besloot het kabinet bij ketelvervanging de hybride-optie als voldoende duurzaam te bestempelen, kan met een veel kleinere investering een grote uitstootreductie worden bereikt en in de meeste gevallen ook een echt lagere energierekening. Of dit een goede optie is, bespreken we in deel drie. Eerst: de totale kosten van een warmtenet.

Lees verder in deel 2: Van bron tot woning: dit zijn de totale kosten van een warmtenetaansluiting

Lees meer over

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.