De vrachtwagenheffing ging op 1 juli 2026 officieel van start en vervangt het Eurovignet. De regeling geldt voor voertuigen in categorie N2 en N3 met een technische maximummassa boven 3.500 kilo, ongeacht het gebruik. Dat bevestigt ook Ondernemersplein, het overheidsplatform voor bedrijven.
Zware werkbus valt sneller onder de heffing
Een standaard werkbus van 3.500 kilo blijft buiten schot. Maar een zwaardere uitvoering of een teruggekeurd voertuig kan wél onder de heffing vallen. Denk aan een Mercedes Sprinter, Ford Transit, Iveco Daily, Renault Master of MAN TGE met laadbak, kipper, dubbele cabine of extra laadvermogen. De technische maximummassa staat vermeld op het kentekenbewijs, aldus de RDW.
Wat kost de vrachtwagenheffing per voertuig
Voor een Euro 5-dieselvoertuig onder 12 ton geldt een tarief van 13,1 cent per kilometer. Dat tarief komt overeen met de officiële heffingstabel voor de gewichtsklasse 3.500 tot 12.000 kilo. Een servicewagen die 15.000 kilometer per jaar rijdt, kost daardoor 1.965 euro aan heffing. Daar staat een lagere motorrijtuigenbelasting tegenover, maar het saldo blijft negatief: netto 1.569 euro extra per voertuig per jaar.
Vlootgrootte maakt fors verschil
Bij meerdere bedrijfswagens telt de extra last snel op. Drie vergelijkbare voertuigen kosten samen 4.707 euro per jaar extra, bij vijf voertuigen loopt dit op tot 7.845 euro. "Veel ondernemers in de bouw denken bij vrachtwagenheffing aan transportbedrijven, maar dat beeld is te beperkt", zegt Sem Smeenk, eigenaar van Regeljelease.nl. Volgens hem voelt een zware werkbus voor een aannemer als gereedschap, terwijl het voertuig op papier onder de heffing valt.
Elektrisch rijden drukt de kosten
Een emissievrij voertuig onder 12 ton betaalt bij dezelfde 15.000 kilometer maar 375 euro per jaar, tegenover 1.965 euro voor de Euro 5-diesel. Emissievrije bestelwagens tot 4.250 kilo zijn zelfs volledig vrijgesteld van de heffing. Smeenk waarschuwt wel dat een overstap naar elektrisch moet passen bij laadvermogen, trekgewicht en actieradius op de bouwplaats.
Voor installateurs met een groter wagenpark loont het om per voertuig te checken welke technische maximummassa op het kentekenbewijs staat. Wie daarna kiest voor een lichtere uitvoering of een elektrisch alternatief, kan de jaarlijkse kostenstijging aanzienlijk beperken.














