artikel

Kwaliteit borgen bij collectieve leidingwaterinstallaties

sanitair

Omdat een leidingwaterinstallatie altijd aan de eisen van de wet- en regelgeving moet voldoen, is beheer en onderhoud noodzakelijk. Hoe kan de kwaliteit van het totale pakket van beheer en onderhoud geborgd worden? 

Kwaliteit borgen bij collectieve leidingwaterinstallaties
Beeld: Holland Building Maintenance

Tekst: Will Scheffer / CAMmediaservice

Omdat een leidingwaterinstallatie bij voortduring aan de eisen van de wet- en regelgeving moet voldoen, is beheer en onderhoud noodzakelijk.  Met ‘wet- en regelgeving’ bedoelen we in dit geval de Woningwet met het Bouwbesluit  en de daarbij bijbehorende Regeling Bouwbesluit, de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit met de daarbij behorende Regelingen, en de norm NEN 1006 met de Waterwerkbladen.

Beheer van leidingwaterinstallaties

Onder beheer wordt verstaan het geheel van activiteiten dat noodzakelijk is om te waarborgen dat de functies van de leidingwaterinstallatie blijven voldoen aan de daarvoor vastgestelde eisen en normen. In Waterwerkblad WB 1.4G ‘Beheer van leidingwaterinstallaties’ (2015) zijn alle artikelen uit NEN 1006 (2015) overgenomen die direct of indirect betrekking hebben op het beheer van leidingwaterinstallaties. De in die artikelen geformuleerde eisen zijn in het Waterwerkblad nader toegelicht en voorzien van aanwijzingen voor de uitvoering. De beheeractiviteiten controleren, onderhouden en documenteren van relevante gegevens hebben tot doel het goed en veilig functioneren van de leidingwaterinstallatie te waarborgen. In Waterwerkblad WB 1.4G zijn daarvoor bepalingen en richtlijnen opgenomen.

Legionellabeheersplan

Hoewel NEN 1006:2015 het fundament is voor een legionellaveilige leidingwaterinstallatie zijn voor legionellapreventie op prioritaire locaties specifieke beheersmaatregelen van toepassing. Voor de uitvoering van die beheersmaatregelen op basis van thermisch en alternatief beheer verwijst WB 1.4 G naar het legionellabeheersplan dat voor de betreffende prioritaire locatie is opgesteld door een op basis van BRL 6010 gecertificeerde legionellapreventieadviseur.

Indien alternatief beheer (dat moet voldoen aan BRL-K14010 deel 1 of 2) is toegepast, dient het beheersconcept van de leverancier/fabrikant van die alternatieve techniek te zijn geïmplementeerd in het legionellabeheersplan. Het legionellabeheersplan kan op zijn beurt geïmplementeerd zijn in een totaal beheerplan van de collectieve leidingwaterinstallatie.

Wat echter opvalt is dat in Waterwerkblad 1.4G wel verwezen wordt naar  BRL 6010 ‘Legionella preventie advisering voor collectieve leidingwaterinstallaties (2013)’, ISSO-publicatie 55.1 ‘Handleiding Legionellapreventie in leidingwater (2012)’ en ISSO publicatie 55.2  ‘Handleiding zorgplicht legionellapreventie collectieve leidingwaterinstallaties (2012)’, maar niet naar de ISSO-publicatie 55.4 ‘Beheer en onderhoud van collectieve leidingwaterinstallaties (2012)’.

 

Meer lezen over legionella:

Wat is Legionella Pneumophila?

“Legionella ligt op de loer als je van richtlijnen afwijkt”

Legionella eist meer slachtoffers dan koolmonoxide

Legionella sneller gedetecteerd dankzij nieuwe chip

Legionella voorkomen: waar gaat het fout?

Legionellaveilig installeren in de praktijk

 

Beheer beoogt meer dan legionellapreventie

Het besef dat goed beheer en onderhoud van collectieve leidingwaterinstallaties noodzakelijk is, is sinds de Legionella-epidemie in Bovenkarspel (1999) sterk gegroeid. De ISSO-publicaties 55.1 en 55.2 die daarna zijn verschenen zijn primair gericht op legionellapreventie.

Maar het beheer van collectieve leidingwaterinstallaties  beoogt veel meer, blijkt uit ISSO-publicatie 55 ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’.  De omschrijving van beheer gaat daarin dan ook nog een stap verder dan hierboven vermeld: ‘Er moet sprake zijn van een continue, comfortabele en veilige werking van de installatie gedurende de levensduur van de installatie bij acceptabele en voorspelbare kosten en milieubelasting.’ Betrekken wij daarbij ook de klimaatverandering (vaak hogere ruimtetemperaturen) en de toepassing van energiebesparende technieken voor de bereiding van warmtapwater (vaak lagere warmtapwatertemperaturen), dan maakt dat de opgave voor het beheersen van een voor de gezondheid veilige situatie, niet eenvoudig.

De brancheorganisatie Uneto-VNI voorzag dat en zorgde er voor dat Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector (thans KvINL na fusie met SEI) in 2007 de Beoordelingsrichtlijn (BRL) 6000-08C voor het beheer en onderhoud van collectieve leidingwaterinstallaties publiceerde met daaraan gekoppeld een certificeringsregeling.

ISSO-publicatie 55.5

De procedure en regels voor het beheer en onderhoud van collectieve leidingwaterinstallaties waren dus bedacht en op papier gezet. De vraag die toen werd gesteld was:  hoe dit nu aan te pakken in de praktijk?  Dat stond nog niet op papier. In het kader van Actieplan Veilige Leidingwaterinstallaties is ISSO-publicatie 55.5 met praktijkrichtlijnen voor beheer en onderhoud ontwikkeld. Het uitgangspunt van deze in 2008 verschenen (en in 2012 geactualiseerde) publicatie is onderhoud op basis van bedrijfszekerheid en bacteriologische betrouwbaarheid. Het gaat immers om het grote belang van de volksgezondheid bij het gebruik van collectieve leidingwaterinstallaties. Maar daarnaast spelen ook de aspecten comfort, veilige werking, levensduur,  acceptabele en voorspelbare kosten en de milieubelasting van collectieve leidingwaterinstallaties een rol.

Onderhoudsanalyse, beheer- en onderhoudsplan

De basis voor onderhoud is het opstellen van een onderhoudsanalyse als onderdeel van beheer. De uitkomsten hiervan geven aan op welke  onderdelen er onderhoud noodzakelijk is om de bedrijfszekerheid en bacteriologische betrouwbaarheid van de installatie te waarborgen. Vervolgens kan de uitvoering van het onderhoud worden georganiseerd. ISSO-publicatie 55.5 geeft een model voor een beheer- en onderhoudsplan waarvan gebruik kan worden gemaakt bij de onderhoudsanalyse en de uitvoering van het onderhoud.

Processchema-beheer-en-onderhoudsplan

Verbeteringen nodig in de praktijk

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het hebben van een legionella-risicoanalyse en legionellabeheersplan, niet garandeert dat in de praktijk de beheersmaatregelen uit het plan daadwerkelijk, efficiënt en effectief worden uitgevoerd. Verbeteringen zijn nodig ten aanzien van:

– het borgen dat beheer en onderhoud wordt uitgevoerd;

– de kwaliteit van de uitvoering; en

– toezicht op de kwaliteit van de uitvoering.

Organisaties die zeer grote aantallen gebouwen in eigendom en/of beheer hebben blijken veel tijd (en geld) kwijt te zijn aan het toezien op de naleving van afspraken, vastgelegd in onderhouds- en beheerscontracten. De vakbekwaamheid en deskundigheid van de personen betrokken bij beheer en onderhoud van collectieve leidingwaterinstallaties, inclusief legionellapreventie, verschilt enorm. Gebouweigenaren uit bepaalde sectoren hebben bij legionellapreventie het beeld dat legionellapreventie ingewikkeld is en (te) veel kost.

Certificering volgens BRL 6000-08C

Installatiebedrijven kunnen  zich volgens BRL 6000-08C laten certificeren voor hun diensten op het gebied van het beheren en onderhouden van collectieve leidingwaterinstallaties. Certificatie geeft gebouweigenaren voldoende vertrouwen over het deskundig uitvoeren van beheer- en onderhoud. Gecertificeerde bedrijven werken aantoonbaar volgens vast omschreven, en toetsbare kwaliteitscriteria, en zijn daarop aan te spreken. Van de interne én externe kwaliteitscontrole gaat een leereffect uit, waardoor de kwaliteit steeds verder wordt verhoogd.

Voor de opsteller van een legionella-risicoanalyse en -beheersplan voor prioritaire locaties is certificering volgens BRL 6010 wettelijk verplicht. Maar voor het vervolgens uitvoeren van het legionellabeheersplan is dat echter niet het geval. De markt moet dat zelf regelen. Er moet worden bevorderd dat opdrachtgevers bij aanbestedingen vragen om BRL6000-08C gecertificeerde bedrijven.

Voordelen integrale benadering

Certificatie garandeert gebouweigenaren niet alleen een betere kwaliteit van de installatie en verlenging van de levensduur, maar ook een geringere kans op een legionellabesmetting, minder controles, tijdwinst, kostenbesparing of minder onverwachte kosten. Bij een integrale benadering van het beheer en onderhoud inclusief legionellapreventie en de borging daarvan in één certificatieregeling, zullen eigenaren/opdrachtgevers merken dat op het gebied van legionellapreventie slechts een beperkt aantal extra dingen moet worden gedaan. Bovendien  brengt certificatie duidelijkheid over wie eindverantwoordelijk is (de eigenaar), wat je van andere partijen kan en mag vragen, en geeft in het geval van juridische procedures houvast bij het voorkomen van aansprakelijkheidsstellingen.

Dit artikel verscheen eerder in Gawalo 12 van december 2017

Reageer op dit artikel