nieuws

Biomassaketels in de warmtetransitie

klimaattechniek

In welke omstandigheden is een gebouwgebonden bioketel in Nederland de beste oplossing voor duurzame verwarming. Wanneer is deze goedkoper dan de aanleg van een collectief warmtenet of een all electric-oplossing?

Biomassaketels in de warmtetransitie

Dat onderzocht CE Delft in opdracht van de Nederlandse vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers, de NBKL. De resultaten zijn te lezen in het rapport ‘Bioketels voor warmte in de toekomst. Een verkenning van de rol van bioketels in de energietransitie‘.

 

Wat zijn bioketels?

Onder bioketels verstaan de onderzoekers een centrale verwarmingsketel die biomassa als brandstof heeft. De ketels variëren van klein, voor individuele huishoudens, tot groot, voor stadsverwarming of industriële verwarming. Daarnaast zijn er ook bio-WKK-ketels, waarin zowel warmte als ook elektriciteit wordt geproduceerd. Het onderzoek concentreert zich op bioketels voor woningen en utiliteitsbouw.

 

Brandstof voor bioketels

Voor bioketels worden voornamelijk houtachtige brandstoffen gebruikt zoals houtpellets. De nieuwe generatie bioketels is ook geschikt voor andere biobrandstoffen zoals kersenpitten, olijfpitten en andere agrarische reststoffen of afval uit de tuinbouw.

 

Bioketels in Nederlandse woningen en bedrijven

Hoeveel van deze ketels in gebruik zijn, is volgens de onderzoekers onzeker. Het aantal stijgt, maar het is nog altijd marginaal. “Het CBS schat dat er anno 2017, 3.601 houtketels bij bedrijven staan opgesteld, waarvan 66 met een vermogen > 1 MW. We schatten het huidige aantal ketels bij huishoudens in op ca. 5.300.”

 

ISDE en SDE+

Een stimulans voor de aanschaf van pelletkachels en biomassaketels vormen de ISDE en SDE+-subsidieregelingen. De ISDE is een aankoopsubsidie voor kleinere ketels (met een vermogen van 5 tot 500 kW) de SDE+ is een tenderregeling die de onrendabele top (de meerkosten) voor grotere ketels afdekt. De ISDE stelt eisen aan de luchtvervuilende emissies van de ketels, de SDE+ stelt daarnaast ook eisen aan de duurzaamheid van de biomassa die wordt gebruikt.

 

Alternatieven voor warmtetransitie

Voor de overstap van fossiele energievoorziening naar een hernieuwbare warmtevoorziening, zijn meer energieconcepten voor aardgasvrije gebouwen denkbaar. Dat zijn naast bioketels bijvoorbeeld hybride of elektrische warmtepompen, groen gas, waterstof uit wind- of zonne-energie en warmtenetten gevoed door geothermie, biomassa of restwarmte.

 

Bioketels als tussenstap van 2030 naar 2050

De onderzoekers gaan uit van een geleidelijke verduurzaming van woningen en utiliteitsgebouwen tussen nu en 2050. Ongeveer een derde van de woningen en utiliteitsgebouwen is dan in 2030 verduurzaamd. De duurzame verwarmingstechniek die in 2050 als meest kosteneffectief naar voren komt, kan in 2030 mogelijk nog relatief duur zijn of niet beschikbaar. Bioketels kunnen dan een aantrekkelijke tussenoplossing zijn voor een deel van deze markt.

 

Bioketels in buitengebied

Gebouwgebonden bioketels vormen volgens de onderzoekers prijstechnisch het beste alternatief in buitenstedelijke gebieden waarin veel woningen staan met relatief lage isolatiegraad. Bioketels zijn technisch uitontwikkeld. Woningen en utiliteitsgebouwen hoeven voor de verwarming met bioketels niet eerst extra geïsoleerd te worden. Bij bijvoorbeeld warmtepompen en all-electricverwarming is dat wel nodig. In buitengebieden is netverzwaring voor een grootschalige uitrol van warmtepompen vaak relatief duur, evenals de aanleg van een warmtenet. Daarnaast zijn de emissies in deze gebieden een minder beperkende factor.

 

 

Reageer op dit artikel