artikel

“Ook waterstof en groen gas krijgen een plek” 

klimaattechniek

Sven Ringelberg werkt bij de gemeente Rotterdam als strategisch beleidsadviseur en projectmanager van diverse projecten die de bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen. Hij is positief gestemd over het slagen van de energietransitie, maar gelooft niet in woonlastenneutraal. “Ergens moet geld bij.” 

“Ook waterstof en groen gas krijgen een plek” 

Door Ingrid Rompa 

 

In totaal is Ringelberg zo’n zes jaar werkzaam in de energietransitie in de gebouwde omgeving. “Het klinkt misschien wat vreemd, maar ik heb geen technische achtergrond; ik heb Organisatiewetenschappen gestudeerd. Ik kijk hoe een gemeente of een organisatie de energietransitie oppakt. En hoe je dat op een projectmatige manier tot een succes kunt brengen.” 

 

Niemand begrijpt woningcorporaties 

Ringelberg heeft onder meer bij een energieleverancier en bij een aantal grote woningcorporaties gewerkt. Die ervaring levert hem in zijn huidige functies veel voordelen op. “Een woningcorporatie is echt een aparte diersoort”, glimlacht hij. “Ze hebben een derde van de woningen in hun bezit maar niemand begrijpt ze. Omdat ik veel verschillende projecten heb gedaan voor woningcorporaties rondom aardgasvrij kan ik ze redelijk goed volgen. Ze hebben bijvoorbeeld een heel eigen proces qua investeringen en onderhoudsplanningen. Dit zorgt voor veel uitdagingen. Ik vind het belangrijk om mijn kennis actief te delen. Ik ben ervan overtuigd dat dit belangrijk is voor alle partijen.” 

 

Ergens moet geld bij

Ringelberg denkt ook dat men eerlijker moet zijn over de energietransitie. “Dat raakt ook een klein beetje aan het definitieve klimaatakkoord. Er wordt bijvoorbeeld gepraat over woonlastenneutraal. Ik word daar zelf een beetje moe van, want hoe kan het nou zo zijn dat je iets 100 procent duurzaam wilt maken, 100 procent betaalbaar wilt houden en 100 procent comfort wilt behouden… Dat resulteert niet in 100 procent haalbaarheid; ergens moet geld bij.” Het woord ‘woonlastenneutraal’ geeft volgens hem een verkeerde indruk van de uitdagingen en de kosten.  

 

Om de energietransitie te laten slagen moeten we het minder over de energietransitie hebben

De consument is niet dom 

Het definitieve klimaatakkoord is een verbetering ten opzichte van het oude akkoord, vindt Ringelberg. “Want toen werd de rekening klakkeloos bij de burger en de woningcorporaties gelegd. Nu lijken de kosten wat eerlijker verdeeld. De burger wordt wat meer ontzorgd door allerlei maatregelen en subsidies, met diverse opschalingsmogelijkheden. Die consument is echter niet dom; hij heeft heus wel door dat het geld kost.” 

 

Corporaties en verhuurdersheffing 

Wel vraagt Ringelberg zich af of er in het klimaatakkoord voldoende aandacht is voor een aantal uitdagingen bij de woningcorporaties. “Men wil dat de woningcorporaties fungeren als startmotor, maar dan moet je ze wel brandstof (financiële ruimte, red.) meegeven. Op dit moment zijn corporaties 3 – 4 maanden huur per jaar kwijt aan fiscale lasten. Dat bekent minder investeringen in nieuwbouw, huurmatiging en duurzaamheid. Specifiek moet bijvoorbeeld iets worden gedaan aan de verhuurdersheffing (verhuurders die meer dan 50 huurwoningen bezitten, betalen een heffing over de WOZ-waarde van de huurwoningen, red.). Dit is echt problematisch voor de investeringsruimte van een groot aantal corporaties.” 

 

Rol van VvE’s in energietransitie 

“Wat er in het definitieve klimaatakkoord ook ontbreekt, is de aandacht die de Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) verdienen. Dat is echt een vergeten groep, want deze groep is een potentiële startmotor. Ze worden gezien als een veredelde groep particulieren, maar dat zijn ze absoluut niet. Een VvE is een vereniging met haar eigen bevoegdheden en meer schaal. Als je het alleen over woningcorporaties en particulieren blijft hebben, en niet hoe je die VvE’s gaat oppakken in Nederland, dan kun je de energietransitie wel vergeten. Want vergis je niet, 40% tot 50% van het woningbezit in grote steden valt onder een VvE.” 

 

Bouwblok gasvrij maken 

Aandacht moet bijvoorbeeld uitgaan naar het laten samenwerken van kleinere versnipperde VvE’s, meent Ringelberg. ‘’Bijvoorbeeld een koepel VvE, het bundelen van kleinere VvE’s in hetzelfde bouwblok. Je kunt namelijk niet de helft van een bouwblok aardgasvrij maken; dat is technisch en financieel onhandig. Tegelijkertijd is bundeling van deze vraag weer interessant voor marktpartijen.” 

Verduurzamen woonlastenneutraal? Ergens moet geld bij

Lagere overheden regierol is zorgelijk 

Waar Ringelberg zich ook zorgen over maakt, is het feit dat lagere overheden de regierol krijgen in de energietransitie. “En dat maakt het heel complex, omdat iedereen het op een andere manier gaat invullen. Het is in feite een nieuwe decentralisatie, zonder dat daar de benodigde middelen voor worden meegegeven door het Rijk. Tegelijkertijd geeft het Rijk steeds meer kaders mee. Van de gemeenten vooral uitvoering verwachten, maar die blijven spreken over een regierol en de ruimte om te experimenteren, dat gaat niet samen.” 

 

Klimaatakkoord is te technisch 

Daarnaast vindt hij het klimaatakkoord ook nog wat te technisch. “Om de energietransitie te laten slagen moeten we het – gek genoeg – minder over de energietransitie hebben. Mensen worden bijvoorbeeld wel enthousiast van meer comfort in huis. Misschien moeten we inductie koken wel zo sexy en leuk maken dat we dit echt willen, en niet omdat we van het aardgas af moeten. In de jaren 60 ging het bij de introductie van aardgas ook al snel niet meer over de kosten, maar over het extra comfort (ruimteverwarming) en nieuwe gadgets die koken op aardgas bracht. 

 

Waterstof en groen gas krijgen een plek

Voor wat betreft de technische oplossingen voor verwarming en warm water in woningen, ziet hij richting 2050 een heel scala voorbij komen. “Er is een ideologische discussie gaande over all-electric oplossingen en collectieve warmte. Ik denk persoonlijk dat ook waterstof en groen gas zijn plek gaan krijgen in de gebouwde omgeving, zij het beperkter. Het is belangrijk dat we in bepaalde mate flexibel zijn in onze oplossingen en systemen. In de jaren 60 dachten we ook alles met kernenergie op te gaan lossen. Dat is ook niet uitgekomen.”  

 

We kunnen het ons dan niet meer veroorloven om in proeftuinen te werken

Buurt-WKO kan efficiënt zijn 

Ringelberg is voor de bron die het best werkt voor het desbetreffende gebied. “We moeten dingen ook collectief oplossen, onder andere omdat bijvoorbeeld een buurt-WKO efficiënter kan zijn dan individuele oplossingen. De gemeente speelt daar een belangrijke rol in, want die weet in 2021 welke wijk wanneer aan de beurt is om aardgasvrij te maken tot aan 2030 en kan de verschillende partijen aan elkaar verbinden.”   

 

Hybride warmtepompen 

Hij vindt tevens dat er meer aandacht moet komen voor het praktische verduurzamen: de kleinere stappen. “Want daar is veel meer resultaat te behalen. Ik denk dat hybride toepassingen, zoals warmtepompen in combinatie met spijtvrij isoleren (isoleren op zo’n manier dat je later geen spijt krijgt; dus als de plaatsing van dakisolatie achteraf onvoldoende blijkt te zijn, red.) meer aandacht zouden mogen krijgen. Daar behaal je veel meer resultaat mee. En ook heel belangrijk als je resultaten wilt behalen: houd rekening met natuurlijke momenten die aansluiten op het leven; daar zijn de kansen. Bijvoorbeeld wanneer men een dak moet vervangen of als men gaat verhuizen. Dan pas je isolatie toe en sta je open voor verduurzaming. Dat geldt zowel voor de particulier als voor de woningcorporaties.” 

 

Arbeidskrachten en kostenreductie 

Wel maakt Ringelberg zich zorgen over het tekort aan arbeidskrachten, met name installateurs. “Daar zie ik ook de regierol van de rijksoverheden, om de arbeidsmarkt en de scholing veel beter aan te laten sluiten op de toekomstige wens. Dat is essentieel. Opschaling is daarom echt noodzakelijk. Het klimaatakkoord zegt ook dat we naar kostenreductie moeten van 20 tot 40 procent richting 2030. Als het werk meer routinematig wordt, dan kun je het werk doen met minder mensen.”   

 

1,5 miljoen woningen gerenoveerd 

Ringelberg vraagt zich af of in 2030 1,5 miljoen woningen zijn gerenoveerd naar aardgasloos. “Ik denk dat het heel lastig is, maar als we meer routinematig durven te werken, dan zijn we hopelijk hard op weg. We kunnen het ons dan niet meer veroorloven om in proeftuinen te werken. Het probleem is alleen: is er voldoende draagvlak onder de Nederlanders? Het is flink uitgehold het afgelopen jaar. Het zou zomaar kunnen dat we hier op een andere manier mee om moeten gaan. Partijen spreken elkaars taal nog niet helemaal en de energietransitie dwingt ons nu om samen te werken en naar elkaar om te luisteren. Want als je dat niet doet, dan kun je het volgens mij gewoon vergeten.” 

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel