artikel

Opschaling prefab-installatiemodules verloopt moeizaam

klimaattechniek

Prefab-installatiemodules zijn nu een aantal jaar op de markt, maar van echte industrialisatie is nog amper sprake. Innovatie kost nu eenmaal tijd. En volgens Jan-Willem van de Groep van Factory Zero ondervinden producenten daarbij tegenwerking van leveranciers en installateurs, die hun rol in de bouwsector zien veranderen.

Opschaling prefab-installatiemodules verloopt moeizaam
Bij een project van Emergo in Ermelo worden energiemodules van FactoryZero geplaatst. Foto: Emergo Prefab.

Tekst: Joop van Vlerken

 

“Het is moeilijker dan het lijkt om prefab-installaties te bouwen. Je moet ze namelijk zo ontwerpen dat ze makkelijk te industrialiseren zijn. Daarnaast is de bouwkundige integratie erg belangrijk, dat betekent dus dat je meerdere disciplines moet beheersen en in huis moet hebben.”

Dat is wat Jan Willem van de Groep van Factory Zero de afgelopen jaren geleerd heeft over het maken van prefab-installatiemodules. Een ander leerpunt is dat innovatie tijd nodig heeft. “Het gaat mij nooit snel genoeg, maar ik heb wel geleerd dat het ontwikkelen van deze producten tijd kost en dat je die ook moet nemen om iets goeds te maken.”

 

Integreren van installaties in de bouwschil

Van de Groep hamert op het belang van bouwkundige integratie van installatiemodules. “Installatiebedrijven maken ook modules, maar dan is het vooral veel installatietechniek en weinig bouwkundige integratie. Zo houd je het verschil tussen bouw- en installatietechniek in stand.”

Dat terwijl de integratie van installaties in de bouwschil is waar aannemers om vragen, stelt hij. “Wij verkopen 95% van onze modules aan aannemers. Zij vragen om een eenvoudig product dat makkelijk te integreren is in hun bouwconcepten. Ze waarderen het dat wij de complexiteit van installaties van de bouwplaats weghalen.”

Het grootste gedeelte van de installatiemodules gaat naar nieuwbouwwoningen in het lagere- en middensegment, vertelt Van de Groep. “Ongeveer 30% van onze producten gaat nu nog naar renovatie, maar we zien dat die markt langzaam inzakt. Waarschijnlijk komt dat door het aantrekken van de nieuwbouw.”

 

Industrialisatie prefab-installaties

Om de installaties ook bouwkundig te kunnen integreren heeft Factory Zero naast installatietechnici ook bouwkundigen in dienst. “Uiteindelijk willen we daken leveren waarin drie functies geïntegreerd zijn: energieopwekking met zonnecellen, dak en drager van de energiemodule. Als we dat dan in grote aantallen kunnen doen, is er sprake van industrialisatie.”

Maar het duurt nog zeker vijf jaar voor het zover is, denkt Van de Groep. “Het zal nog wel even duren voordat we echt kunnen industrialiseren. Als ik het vergelijk met de auto-industrie bevinden we ons nu in het stadium tussen het ombouwen van postkoetsen naar auto’s en de lopende band van Ford.”

Hij beschrijft wat Factory Zero nu doet als niet erg spannend. “In wezen halen we de losse componenten van verschillende installaties uit elkaar. Zo kunnen we ze compacter maken en in een frame plaatsen. Daarnaast integreren we de modules in een stuk van het dak of de gevel.”

De iCEM3005i met binnenmodule in het dak.

 

Voordelen prefab-installaties

Hoewel het dus geen raketwetenschap is, zijn de voordelen van prefab-installaties overduidelijk, vindt Van de Groep. “Onze producten zijn op de bouwplaats heel eenvoudig te installeren. Er moeten vier waterleidingen, twee luchtslangen en vijf kabeltjes aangesloten worden. Er is maar een hijsbeweging vlak voor oplevering nodig om het apparaat aan te sluiten. Dat is veel beter in te plannen dan al het losse installatiewerk dat nu plaatsvindt. Daarnaast vermijd je koeltechnische handelingen op de bouwplaats, omdat wij dat allemaal in de fabriek doen.”

Naast de bouwkundige integratie van installatiemodules wil Factory Zero graag af van de buitenunit die veel luchtwarmtepompen nu gebruiken. “Uiteindelijk willen we alle installaties op een plek hebben. Maar ook dat is niet vandaag of morgen geregeld. Er zijn al wel systemen die dat kunnen, maar die vinden we nu nog te duur.”

De iCEN3005p met binnenmodule voor plat dak.

 

Losse componenten

Dat industrialiseren nog niet goed lukt, heeft te maken met de eigen leercurve, maar ook de andere partijen in de keten zullen mee moeten bewegen. Van de Groep constateert dat dat nog maar mondjesmaat lukt. “Leveranciers maken apparaten om aan de muur te hangen, ze willen geen losse componenten leveren. We zijn nu aan het kijken hoe we in contact kunnen komen met de toeleveranciers van de toeleveranciers, zodat we directe toegang tot die onderdelen kunnen krijgen.”

Daardoor zouden de rollen in de keten behoorlijk kunnen veranderen, voorspelt hij. “In de keten zijn wij de schakel tussen de fabriek en het project. Alles wat daartussen zit, valt weg. Ik vind dat er nu marges gerekend worden in het distributiesysteem die niets bijdragen aan het eindproduct.”

De iCEM3005h met binnenmodule in de gevel is vooral geschikt voor renovatie in hoogbouw.

 

Rol installateurs verandert

Ook installateurs werken nog niet altijd mee, vertelt Van de Groep. Factory Zero verkoopt bijvoorbeeld noodgedwongen ook afgiftesystemen. “Installateurs willen geen garanties afgeven op de afgiftesystemen als ze niet ook zelf de installatie mogen verzorgen. Daarom leveren wij onze modules tegenwoordig ook compleet met afgiftesysteem. We laten ons niet ringeloren door de installateurs.”

Het is gissen naar de redenen waarom installateurs zich soms afzetten tegen kant-en-klare producten, maar Van de Groep denkt dat het te maken heeft met de veranderende rollen. “Installeren is steeds vaker montagewerk. Je koppelt het afgiftesysteem aan de energiemodule en het is klaar. Met enkele uren instructie kun je dit werk doen. Daar is niet per se een goed opgeleide vakman voor nodig. Dat betekent dat er in prefab-projecten voor de installateur minder werk op de bouwplaats overblijft: alleen het loodgieterswerk, het sanitair en de elektra. Maar gelukkig voor de installateur blijft er altijd een gigantische markt over waar traditioneel gebouwd wordt. En daarnaast is er nog de service en het onderhoud van bestaande installaties.”

Prestatiegarantie, onderhoud en service

Ook andere partijen hebben de afgelopen jaren energiemodules ontwikkeld. “Een aantal bouwers heeft eigen energiemodules in de concepten gemaakt, maar ze houden daar meestal ook snel weer mee op omdat het toch lastige materie is. We zijn nu in onderhandeling met een aantal bouwers om modules voor hun concepten te leveren. We zijn een aantrekkelijke partij omdat we naast de productie ook de prestatiegarantie voor de installaties, het onderhoud en de service overnemen.”

De installatiekasten die verschillende installateurs geïntroduceerd hebben, gaan volgens Van de Groep zeker niet schalen. “Die installatiekasten zijn vaak eenmalig voor een bepaald project gemaakt, daar moet je niet te veel van verwachten. Voor echte industrialisering en innovatie is schaal nodig en moet je dus een paar duizend modules per jaar maken.”

 

Reageer op dit artikel