artikel

Hoe monteer je leidingen van cv-systemen?

klimaattechniek

Hoe monteer je leidingen van cv-systemen?

Cv-leidingen moeten zo worden aangelegd dat zij voldoende mogelijkheid bieden voor het opvangen van expansie als gevolg van temperatuurverhoging. Ook moeten we een goede ontluchting waarborgen. Om energieverlies te voorkomen laten we voor de isolatie voldoende afstand tussen de leidingen.

De leidingen van centraleverwarmingssystemen kunnen we onderverdelen in:

  • ketelaansluitleidingen: een ketelaanvoer- en ketelretourleiding;

  • een hoofdverdeel- en hoofdverzamelleidingen (aanvoer en retour);

  • verdeel- en verzamelleidingen (aanvoer en retour);

  • aansluitleidingen van de verwarmingselementen (aanvoer en retour).

 

Ketelaansluitleidingen

Een verdeler en een verzamelaar verdelen het aanvoerwater vanaf de ketel of hoofdaanvoerleiding over de verschillende groepen. De verzamelaar ontvangt en verzamelt het retourwater van die groepen, waarna het terugstroomt naar de ketels. De ketelaansluitleidingen zijn de leidingen die van een cv-ketel naar het verdeel- en verzamelstuk of verdeler/verzamelaar lopen. We kunnen ze onderverdelen in:

  • een ketelaanvoerleiding (water van bijvoorbeeld 90 °C);

  • een ketelretourleiding (water van bijvoorbeeld 70 °C).

Bij een eenvoudige verwarmingsinstallatie, bijvoorbeeld in een woning, zijn de ketelleidingen zeer kort. In de veel grotere verwarmingsinstallaties (utiliteitsprojecten, enzovoort) lopen de ketelaanvoer- en retourleidingen naar de verdeler/verzamelaar.

 

Hoofdverdeel- en verzamelleidingen

Het leidingenstelsel dat de hoofdverdeling en de hoofdverzameling van het verwarmingsmedium, in dit geval water, verzorgt, noemen we de ‘hoofdverdeel- en hoofdverzamelleidingen’. Vanaf het verdeel- en verzamelstuk lopen diverse aanvoerleidingen naar de verdeelleidingen, de groepen, en evenveel retourleidingen, de verzamelleidingen.

Op elk van de groepen sluiten we een deel van de verwarmingsinstallatie aan, bijvoorbeeld:

  • groep 1: radiatoren van de noord- en oostgevel;

  • groep 2: radiatoren van de zuid- en westgevel;

  • groep 3: boilers;

  • groep 4: vloerverwarming;

  • groep 5: luchtbehandelingsunit;

  • groep 6: stralingspanelen in een hal.

 

Horizontale en verticale montage

Deze hoofdverdeel- en hoofdverzamelleidingen kunnen we horizontaal of verticaal (zak- en stijgleidingen) monteren.

Horizontale hoofdverdelingen kunnen we monteren in:

  • de kelder van een gebouw (onderverdeling);

  • een dakverdieping (bovenverdeling).

Beide soorten verdelingen zijn te zien in afbeelding 1. Tussenvormen zijn ook mogelijk.

afbeelding

Afbeelding 1: Onder- en bovenverdeling van leidingen.

 

Aandachtspunten voor leidingmontage

De volgende punten zijn voor een juiste leidingmontage van groot belang:

  • de mogelijkheid om de leidingen te ontluchten: bij een verticale hoofdverdeling ontluchten we de leidingen op het hoogste punt van de installatie; bij een horizontale hoofdverdeling dienen we de leidingen onder een zodanig afschot aan te leggen, dat de lucht op een aantal gemakkelijk te bereiken plaatsen kan ontsnappen via ontluchtingsmogelijkheden;

  • het opvangen van de uitzetting van de stalen leidingen: bij het verwarmen van het water van 10 °C tot bijvoorbeeld 90 °C zetten de stalen leidingen uit, per strekkende meter circa:

    0,012 · 80 = circa 0,9 mm/m1 (90 ·10 °C)

Deze uitzetting moet we opvangen met behulp van compensatoren of expansiebochten.

 

Ook de verdeel- en verzamelleidingen hebben een verticale of horizontale leidingloop:

  • een verticale montage van de verdeel- en verzamelleidingen (zak- en stijgleidingen);

  • een horizontale montage van de verdeel- en verzamelleidingen.

In afbeelding 1 zijn de horizontale leidingen ook onder te verdelen in:

  • een onderverdeling: onder de verwarmingselementen;

  • een bovenverdeling: boven de verwarmingselementen.

Ook bij de verdeel- en verzamelleidingen passen we in lange leidingen expansiebochten of compensatoren toe. Of we een verticale of horizontale leidingenloop toepassen, wordt veelal bepaald door de opzet van het gebouw.

 

Aansluitleidingen: een- en tweepijpsverwarmingssytemen

Met aansluitleidingen sluiten we de verwarmingselementen op het leidingsysteem aan.

Deze aansluitingen zijn afhankelijk van het leidingsysteem, dat we kunnen opbouwen als:

  • eenpijpsverwarmingssysteem;

  • tweepijpsverwarmingssysteem;

  • Tichelmann-systeem.

 

Eenpijpsverwarmingssysteem

Het eenpijpsverwarmingssysteem is een warmwaterverwarmingssysteem met een gecombineerde aanvoer- en retourleiding (zie afbeelding 7.6). De verwarmingselementen schakelen we daarbij in serie. Dit verwarmingssysteem passen we de laatste jaren niet veel toe. Indien wel, dan modificeren we het vaak zo dat een aantal nadelen ervan vervalt. De voordelen van het gemodificeerde eenpijpsverwarmingssysteem wegen dan nauwelijks meer op tegen de voordelen van het ‘normale’ tweepijpsverwarmingssysteem.

afbeelding

Afbeelding 2: Eenpijpsverwarmingssysteem.

 

Voordelen van het eenpijpsverwarmingssysteem zijn:

  • een eenvoudige leidingmontage;

  • geen moeilijke kruisingen van leidingen;

  • minder leidingen, dus goedkoper.

 

Nadelen van het eenpijpsverwarmingssysteem zijn:

  • de beperkte regelbaarheid van het systeem: bij het afsluiten van één radiator zal de warmteafgifte van de volgende radiator groter worden doordat de gemiddelde watertemperatuur in de volgende radiator gestegen is. Deze radiatoren zijn namelijk geselecteerd voor een lagere watertemperatuur;

  • een moeilijk te realiseren centrale regeling van de watertemperatuur: de regeling van het verwarmingssysteem in de vertrekken kan bijvoorbeeld met thermostatisch bediende radiatorkranen gebeuren;

  • het niet kunnen standaardiseren van radiatoren: indien het eenpijpsverwarmingssysteem wordt toegepast in een gebouw met veel gelijkvormige vertrekken, met gelijke warmteverliezen, dan zal het VO van de verwarmingselementen afhankelijk zijn van de plaatsing, dat wil zeggen van de volgorde van doorstroming. Hoe verder de cv-ketel, des te meer VO;

  • de beperkte aansluitmogelijkheden: op één leidingnet kunnen maximaal circa 15 radiatoren worden aangesloten, maar liever niet meer dan 8 tot 10 radiatoren.

 

Tweepijpsverwarmingssysteem

Het tweepijpsverwarmingssysteem is een warmwaterverwarmingssysteem met een aparte aanvoer- en aparte retourleiding naar de verwarmingselementen. De verwarmingselementen schakelen we daarbij parallel (zie afbeelding 3).

afbeelding

Afbeelding 3: Tweepijpssysteem.

 

Tichelmann-systeem

Het Tichelmann-systeem is een leidingensysteem waarbij het drukverschil tussen de aanvoerleiding en de retourleiding bij elke willekeurige aftakking (aanvoer en retour) gelijk is (zie afbeelding 4). Dit is anders dan bij het tweepijpssysteem, waar het warme water voor elk verwarmingselement een verschillende leidinglengte moet afleggen, dus een verschillend drukverlies heeft.

afbeelding

Afbeelding 4: Tweepijpssysteem volgens Tichelmann.

 

Bij tweepijpssystemen dienen we de eindapparaten daarom door inregelafsluiters (voetventielen) in de retourleiding in te regelen. Deze inregelafsluiters zijn bij Tichelmann-leidingsystemen niet noodzakelijk vanwege de constante drukverdeling in dit systeem. Tichelmann-leidingsystemen passen we veel toe als ringleidingen in grote gebouwen of groepen van gebouwen (paviljoens met een centraal ketelhuis), als hoofdverdeel- en hoofdverzamelleidingen.

 

Meer kennisartikelen over klimaattechniek

Dit kennisartikel komt uit de Vakbase W-installatie, het digitale naslagwerk van gawalo.nl over klimaattechniek

De Vakbase W-installatie bestaat uit twee onderdelen: Klimaatbeheersing 1 bevat informatie over de theorie en praktijktoepassingen van warmtetechnieken en Klimaatbeheersing 2 behandelt luchtbehandeling, ventilatie en koeling.

Abonnees van Gawalo kunnen gratis gebruikmaken van de Vakbase W-installatie. Als u een activatiecode heeft gekregen, kunt u dit product voor drie maanden gratis activeren via het menu rechtsbovenin in de Vakbase.

Reageer op dit artikel