artikel

Meterkast geconfronteerd met nieuwe uitdagingen

klimaattechniek

De meterruimte is tegenwoordig al goed gevuld door de traditionele groepen en recentere toevoegingen voor internet en huisautomatisering. Daar komen nu nieuwe ruimtevragen bij vanwege installaties zoals warmtepompen, zonnepanelen en energiebuffers. Waar laat je alles?

Meterkast geconfronteerd met nieuwe uitdagingen

Tekst: Ferdinand Pronk

Marketingmanager Marcel Herssevoort en productmanager Davy Krijnen van Attema constateren druk op de meterruimte. Zelf spreken ze overigens liever over de technische ruimte. Ze zien bijvoorbeeld dat steeds meer woningen eigenlijk een 3-fase-aansluiting nodig hebben, anders kom je niet uit met de warmtepomp, zonnepanelen en het elektrisch fornuis. Ook vinden ze dat de internetaansluiting zou moeten worden geïntegreerd in de meterruimte. En ook domotica-installaties horen daar wat hen betreft in de thuis. Kortom: dat vraagt om ruimte in de meterkast.

 

Plug-and-play-installaties

“De projectontwikkelaar houdt de ruimte graag zo klein mogelijk, om zo veel mogelijk woonoppervlakte te kunnen verkopen. Vanuit de installateur is er juist de wens om de kast groter te maken: er moet ruimte blijven om alles binnen redelijke tijd te monteren.” Het tekort aan vakmensen is in die zin een belangrijk thema: om snel te kunnen werken, moeten de installaties plug and play zijn: “De afgaande groepen kun je al stekerbaar uitvoeren, waarom zou je dat ook niet doen met de aansluiting op de nutsvoorziening. Uiteraard moet die dan wel aan alle eisen en normen voldoen.”

 

Indeling meterruimte

De indeling van de meterruimte zelf zou met z’n tijd mee moeten gaan. “In een gasloze wijk hebben de woningen geen gasmeter, maar blijft de norm gelijk. Dat betekent dat de zone waar normaal de gasmeter hing, leeg moet blijven of nog voller wordt als een warmtenet wordt aangelegd. Wanneer deze ruimte niet wordt benut, blijft dit vreemd.”

 

Plek slimme meter

En zo is ook de vraag of het nog nodig is om de slimme meter op 1,60 meter hoogte te hangen. “Die plek was handig toen de meteropnemer nog langs kwam, maar dat gebeurt niet meer. Misschien moeten we wel naar een aparte ruimte voor de nutsbedrijven, die vanaf de buitenkant van de woning toegankelijk is.”

 

Installatie splitsen

Barry van der Zande is manager residential bij Hager. Ook hij constateert de grote druk op de meterruimte: “We zien er veel voordelen in om de elektrische installatie te splitsen. Met een hoofdverdeler bij de ingang van de woning en een technische ruimte op zolder. Dat scheelt niet alleen in de ruimte om te kunnen installeren, maar zorgt ook voor minder leidingwerk.”

 

Warme componenten gescheiden houden

“Je kunt de zonnepanelen, warmtepompen, opslagsystemen en andere installaties ergens achter of bovenin de woning plaatsen en die vervolgens met een dikke kabel verbinden met de meterruimte. Op die manier kun je ook de warme en andere componenten gescheiden houden. Tegelijk blijft het voor de brandweer mogelijk om snel de woning stroomloos te maken, want de hoofdaansluitingen zitten gewoon binnen drie meter van de voordeur.”

 

Nutsaansluiting buiten de woning

Business development manager bij ABB Ben Pol pleit voor een fundamentele discussie welke installatieonderdelen je binnen en welke je buiten de woning onderbrengt: “Wat mij betreft houd je wat van de netbeheerder komt buiten de woning. Nu is er een onnodig ingewikkeld proces. Als je een huis bouwt moet je eerst een bouwaansluiting aanvragen en als de woning klaar is nog een definitieve aansluiting. Waarom zou je niet direct een definitieve aansluiting krijgen? Dat is mede een probleem omdat er vaak lange wachttijden zijn voor je een nutsaansluiting hebt, de wachttijd loopt soms op tot zes maanden, terwijl het huis verder kan worden opgeleverd.”

 

Locatie aansluiting

“Ook over de locatie van de aansluiting kun je nadenken. Dat zou best een nutskast of een nutsput buiten de woning kunnen zijn. En vanaf dat punt is alles de verantwoordelijkheid van de installateur. Dat scheelt veel geld, tijd en mankracht, waaraan veel schaarste is op dit moment.”

 

Normcommissie meterruimten

Intussen denkt ook de normcommissie meterruimten na over de meterruimte van de toekomst en wat de ontwikkelingen betekenen voor de meterruimtenorm NEN 2768. Marcel Wennekes is de voorzitter. Ook de normcommissie merkt dat er de neiging is om steeds meer in de meterruimte te willen plaatsen en constateert dat dat niet lukt.

 

Te hoge temperatuur leidingwater

“Een installatie zoals een warmtepomp of de verdeler van de zonnepanelen produceert veel warmte. In de meterruimte zouden die zorgen voor een te hoge temperatuur van het leidingwater. De vraag is dan: of het water eruit, of een aparte technische ruimte maken? In de woning, of daarbuiten? Bij renovatie zou je bijvoorbeeld de energiemodules in een soort Dixie bij de achterdeur kunnen zetten.”

 

Meterruimte in technische ruimte

“In Almere zijn projecten opgeleverd waar de meterruimte in een 1,5×1,5 meter grote technische ruimte is geïntegreerd. Zo’n ruimte leidt weer tot nieuwe vragen: het is erg verleidelijk om er de grasmaaier en de tuinstoelen in op te slaan. De commissie is er nog niet uit of dat wordt toegestaan, of dat de ruimte hermetisch moet worden afgesloten.”

 

Ruimte bij gasloos en waterstof

Er zijn meer vragen: “Als een woning gasloos is, kan de meterruimte misschien wel kleiner worden. Maar als we overstappen op waterstof, is die ruimte wel weer nodig.”

 

Technische afspraken

Het brengt Wennekes tot de conclusie dat de huidige norm te star en te bepalend is om alle ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarom ziet de commissie meer in het handhaven van de huidige norm en daarin verwijzingen op te nemen naar technische afspraken (NTA’s). Het kost veel minder (procedure)tijd om die op te stellen en ze kunnen dus makkelijker worden geactualiseerd. “Ontwikkelingen die op den duur standaard worden, kun je op termijn alsnog overhevelen naar de norm.”

 

Norm voor bestaande installaties

Een ander punt zijn de bestaande installaties. Een nieuwe norm geldt alleen voor nieuwe installaties, terwijl er op dit moment veel nadruk ligt op renovaties. Moet de norm daar ook voor gaan gelden, of is het beter om een praktijkrichtlijn voor renovaties te schrijven? De commissie denkt er nog over na. Op dit moment is de normcommissie nog intern aan het werk en vervolgens volgen commentaarrondes voor iedereen. De NTA’s zouden eind 2019 beschikbaar kunnen zijn. En hoe de meterruimte er over vijf jaar uitziet? We zullen het volgen.

Dit artikel is een verkorte versie van het artikel De meterruimte van de toekomst op installatiejournaal.nl

 

Reageer op dit artikel