artikel

Proefproject verduurzamen huurwoningen: meten is weten

klimaattechniek

In een ‘pilot Energetisch renovatie’ werden drie woningen van vastgoedverhuurder Rentree uit Deventer op verschillende manieren verduurzaamd. Een vierde, vergelijkbare woning zonder ingrepen diende als referentiewoning. De hamvraag is natuurlijk: welke maatregel, of combinatie van maatregelen, levert de grootste besparing in geld op?

Proefproject verduurzamen huurwoningen: meten is weten

Tekst: Marion de Graaff

De aanleiding voor de pilot energetisch renovatie was een prijsvraag uit 2015 van de Eo Wijersstichting: “Kan de Stedendriehoek (het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen) in 2030 energieneutraal zijn?” Architect Jón Kristinsson en zijn team kwamen met een plan om bestaande woningen op een relatief simpele manier 70% energiezuiniger te maken door de installaties te moderniseren. Daarbij zou het isoleren van de woning beperkt kunnen blijven tot een basisniveau. Team Kristinsson won hiermee de publieksprijs, en de Deventerse vastgoedverhuurder Rentree wilde er graag een pilot van maken. Daarvoor werden Kimenai Installatiebeheer en Salverda Bouw als partners benaderd.  

 

Met en zonder isolatie 

Voor de pilot werden vier woningen van Rentree geselecteerd. De vier woningen zijn qua bouw identiek. Drie daarvan werden op eenzelfde manier eenvoudig geïsoleerd. De spouw werd nageïsoleerd, de zolder- en kruipruimte werden geïsoleerd er werd dubbele beglazing geplaatst. Verder werd er goede kierdichting aangebracht. De woningen kregen verschillende verwarmings- en ventilatie-installaties. Aan de vierde woning, de referentiewoning, werd niets gedaan om zo de onderlinge verschillen vast te kunnen stellen. 

De hamvraag bij de pilot was natuurlijk: welke maatregel, of combinatie van maatregelen, levert de grootste besparing in geld op? Daarvoor werden de woningen de afgelopen jaren gemonitord. De resultaten zijn terug te zien in de grafiek met het stroom- en gasverbruik vanaf 1 oktober 2016 tot 1 april 2018. 

 

Woning 1: Hybride warmtepomp

Architect en comfortabel bouwen adviseur Coraline Vester, lid van het prijsvraagteam, vertelt over de Kristinsson-woning (blauwe lijn op de grafiek): “De cv-ketel is vervangen door een hybride warmtepomp en er zijn twee lagetemperatuurradiatoren (HCCV19) aan het bestaande afgiftesysteem van radiatoren toegevoegd. De ventilatie van woonverdieping en slaapverdieping wordt lokaal geregeld met warmteterugwinning door middel van Fresh-R’s, het ventilatiesysteem dat Kristinsson zelf heeft ontworpen. De woning heeft achttien pv-panelen om het extra elektraverbruik te compenseren. De hybride warmtepomp werd aanvankelijk weersafhankelijk geregeld en leverde dus altijd warm water. Bij een warmtevraag schakelen de ventilatoren van de HCCV19 radiatoren in. Deze woning heeft uiteindelijk de meeste besparing op de energiekosten opgeleverd, maar was het kostbaarst in aanleg. De besparing in geld op de energiekosten wordt groter naarmate de gasprijs stijgt.”  

 

Woning 2: Infraroodpanelen en warmtepompboiler 

Woning nummer twee werd een ‘all-electricwoning’. Infraroodpanelen aan de plafonds zorgen voor de verwarming. De temperatuur kan per ruimte worden geregeld. Voor de tapwatervoorziening is een thermodynamische warmtepompboiler op de vliering geplaatst. Ook deze woning werd voorzien van achttien zonnepanelen. De boiler gebruikt warmte uit een warmtewisselaar die onder een van de pv-panelen is geplaatst. Verder werd ook deze woning voorzien van twee Fresh-R’s voor ventilatie met warmteterugwinning (rode lijn op de grafiek).

 

Woning 3: cv-combiketel 

Woning drie werd net zoals woningen 1 en 2 geïsoleerd, maar kreeg geen nieuw verwarmings- of ventilatiesysteem. De woning wordt verwarmd door middel van een recent geplaatste HR107 cv-combiketel, en mechanisch geventileerd met natuurlijke toevoer via roosters in het glas (groene lijn op de grafiek). 

 

Woning 4: geen na-isolatie

En dan is er nog een referentiewoning. Daar is geen (na-)isolatie aan dak, vloer of spouwen gedaan. De woning wordt verwarmd met een HR107 cv-ketel, maar op de slaapverdieping is nog enkel glas. Er is in deze woning geen mechanische ventilatie. Het energieverbruik van deze referentiewoning is alleen in het 2e stookseizoen gemeten (paarse lijn op de grafiek).

 

Pendelende warmtepomp 

Het monitoren van de installaties in de woningen leverden extra inzichten op. Installateur Ruud Kimenai over de Kristinsson-woning: “Door het energieverbruik te meten ontdekten we storingen en te lage COP’s van de warmtepomp. De warmtepomp stond te pendelden en dat verlaagt het rendement en veroorzaakt slijtage aan het toestel. We hebben daarop de temperatuurregeling en de afgiftetoestellen beter op elkaar afgestemd. Dat wil zeggen: geen weersafhankelijke regeling meer, maar een koppeling met een kamerthermostaat. Bovendien hebben we ontdekt dat er een begrenzing op het pendelgedrag van een warmtepomp moet zitten.” 

Coraline Vester: “De transmissieberekening voor de geïsoleerde woning kwam uit op een te installeren vermogen van 5 kW. Er is op dat moment inderdaad gekozen voor een warmtepomp van 5 kW, maar omdat in de praktijk alleen de woonkamer annex open keuken verwarmd worden, is het vermogen van de warmtepomp te groot met storend pendelgedrag als gevolg.” 

Bijna energieneutraal 

Over een jaar gemeten zijn de Kristinsson-woning en de IR-woning bijna energieneutraal. Vester: “Als je het energieverbruik van de referentiewoning uitgedrukt in MJ op 100% stelt, dan heeft de woning met een standaard cv en mechanische ventilatie een energieverbruik van 57%, de all-electricwoning een energieverbruik van 29% en de woning van Team Kristinsson een energieverbruik van 23%. Eenvoudige isolatie en kierdichting is wel noodzakelijk voor verwarmen met een warmtepomp.” 

In termen van gasverbruik zit de referentiewoning op 1417m3, de woning met traditionele cv-ketel en mechanische ventilatie op 635m3 en de woning van Team Kristinsson op 98m3. De all-electricwoning verbruikt natuurlijk 0m3 gas. 

 

Meer pilots nodig 

De E-Pilot heeft Rentree doen concluderen dat de investeringskosten voor een woning met een warmtepomp in combinatie met een decentraal ventilatiesysteem (nu nog) te hoog zijn. Toch heeft de pilot volgens Ruud Kimenai en Coraline Vester absoluut het nodige opgeleverd. “Meten is cruciaal. Het bracht storingen en problemen aan het licht die we vervolgens konden bijstellen. Daarom is het tweede stookseizoen veel zuiniger”, zegt Kimenai.
Vester gaat verder: “Ik zou willen oproepen om meer pilots uit te voeren. Praktijkervaring opdoen is cruciaal in de zoektocht naar goede oplossingen om de bestaande woningvoorraad te kunnen verduurzamen.” 

 

Gedrag bewoners cruciaal 

Kimenai merkt op dat het gedrag van de bewoners ook van invloed is. “Het is belangrijk om mensen te informeren over de werking en het gebruik van een installatie. Als je de IR-panelen dag en nacht aan laat staan en het raam open doet voor de frisse lucht terwijl je woning met Fresh-R’s is uitgerust, dan bespaar je niets. Gedrag is cruciaal, en voorlichting daarover is belangrijk. De eerste winst is te behalen door een woning te isoleren en kierdicht te maken. Het is belangrijk om mensen aan te sporen om de basisisolatie voor elkaar te (laten) maken, en vervolgens voor energiezuinige en goed op elkaar afgestemde installaties te zorgen. Ik denk dat we op die manier de energietransitie voor elkaar kunnen krijgen. Maar nogmaals: pilots zijn nodig om te bepalen wat de juiste ‘mix’ is. En monitor dan wat er gebeurt: dat geeft enorm veel inzicht!”

 

Meer over verduurzamen van woningen

Reageer op dit artikel