artikel

Prefab verandert verdienmodel installateur

Installatiebranche

Door prefab gaat het verdienmodel van installateurs op de schop, is de ervaring van Löwik Installatietechniek. Je verdient minder op materialen, maar kunt meer producten maken met dezelfde mensen. Bovendien gedijen monteurs met fysieke klachten beter in de werkplaats dan op de bouwplaats.

Prefab verandert verdienmodel installateur

Tekst: Joop van Vlerken

In de fabriek van Löwik worden geprefabriceerde installatiemodules gemaakt. “In onze trapmodules zijn een luchtwarmtepomp met wtw-unit, leidingenwerk, een buffervat en de verdeler voor de vloerverwarming verwerkt. Hierdoor is maar één hijsbeweging nodig op de bouwlocatie. Een andere module combineert weer het toilet met een meterkast.”

Volgens Gerben Geelen van Löwik Installatietechniek heeft het prefabriceren van installaties in de modulefabriek een belangrijk voordeel. “Je kunt meer produceren met dezelfde mensen door ze efficiënter in te zetten. En monteurs die op de bouw misschien niet meer zo goed mee komen, kunnen bij ons in de werkplaats nog prima functioneren, omdat ze geen last hebben van weersinvloeden en onder geconditioneerde omstandigheden werken.”

 

Bouwkundige kennis

Geelen heeft voor zijn werkzaamheden voor Löwik Installatietechniek jarenlang voor een aannemer gewerkt. “Die bouwkundige ervaring komt me nu goed van pas, want we maken prefab bouwkundige elementen waaraan installaties zijn toegevoegd om efficiënter te kunnen installeren.” Van de monteurs die in de modulefabriek van Löwik werken wordt meer gevraagd dan installatietechnische kennis, beaamt Geelen. “Er worden ook veel bouwkundige handelingen verricht. Maar ik denk dat iedere installateur in principe wel wat bouwkundige kennis heeft.”

 

Plug-and-play aansluitingen

De montage in de fabriek is vooral in handen van wat oudere monteurs, vertelt Geelen. “Ze hebben bijvoorbeeld slechte knieën, waardoor ze op de bouwplaats wat moeilijker kunnen functioneren. Doordat ze wat ouder zijn, hebben ze veel ervaring. Het vraagt wel even wat aanpassingsvermogen, maar uiteindelijk zijn ze er heel blij mee om in de fabriek te kunnen werken.”

Volgens Geelen wordt vakbekwaamheid in gestandaardiseerde prefaboplossingen minder belangrijk. “Het wordt allemaal veel eenvoudiger. Waar de monteur vroeger aan de slag moest met soldeerbouten en koperen leidingen is het tegenwoordig veel makkelijker. De leidingen zijn van kunststof en het aansluiten van modules is vaak plug and play. Het werk wordt misschien wat minder uitdagend, maar door de integratie met bouwkundige elementen wordt het wel weer wat afwisselender.”

 

Integratie bouw en installatie

Geelen vertelt dat door integratie meer samenwerking ontstaat tussen de verschillende disciplines op de bouw. “Hierdoor ben je als installateur eerder betrokken bij projecten en kun je je kennis inbrengen. Vroeger moest je maar zien hoe je de leidingen en je spullen erin kreeg, maar door de integratie lukt dat veel beter. Het is ook belangrijk omdat het hierdoor een gezamenlijke ontwikkeling wordt van bouwers en installateurs.”

 

Productietijd prefabmodules

Behalve deze voordelen, zijn er natuurlijk ook nadelen aan prefabricage, bevestigt Geelen. “Je hebt te maken met deadlines en de productietijd van de prefabmodules. Op een gegeven moment kun je geen wijzigingen meer doorvoeren, maar datzelfde geldt ook voor de vloeren, wanden en andere materialen. Vroegtijdige afstemming met de betrokken bouwpartners is dus van groot belang.”

 

Modules met vaste afmeting

Een ander punt dat als nadeel kan worden gezien, is de inflexibiliteit van de bouwkundige modules. Geelen: “De modules die wij ontwerpen hebben een vaste afmeting. Gelukkig blijkt dat de markt behoefte heeft aan standaardisatie en vallen de gestandaardiseerde modules goed, ook architecten reageren enthousiast.”

Nu is een installateur nog een urenfabriek, waarin alle kosten zijn verwerkt.

Kostprijsverlaging door standaardisatie

Dat de modules populair zijn, heeft volgens Geelen veel te maken met de snelheid waarmee ze geproduceerd kunnen worden en de prijs. “Belangrijk is dat door standaardisatie kostprijsverlaging mogelijk is. Het zijn producten waarvan we er snel veel kunnen maken. Je hoeft niet de hele woning standaard te maken, maar bepaalde onderdelen dus wel. Vergelijk het met het onderstel dat ontworpen wordt voor de Volkswagen-groep. Daar kan een Audi op, een Skoda en een Volkswagen, maar het zijn toch allemaal eigen merken met een uniek design. Dat geldt voor de woningen waar onze modules in toegepast worden ook.”

 

Besparing door seriematige productie

Als je begint met prefabriceren op locatie is het niet meteen goedkoper, waarschuwt Geelen. “Je moet eerst investeren voordat je seriematig kunt produceren. En je moet samenwerken met andere partijen in de keten, anders lukt het niet. Je hebt de hele keten nodig om dit goed voor elkaar te krijgen.”

 

Minder mensen op de bouwplaats

Naast de besparing door seriematige productie bespaart Löwik ook doordat ze minder mensen op de bouwplaats nodig hebben. “We monteren de modules in één dag op de bouwplaats, compleet met vloerverwarming en de e-installatie als de klant dat wil.” Voor de monteurs wordt het werk zo ook leuker, denkt Geelen. “Als je in de ruwbouw werkt, zit je vaak in weer en wind en is de bouwplaats een modderbad. Nu zitten we veel meer aan de achterkant, de afbouw.”

 

Kast met standaardinstallaties

De installatiekast van Löwik is eigenlijk niet veel meer dan een kast waarin de standaardinstallaties zo goed mogelijk verwerkt zijn, bevestigt Geelen. “Dat heeft te maken met garanties. Als ik de omkasting van een warmtepomp of een ventilatie-unit weghaal, vervalt de garantie door de fabrikant. Dat willen we natuurlijk voorkomen. Maar dat is wel een punt waar nog verbetering mogelijk is. Die ijzeren kasten kunnen in principe weg. Dat is ook nog eens goed voor het milieu en zorgt voor minder materiaalgebruik. Maar daar is wel een betere samenwerking met de leverancier voor nodig. Het zou er bijvoorbeeld al mee kunnen beginnen dat ze minder verpakkingsmaterialen zoals karton en piepschuim gebruiken.”

 

Prefab is trend

Het verwerken van prefabinstallaties in bouwkundige modules zal steeds vaker voorkomen, waarmee er op de bouwplaats minder werk voor de installateur overblijft. Geelen: “Het verdienmodel van installateurs gaat op de schop, maar daar willen de meeste bedrijven in onze sector nog niet aan. Je ziet steeds meer prefab-trends. De vloerenfabrikant maakt leidingen in de kanaalplaatvloer en wanden worden kant en klaar opgeleverd met stopcontacten en alles. Hierdoor kan de installateur minder omzet uit zijn materialen halen. Dat gaat echt snel veranderen. Nu is een installateur nog een urenfabriek, waarin alle kosten zijn verwerkt. Maar doordat hij steeds minder marge op materialen kan maken moet hij op een andere manier naar zijn werk kijken. Je moet waarde kunnen toevoegen in het bouwproces, dan ben je rendabel.”

 

 

Reageer op dit artikel