artikel

De energieprestatievergoeding: niet goed? geld terug!

energie

De Energieprestatievergoeding (EPV) biedt kansen voor marktpartijen die de prestaties van energiemaatregelen durven te garanderen. Voor huurders kost het per saldo niets, omdat de energierekening grotendeels wegvalt. Langjarige garantie op de energieprestatie is een belangrijke voorwaarde.

De energieprestatievergoeding: niet goed? geld terug!
27 grondgebonden NOM-woningen in Geerpark, Vlijmen (gemeente Heusden), opgeleverd in 2016 in opdracht van woningcorporatie Woonveste. De huurders betalen naast de maandelijkse huur een EPV van €100 tot €120. Met deze vergoeding heeft de corporatie de meerkosten voor NOM (ten opzichten van EPC 0,4) kunnen financieren. (foto Woonveste).

Tekst: Henk Bouwmeester

De Energieprestatievergoeding (EPV) is in 2016 wettelijk vastgelegd. Met deze regeling kunnen woningcorporaties de kosten van energiemaatregelen in rekening brengen bij hun huurders.

 

Split incentive

Energiemaatregelen in huurwoningen zijn altijd lastig te financieren. De kosten zijn immers voor rekening van de eigenaar van de woning (dus de verhuurder), terwijl de huurder profiteert van een lage energierekening.
Deze ‘split incentive’ kan worden opgelost als we kijken naar de totale woonlasten. Als de energierekening lager is, kan de huurder immers een vergoeding betalen, zodat de verhuurder de investeringen in energiemaatregelen terugverdient. Voor de huurder is het lood om oud ijzer. Zolang de totale woonlasten maar niet hoger zijn dan anders.

 

Energiemaatregelen: niet goed? geld terug!

In zo’n businesscase is het essentieel dat de getroffen energiemaatregelen doen wat ze moeten doen. Vooral in financieel opzicht. De vergoeding die de verhuurder maandelijks in rekening brengt, moet je als huurder daadwerkelijk besparen op de energierekening. Niet goed? Geld terug! Mooie praatjes vullen geen gaatjes.
De verhuurder verlegt de aansprakelijkheid voor die garantie in negen van de tien gevallen naar zijn leveranciers. Ook die moeten doen wat ze beloven. Niet alleen bij levering, maar gedurende de gehele exploitatietermijn. Dat legt een druk op aannemers en/of installatiebedrijven, maar biedt evenzeer nieuwe kansen voor wie zo’n garantie durft te geven.

 

EPV uitkomst voor woningcorporaties

Met de Energieprestatievergoeding (EPV) is dit principe verankerd voor woningcorporaties. De huurder betaalt een veel lagere energierekening. Uit die besparing betaalt hij een vergoeding aan de verhuurder die daarmee het huis zeer energiezuinig maakt. Daarbij is het essentieel, dat de EPV wettelijk losstaat van de huur. De EPV heeft dus geen invloed op de regelingen voor passende toewijzing en ook niet op de huurtoeslag die de huurder, afhankelijk van zijn inkomen, kan krijgen van de Belastingdienst. Woningcorporaties kunnen de kosten voor energiemaatregelen met de EPV terugverdienen, terwijl de woning voor dezelfde doelgroep betaalbaar en beschikbaar blijft. Soms lukt het zelfs om de totale woonlasten voor de huurder te verlagen.

 

Nul-op-de-meterwoning

De EPV mag worden ingezet bij aardgasvrije nul-op-de-meterwoningen (NOM). Het kan gaan om nieuwbouw en om renovatie, all-electric en woningen op een warmtenet. Maatgevend is, dat gebruik en productie van elektriciteit elkaar op jaarbasis in balans houden. De wetgever heeft nauwkeurig vastgesteld wanneer in dit verband sprake is van een nul-op-de-meterwoning (zie kader).
In de praktijk zie je, dat bij nul-op-de-meterrenovatie de totale woonlasten na renovatie maximaal gelijk zijn aan die ervoor. Daar wordt de cashflow uit het energiedomein in feite overgeheveld naar het huurdomein waarmee de corporatie extra ruimte schept voor investeringen in de woning. Bij nieuw te bouwen huurwoningen zie je dat de energierekening in vergelijkbare woningen met een EPC van 0,4 (conform Bouwbesluit) meestal hoger is dan de EPV in een NOM-woning.

Een nul-op-de-meterwoning

  • heeft een warmtevraag van maximaal 50 kWh/m2.jaar. Dit wordt na oplevering door een gecertificeerd bureau vastgesteld.
  • levert (daadwerkelijk) voldoende duurzame energie:
    • om daarmee de woning te verwarmen
    • plus alle hulpenergie (voor pompen en ventilatoren)
    • plus een bundel van 26 kWh/m2.jaar voor huishoudelijke apparaten
    • plus een bundel van 15 kWh/m2.jaar voor warm tapwater

Dit wordt door monitoring vastgesteld.

 

NOM ≠ nota nul

Het is belangrijk te beseffen dat nul op de meter niet gelijk is aan nul op de nota. De huurder krijgt alsnog een maandelijkse energierekening voor bijkomende kosten, waaronder de vaste aansluitkosten. Als de huurder anders verwacht, zal de nota hem onaangenaam verrassen. Ook als het elektriciteitsgebruik groter is dan waarop bij aanvang is gerekend, moet de huurder bijbetalen. Op 1 januari 2020 vervalt bovendien de huidige salderingsregeling voor levering van zonnestroom. Dan moet de huurder met een PV-dak dus ook gaan afrekenen over het saldo tussen gebruik en levering. De corporatie moet de huurder daarover informeren.

 

Achteraf betalen vergoeding

De huurder is de EPV alleen verschuldigd als de woning aan het eind van een seizoen daadwerkelijk nul op de meter (of beter) is. Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddeld klimaat en een gemiddeld gebruik. Om dat te beoordelen, worden productie en gebruik (huishoudelijk en gebouwgebonden) van energie gemonitord. De verhuurder moet de huurder informeren over de uitkomsten daarvan. Daarbij geldt het volgende:

  • Als in een zeker jaar de productie van duurzame energie de vraag niet volledig dekt omdat de zon minder schijnt dan gemiddeld (volgens statistieken van het KNMI), dan moet de huurder waarschijnlijk bijbetalen aan het energiebedrijf, maar blijft hij de EPV evengoed verschuldigd.
  • Als de nul niet wordt gerealiseerd doordat de huurder de energiebundels voor huishoudelijke apparaten en/of warm tapwater overschrijdt, geldt hetzelfde: hij moet bijbetalen aan het energiebedrijf, maar is de EPV toch ook gewoon verschuldigd.
  • Als de nul niet wordt gehaald door gebreken in de woning, bijvoorbeeld een storing of uitval van PV-panelen of een gebrekkig functionerende warmtepomp, dan ligt de schuld bij de verhuurder en moet de corporatie de EPV over het hele jaar aan de huurder terugbetalen.

 

Schriftelijke overeenkomsten

De EPV wordt in een schriftelijke overeenkomst tussen de huurder en woningcorporatie vastgelegd. De partijen maken hierin afspraken over de hoogte van de EPV, de gegarandeerde energieprestatie van de woning, de manier waarop monitoring plaatsvindt en de medewerking die de huurder daaraan moet geven. Op haar beurt legt de woningcorporatie de garantiebepalingen vast in overeenkomsten met haar leveranciers. Vaak ligt de langjarige garantie voor kwaliteit van de gebouwschil bij de aannemer.

 

Nieuwe kansen voor installatiebedrijven

Voor installatiebedrijven ontstaan hiermee nieuwe kansen voor het verlenen van langjarige garanties voor alle installatietechniek: verwarming, koeling, warm water, ventilatie en zonne-energie. Bedrijven met voldoende omvang en stabiliteit kunnen ontwerp, levering, installatie, monitoring, onderhoud en vervanging in één contract aanbieden aan woningcorporaties.
De EPV biedt een wettelijk kader om daarvoor een sluitende businesscase te maken. Het kan bedrijven een continue en zekere stroom van werk opleveren. Maar terwijl er miljoenen corporatiewoningen op een integrale opknapbeurt wachten, zijn er tot nu toe nog maar enkele honderden NOM-woningen met de EPV tot stand gebracht. Ook zijn er nog maar weinig bedrijven die zich met een goed en integraal aanbod op deze markt storten. Laten we niet teveel kansen liggen?

 

 

Reageer op dit artikel