artikel

Energieneutraal renoveren: hoe doe je dat?

energie

Energieneutraal bouwen en renoveren staat op dit moment volop in de belangstelling. Veel woningcorporaties willen hun woonvoorraad BENG-proof maken. Maar ook particulieren willen hun woning verduurzamen. Dan is het zaak als installateur de juiste adviezen te kunnen geven.

Energieneutraal renoveren: hoe doe je dat?

Tekst:  Harmen Weijer

De praktijkcursus ‘Energieneutraal bouwen en renoveren’, georganiseerd door Stichting Kern, wil installateurs en aannemers wegwijs maken in het oerwoud van energetische én financiële beslissingen. De cursus is in 2013 in Nederland geïntroduceerd in het kader van het Europese project PassReg. Dit project ondersteunde veertien Europese regio’s om een versnelling te bewerkstelligen van bijna energieneutrale gebouwen, BENG, ofwel nZEB’s in Europese termen.

 

Kennis Passiefhuis, BENG en NOM

Kennisoverdracht was hoofddoel van dit project, waarvan de cursus een van de uitingen is, vertelt één van de drie docenten. Carl-peter Goossen: “De cursus bestond al in Duitsland en is vertaald voor de Nederlandse markt. Het geeft installateurs een goed inzicht hoe gebouwen energiezuinig gebouwd of gerenoveerd kunnen worden. Het combineert passiefhuistechnologie met BENG en nul-op-de-meter (NOM).” De drie docenten kennen de markt als geen ander; aan hen de vraag: wat hebben installateurs nu echt aan zo’n cursus?

 

Verwarmingssystemen overbodig

Bij een goede bouwkundige schil, lees: goed geïsoleerd en kierdicht, en energiezuinige balansventilatie is het benodigde installatievermogen nog maar een tiende van datgene waar nu nog mee gerekend wordt, stelt Goossen. “Die pieklast is nog maar 10W per m2. Als je dat niveau hebt bereikt, is het vermogen van de ventilatie, die nodig is voor het verversen van de binnenlucht, voldoende, om je huis te verwarmen. Dan zijn verwarmingssystemen als vloerverwarming, convectoren en radiatoren overbodig.”

 

Afstemmen gebouwschil, gebruik en installaties

Alles valt of staat met de afstemming van de gebouwschil, gebruik en installaties. Dat vereist integraal ontwerp en uitvoering, zo legt Goossen uit. “Bij een nZEB-woning wekken ramen meer warmte door zoninstraling op dan ze verliezen. Woningen die nu worden gebouwd conform Bouwbesluit verbruiken +/-70 kWh/m2 per jaar. Maar ze verliezen nog steeds te veel warmte door de ramen en kieren. nZEB-technologie integreert de bouwkundige aanpak met installatietechnische oplossingen. Hiermee wordt energieneutraal bouwen en renoveren betaalbaar en levert een optimaal comfort.”

 

Rekenen met ISSO 51

Tot zover de overduidelijke theorie maar in de praktijk werkt het toch anders, weet Goossen uit eigen ervaring. “Veel installateurs die wij in de cursus krijgen, werpen mij al heel snel toe dat ze, als zij berekeningen maken conform ISSO 51, veel meer vermogen nodig hebben. Deze installateurs begrijpen het energetische samenspel in een gebouw onvoldoende en hebben alleen de achterflap van de ISSO 51 gelezen, terwijl de publicatie wel degelijk richting geeft voor energieneutraal bouwen. Op die achterflap staat de berekening zoals die in 1995 is ingezet met bijvoorbeeld de nachtverlaging: ’s avonds zet de bewoner de temperatuur eigenhandig terug met de thermostaat. Maar in BENG- of passiefhuiswoningen, zowel nieuwbouw als gerenoveerd is dat niet meer aan de orde en volstaat een zeer klein afgiftevermogen.”

 

Waterzijdig inregelen en tochtprofielen vervangen

De inhoud van deze cursus is helemaal niet nieuw en toch wordt deze kennis niet op grote schaal ingezet. Goossen denkt daarvan wel de oorzaken te weten. “Installateurs werken vaak op basis van: ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Dus leggen ze de woning uit op veel meer dan voldoende ventilatie, te veel. Want het kost veel te veel energie. Sterker nog: als wij in Nederland alle onderhoudsmonteurs de opdracht meegeven om alle tochtprofielen van deuren te vervangen en we leren ze waterzijdig inregelen, dan kan Groningen rustig ademhalen. Want dan hebben we het Slochterengas niet meer nodig.”

 

Energiebesparingspotentieel niet benut

Omdenken is echt nodig. De ingesleten verzuiling in de bouw zorgt er voor dat dit energiebesparingspotentieel niet wordt benut, stelt Clarence Rose. Zij is één van de docenten van de praktijkcursus en voorzitter van Stichting Kern. “Daarmee bedoel ik dat de verschillende disciplines in de bouwkolom te weinig kennis hebben van de andere vakgebieden. Daardoor werken ze langs elkaar heen, dekken zich in voor mogelijk risico en zien ze juist de kans op synergie over het hoofd”, aldus Rose.

 

Integraal ontwerpen en bouwen

De echte oplossing is integraal ontwerpen en bouwen: architect, constructeur, bouwer en installateur zitten voor een project met elkaar om tafel. Goossen: “Dan worden alle mogelijkheden meegenomen. De architect moet rekening houden met maximale daglichtinval. Daarna kijk je naar een veilige constructie – denk ook aan brandveiligheid, gevolgd door binnenklimaat en ventilatie. Meestal is vrije koeling dan ten slotte voldoende om oververhitting te voorkomen.”

 

Sturing op zonlichtinval

Maar Goossen constateert dat bij veel nul-op-meterwoningen, zowel nieuwbouw als renovatie, te weinig op zonlichtinval wordt gestuurd. “Dat komt omdat in de EPG-berekening het raam slechts als verliespost wordt gezien. Ik geef vaak aan dat woningen van zoveel mogelijk glas op het zuiden moeten worden voorzien. Dan wordt vaak tegengeworpen dat er oververhitting dreigt. Dat is echter met een juiste overstek niet aan de orde.”

 

NTA 88100 ‘Energieprestatie van gebouwen’

Met de komst van de NTA 88100 ‘Energieprestatie van gebouwen’ wordt het stelsel Energieprestatie Gebouwen vervangen door een eenvoudige, transparante bepalingsmethode voor energieneutrale gebouwen die bruikbaar is in de bouwregelgeving.

Deze wordt ontwikkeld door de NEN in samenwerking met de markt, waaraan ook docenten van Stichting Kern hun medewerking verlenen. “Hoe dan ook vergt energieneutraal bouwen van de installateur bouwkundig inzicht, maar ook andersom: de bouwkundige moet rekening houden met de installaties. Dat is primair de bedoeling van deze cursus.”

 

Cv-ketel bij passiefrenovatie

Die interdisciplinaire samenwerking is echter nog lang niet altijd een standaardprocedure, merkt Goossen in de praktijk. En omdat installateurs geen gezeur achteraf willen, worden zelfs bij passiefrenovaties cv-ketels geïnstalleerd.

Goossen: “Maar inmiddels zijn fabrikanten van bijvoorbeeld warmtepompen zover dat ze alleen garanties op een goed werkende warmtepomp afgeven als de woning goed is geïsoleerd. Zodat niet achteraf bij een niet goed genoeg geïsoleerde woning naar de fabrikant of installateur gewezen wordt. Want de woning moet bouwkundig in orde zijn.”

 

Praktijkcursussen broodnodig

Om integraal ontwerpen en bouwen bij installateurs tussen de oren te krijgen zijn praktijkcursussen als deze broodnodig, stelt Clarence Rose. “De meeste bedrijven in de installatiebranche zijn mkb’ers, en druk bezig met overleven. Die zijn niet bezig met her- of na-opleidingen. Of ze hebben geen gevoel voor bouwkundige oplossingen. Maar een praktijkcursus kan daar wel in helpen. Onze docenten zijn experts uit de markt. Ze zijn dagelijks met projecten bezig die herkenbaar zijn voor installateurs.”

 

Rendement energetisch bouwen en renoveren

Naast de praktische aspecten die komen kijken bij een energieneutrale aanpak is het financiële rendement van energetisch bouwen en renoveren onderdeel van deze cursus. Met een nauwkeurige energiebalansberekening met de nZEB-tool/PHPP kunnen de te verwachten energieverbruiken en -kosten in beeld worden gebracht. De nZEB-tool is de Nederlandse versie van het PassiefHuis ProjecteringsPakket, PHPP, een bouwfysische rekenmethode die in de jaren negentig speciaal werd ontwikkeld om voor passieve gebouwen in de ontwerpfase de energievraag te bepalen en de juiste beslissingen te nemen op het gebied van energie-efficiëntie.

 

Bouwkosten en lokale kosten meenemen

“De investeringskosten zouden standaard moeten worden afgewogen tegen de resulterende gebruikerskosten”, vertelt Henk Wegkamp. Hij is de derde, vaste docent van de cursus en mede-eigenaar van adviesbureau Dantuma-Wegkamp.

Wegkamp: “De kosten kun je wel handmatig doorrekenen, maar om dat te vereenvoudigen hebben we een programma ontwikkeld waarin bij de energiebalansberekening ook de bouwkosten meegenomen worden. Daarnaast zijn ook lokale kosten, zoals vergunningen, rioolheffing, onroerend goedheffing, afvalstoffenheffing, mee geprogrammeerd tot op eigen lokaal niveau. Zodoende kan een gebouweigenaar uitrekenen wat het reële rendement is van een passiefhuis-investering. Per onderdeel kan hij finetunen en keuzes maken. Bijvoorbeeld: hij kan zijn vloer net zo ver isoleren totdat het rendement positief en zinvol is.”

 

Levenscycluskosten versus epc-berekeningen

Het bijzondere is dat deze manier van berekenen bij zowel aannemers als installateurs niet direct wordt begrepen, maar wel bij particulieren. Wegkamp noemt dezelfde redenen als zijn collega-docenten: “Aannemers en installateurs zijn te veel gericht op epc-berekeningen. Particulieren hebben die beroepsdeformatie niet en zien het meteen.”

 

Netto contante waarde product

Wegkamp beseft ook terdege dat een bouwfysicus niet direct kennis in huis heeft om de netto contante waarde van een product te kunnen berekenen. “Ik heb naast bouwkunde ook bedrijfskunde gestudeerd, dus ik heb die kennis wel meegekregen. Maar dat is niet het vakgebied van installateurs. Als je echter de investering nu en de baten in de toekomst wel kunt bepalen, is de uitleg richting klant een stuk makkelijker.”

 

Ontwerpvraagstukken intelligent oplossen

De levenscycluskosten zijn een belangrijke drijfveer voor energetisch bouwen, aldus Rose. Maar de cursus belicht nog een ander belangrijk aspect, vindt Rose: integrale samenwerking is nodig om de beoogde energieambitie op een kwalitatief hoog niveau haalbaar te maken maar ook om de investeringskosten te beperken. “In een interdisciplinair ontwerpteam kunnen ontwerpvraagstukken intelligent worden opgelost. Een gestroomlijnd ontwerp- en bouwproces neemt risico’s weg en leidt direct tot lagere bouwkosten, en beslist niet alleen omdat er veel minder faalkosten ontstaan.”

 

Inzicht in financiële baten

Het inzicht in niet alleen de energetische en milieuvoordelen maar ook financiële baten is belangrijk, juist in deze tijd, constateert Wegkamp. Want hoewel er nog veel bedrijven aan het overleven zijn, zien veel aannemers en installateurs de markt snel aantrekken en willen er nu van profiteren. “Veel bedrijven hebben wel speciale werknemers voor de energietransitie in dienst, maar de marktsituatie doet bedrijven weer teruggrijpen naar oude en vooral bekende technieken. Velen installeren weer cv-ketels terwijl we juist op warmtepompen moeten inzetten. Maar dat is ook logisch: minder kosten en minder risico’s.”

 

Korting op warmtepompen

Net als Goossen ziet Wegkamp wel een positieve beweging hierin, maar die wordt voornamelijk gestimuleerd door importeurs en groothandels. “Ik zie dat importeurs en groothandels langzaam maar zeker af willen van de korting op inkoopquota. Ze willen naar korting op basis van bewezen kennis. Als een installateur korting wil op warmtepompen, moet hij aantonen dat hij deze kundig kan installeren. Dat geeft aan dat fabrikanten bang zijn dat ze hun innovatieve producten niet verkocht krijgen, om de simpele reden dat ze niet juist geïnstalleerd worden”, aldus Wegkamp.

 

Meer weten?

Bezoek de vakbeurs Renovatie, 23 tot en met 25 mei, Brabanthallen in ‘s-Hertogenbosch

Vakbeurs voor verbetering van bestaande woningen & utiliteitsgebouwen

 

 

Reageer op dit artikel