artikel

Installateur spilfiguur bij verduurzaming bestaande woning

energie

De renovatieopgave voor de bestaande bouw is aanzienlijk en installateurs kunnen daar een grote rol in spelen, zegt Haico van Nunen, lector duurzame renovatie aan de Hogeschool Rotterdam en adviseur bij de BouwhulpGroep. De adviesrol voor de installatiesector wordt steeds belangrijker. “Het beroep installateur gaat veel meer inhouden dan alleen maar pijpen aan elkaar maken.”

Installateur spilfiguur bij verduurzaming bestaande woning

Tekst:  Joop van Vlerken

 

“In 2045 hebben we volgens het CBS 8,5 miljoen woningen nodig. 90 procent van de woningen die er nu staan, staan er in 2045 nog. Nieuwbouw is heel belangrijk, maar het kan uiteindelijk niet voorzien in de woningbehoefte. Daarom is renovatie zo belangrijk.”

Aan het woord is Haico van Nunen, lector duurzame renovatie aan de Hogeschool Rotterdam en adviseur bij de BouwhulpGroep. Hij legt uit hoe groot de verduurzamingsopgave in de bestaande bouw is. “Al die bestaande woningen moeten ook in 2045 energieneutraal zijn. En ook de woningen die nu gebouwd worden waar nog gewoon een cv-ketel in zit, zullen voor die tijd gemoderniseerd moeten worden.”

 

Installaties oplossing voor energetische verbetering

Een groot deel van de energetische verbetering zal van installaties moeten komen, denkt Van Nunen. “Het is natuurlijk slim om zo goed mogelijk te isoleren, maar dat hoeft niet ten koste te gaan van alles. Een complete muts om een huis heen zetten is energetisch gezien verstandig, maar het is erg duur en esthetisch gezien niet altijd de meest fraaie oplossing. Ik zou dus zeggen, draai het eens om: isoleer zo goed als je kunt en los de rest op met installatietechnische maatregelen.”

 

Rol installateurs verandert

Van Nunen ziet dan ook voldoende kansen voor installateurs in de verduurzamingsopgave voor de bestaande bouw. Maar hij denkt wel dat de rol van installateurs verandert. “Ik zie meerwaarde voor adviserende partijen, die de consument kunnen helpen bij het maken van keuzes omtrent de verduurzaming van zijn woning. Aan partijen die alleen iets komen maken, heeft de consument niet zo veel. Je moet als installateur in staat zijn het gesprek aan te gaan met de particuliere woningeigenaar of woningcorporatie over ingewikkelde kennis.”

Kennis duurzaam verwarmen nu in huis halen

Bedrijven kunnen zich onderscheiden door deze kennis nu in huis te halen, vertelt Van Nunen. “Voor grote bedrijven is dit wat makkelijker te organiseren, maar ook voor kleine bedrijven is het erg belangrijk. Het is de enige manier om in de nabije toekomst onderscheidend te zijn. De bedrijven die zich nu in deze materie verdiepen, zijn de bedrijven die over tien jaar nog bestaan. Het ziet er namelijk naar uit dat we van het gas af gaan, ook in de bestaande woningvoorraad. En een groot deel van de hedendaagse praktijk is nog gebaseerd op een gasketel.”

 

Installateurs geprekspartner consument

Voor installateurs sluit de adviserende rol volgens Van Nunen mooi aan bij bestaande capaciteiten. “Binnenklimaat en comfort zijn de specialismen van de installateur. Ze zijn het gewend om met mensen in gesprek te gaan over hun behoeften en zijn daar beter in dan aannemers. Het beroep installateur gaat daarom veel meer inhouden dan alleen maar pijpen aan elkaar maken.”

 

Warm tapwater grootste uitdaging

De grootste uitdaging voor de bestaande woningvoorraad zit volgens van Nunen niet per se in verwarming van woningen, maar eerder in warm tapwater. “In een appartement is warm tapwater een veel grotere uitdaging dan verwarming. Want waar moet je in een toch al krap appartement een voorraadvat van 200 liter kwijt? Waar vroeger het wasrekje stond moet nu een boilervat komen, dat ervaren mensen als een inbreuk.”

 

Warmtenetten niet afschrijven

Naast ruimte is geld een belangrijke hindernis voor opschaling in de bestaande bouw, legt Van Nunen uit. “Technisch gezien kan er heel veel, maar de prijs blijft een belangrijk punt. Om die reden is het onverstandig om warmtenetten af te schrijven. Zeker voor bestaande appartementen in binnenstedelijke gebieden blijft het warmtenet een reële optie. Hier zijn individuele warmtepompen vaak lastig aan te brengen en is de ruimte in de woning beperkt. Daarom zijn warmtenetten voor dit type woningen een aantrekkelijke oplossing.”

 

Infrastructuur basis voor keuze

Het is daarom verstandig dat woningcorporaties en andere woningbeheerders goed naar de bestaande infrastructuur kijken, denkt van Nunen. “Het is logisch om aan te sluiten op een bestaand warmtenet waar dat mogelijk is. De vraag is natuurlijk of deze warmte vervolgens wel duurzaam opgewekt wordt. Maar dat is iets waar in de toekomst nog naar gekeken kan worden. Als CO2-uitstoot de maatstaf is, kan het warmtenet in ieder geval een goede oplossing zijn.”

 

Gaskraan dicht vanaf 2030?

Belangrijk is volgens hem dat gemeenten, woningcorporaties en andere belanghebbenden nu al keuzes maken voor de toekomst. “De vraag is hoe je de transitie gaat uitrollen. We stoken nu bijna allemaal nog op aardgas. Zeg je dan: ‘Vanaf 2030 draaien we de gaskraan dicht.’ Of doe je het juist heel geleidelijk? Het is heel belangrijk om nu te kijken welke infrastructuur op welke plekken aanwezig is en van daaruit te kijken wat er mogelijk is. Vervolgens maak je dan de keuze of je een woning all-electric gaat maken of dat de aansluiting op een warmtenet verstandiger is. En daaruit volgen de bouwkundige voorwaarden voor de woning.

 

All-electric versus warmtenet

Maar voor het maken van deze keuzes is regie nodig, zodat voor iedereen duidelijk is welke kant we opgaan en er knopen doorgehakt kunnen worden.” De keuze voor een warmtenet heeft bij een renovatie andere gevolgen dan het all-electric maken van een woning, legt Van Nunen uit. “Grof gesteld kun je zeggen dat een all-electric woning veel bouwkundige ingrepen nodig heeft, en een warmtenet-woning de CO2-reductie juist uit de installatietechnische ingrepen haalt.”

Hybride wamtepomp goede eerste stap

In de transitie naar een gasloze woningvoorraad kan de hybride warmtepomp volgens Van Nunen een goede tijdelijke oplossing zijn. “Met een hybride warmtepomp verstook je minder gas en stoot je dus minder CO2 uit. Maar het is een ongeschikte oplossing om een woning helemaal CO2-vrij te maken. Je moet dus goed voor ogen houden waar je naartoe wilt. Als je nu je huis gaat opknappen en een hybride warmtepomp plaatst, levert dat nu een besparing op van 30 tot 40%, maar over 20 jaar is dan weer een extra stap nodig om je huis helemaal energieneutraal te maken.”

 

In stappen naar energieneutraal

Een stap-voor-stap-oplossing, waarbij mensen in verschillende fases hun huis energieneutraal maken, is volgens Van Nunen een verstandig idee. “Je moet nu je koers uitzetten en deze getrapt uitvoeren. Vooral voor particulieren werkt een geleidelijke overgang beter, want wie heeft er nu in één keer 90.000 euro over om zijn huis energieneutraal te maken. En als je het al hebt, staat het waarschijnlijk laag op je prioriteitenlijst. Daarom is een componentenaanpak veel logischer. Je investeert dan 10.000 tot 20.000 euro per keer en sluit aan bij de behoefte van dat moment. Pak bijvoorbeeld het dak aan als je kinderen krijgt en de zolder wilt verbouwen.”

 

Regelgeving dwingt tot verduurzaming

Van Nunen denkt ook dat mensen langzamerhand worden gedwongen om hun woning aan te pakken. “Er gaan in de regelgeving waarschijnlijk dingen veranderen, waardoor je bijvoorbeeld een hogere hypotheekrente moet betalen voor een heel energieverslindend huis. Of het gebruik van aardgas wordt veel zwaarder belast, waardoor het onaantrekkelijk wordt. Dan moeten ook particulieren mee in het energiezuinig maken van hun woning”, besluit hij.

Reageer op dit artikel