‘Zet BENG en MPG niet tegenover elkaar’

Vergunningsaanvragen voor nieuwbouw moeten sinds het begin van dit jaar voldoen aan de BENG-eisen. Daarnaast worden aankomende zomer de teugels van de MPG strakker aangetrokken. Zowel voor de energie als voor de materialen gelden steeds strengere eisen. Wat betekent dat voor installatietechniek en installateur?

In dit artikel: wat is BENG • wat is MPG • aanscherping MPG • milieu-impact zonnepanelen • materialendatabase • categorie-1 data • categorie-2 data • straftoeslag MPG • milieu-impact isolatie • gevolgen voor installateur • wet Kwaliteitsborging • toekomst BENG en MPG

BENG en MPG

Hoe zat het ook alweer met BENG en MPG? In een notendop: de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) zijn gebaseerd op Europese wetgeving en gelden sinds 1 januari van dit jaar. Bouwbedrijven die een bouwvergunning aanvragen zijn sindsdien wettelijk verplicht om een berekening toe te voegen (ter vervanging van de EPC-berekening), die aantoont dat het gebouw aan de BENG-eisen voldoet. Die rekenregels worden tegenwoordig ook toegepast om de energieprestaties van bestaande gebouwen te classificeren, al hoeven deze niet aan de BENG-eisen te voldoen.

Milieubelasting van materialen

Met andere woorden: de BENG heeft alles te maken energieprestaties van gebouwen. De MPG (Milieuprestatie Gebouwen) gaat juist over de milieubelasting van materialen die in een gebouw worden gebruikt. Hoe lager de MPG-score, hoe duurzamer het materiaalgebruik in gebouwen. Sinds 1 januari 2018 geldt een maximum grenswaarde van 1,0, voor woningen (en kantoren groter dan honderd vierkante meter). Op 1 juli van dit jaar worden de teugels echter aangetrokken tot een maximale grenswaarde van 0,8.

Eerste aanscherping MPG

Is dat ingrijpend? Nee, zegt Harm Valk, senior adviseur energie en duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs. “In 90 procent van de gevallen kan men gewoon blijven bouwen zoals ze het gewend zijn”, zegt hij. “De meeste nieuwbouwprojecten behalen namelijk een MPG-waarde tussen de 0,6 en 0,8. Alleen als je ongelukkige keuzes maakt voor je casco, binnenwanden, gevels én kozijnen moet je wellicht het een en ander aanpassen, maar in principe verandert er bij deze eerste aanscherping nog weinig.”

BENG, MPG en zonnepanelen

Tot en met 2030 zal de maximale grenswaarde van de MPG echter steeds verder worden verlaagd, tot een grenswaarde van 0,5. Dán wordt het op een keer wel serieus en spannend, zegt Valk, zeker als je er rekening mee houdt dat de BENG-eisen wellicht ook nog worden aangescherpt. “Dan zullen er echt andere keuzes moeten worden gemaakt om zowel aan de BENG- als de MPG-eisen te kunnen voldoen.”

Milieu-impact van zonnepanelen

Dat spanningsveld is het beste te illustreren aan de hand van zonnepanelen. Valk: “Dat zijn hartstikke slimme dingen, die we keihard nodig hebben in de energietransitie, maar ze hebben wel een behoorlijke milieu-impact. Stel: je kiest ervoor om een nieuwbouwwoning elektrisch te verwarmen, maar een warmtepomp is (om wat voor reden dan ook) geen optie. Dan heb je een dak vol PV-panelen nodig om het elektriciteitsgebruik te compenseren. Dan voldoe je weliswaar aan de BENG-eisen, maar kom je in de knel bij de MPG. Dergelijke projecten komen nu nog nét uit, maar die gaan heel snel buiten de boot vallen. Dat heeft enerzijds te maken met de schaarse metalen die in zonnepanelen zitten, maar anderzijds met de gebrekkige data die over de milieu-impact van zonnepanelen beschikbaar is.”

Categorie-1 data

Valk verwacht dat het gebrek aan data over milieu-impact niet alleen problematisch kan worden bij zonnepanelen. Ook bij warmtepompen en andere vormen van installatietechniek ligt dat gevaar op de loer. Dat zit zo: de MPG-berekening van een gebouw wordt gemaakt aan de hand van data uit de Nationale Milieudatabase. Die database bestaat uit informatie over de milieu-impact van verschillende materialen, dat weer gebaseerd is op zogeheten life cycle assessments (lca’s). Voor relatief simpele materialen, zoals een kuub beton of een houten ligger, is het relatief simpel om tot zeer gedetailleerde data over de milieu-impact te komen. Als die data vervolgens ook nog eens gecontroleerd wordt door een externe partij, spreek je over categorie-1 data.

Categorie-2 data

“Maar haal je eens een warmtepomp voor de geest en ga eens na welke materialen daar allemaal inzitten”, zegt Valk. “Het wordt een heidens karwei om de milieu-impact daarvan te berekenen. Dat gaat helemaal op als componenten projectgericht worden gemaakt; dan is het gebruik van specifieke data ondoenlijk.” Voor dergelijke installaties wordt dan ook ingezet op categorie-2 data, ofwel generieke data (lees: een globale schatting) over de milieu-impact van bepaalde systemen. Voor veel ventilatiesystemen is dergelijke data bijvoorbeeld inmiddels beschikbaar. De karavaan gaat echter zo snel als de langzaamste kameel, zegt Valk, dus de milieu-impact van dergelijke installaties valt binnen de MPG eerder hoog dan laag uit.

Straftoeslag MPG

Materialen en producten waar geen categorie-1 of categorie-2 data voor beschikbaar is, gaan buitensporig fors meetellen in de MPG-berekening.

Als het ook niet lukt om die categorie-2 data te verzamelen (zoals bij zonnepanelen en warmtepompen vooralsnog het geval is), wordt de data in opdracht van de Nationale Milieudatabase verzameld door een externe partij. “Maar dat gaat op basis van algemeen beschikbare bronnen én er komt een soort straftoeslag bovenop de score”, aldus Valk. Het gevolg: materialen en producten waar geen categorie-1 of categorie-2 data voor beschikbaar is, gaan buitensporig fors meetellen in de MPG-berekening. En de producten waarbij dat het geval is, zijn meer dan gemiddeld te vinden in de hoek van de installatietechniek, stelt Valk. “Zo kan je naar situaties gaan waar de BENG en MPG gaan botsen. Niet alle energieconcepten zullen bijvoorbeeld meer toepasbaar zijn om aan de BENG-eisen te voldoen, omdat ze niet langer aan de MPG-eisen voldoen.”

BENG, MPG en isolatie

Op het gebied van isolatie ziet Valk minder problemen. Daar heb je namelijk een veel grotere keuze in types isolatiemateriaal, van geblazen kunststof tot minerale wol of biobased isolatiemateriaal. Daardoor kun je gemakkelijker een afweging maken tussen isolatiekwaliteit en milieu-impact. “Schuimen hebben bijvoorbeeld een hogere isolatiewaarde, waardoor je minder dikte nodig hebt. Bij houtvezelplaten heb je weliswaar meer dikte nodig, maar heb je nauwelijks te maken met milieu-impact”, vertelt Valk. “Juist omdat je dergelijke afwegingen kan maken, zal het ook minder lastig zijn om zowel aan de BENG- als de MPG-eisen te voldoen.”

Wat betekent dit voor de installateur?

Installateurs hebben vooralsnog weinig te maken met bovenstaande veranderingen omtrent de BENG en de MPG. De meeste installateurs komen immers pas in beeld als de bouwvergunning al aangevraagd is en de berekeningen dus al zijn gemaakt. Met andere woorden: de werkzaamheden van installateurs veranderen vooralsnog nauwelijks. Maar dat gaat in de toekomst op twee manieren veranderen, zegt Valk. “Ten eerste: hoe verder de MPG wordt aangescherpt, hoe minder vrijheid je hebt in het aandragen van alternatieve installaties. Die moeten immers dezelfde specificaties hebben op het gebied van techniek, energieprestaties én materialengebruik.”

Wet Kwaliteitsborging

Ten tweede zal de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die begin volgend jaar ingevoerd wordt, voor veranderingen zorgen. Valk: “Momenteel krijgen bouwers op voorhand een bouwvergunning en doen daarmee in feite de belofte dat ze het gebouw precies zullen bouwen zoals het op voorhand op papier is gezet. Met de invoer van de Wkb verandert dat. Dan wordt niet langer gekeken naar het gebouw op papier, maar het gebouw dat gerealiseerd wordt. Dan wordt de installateur ineens heel nadrukkelijk onderdeel van de keten.”

Rol van installateur

In de praktijk betekent dit dat de installateur niet alleen het bewijs voor de BENG-eisen zal leveren, maar ook voor de MPG. En dat is een rol die ze nog niet eerder hoefden te pakken. Toch verwacht Valk daar geen problemen: “Het is een kwestie van je administratie bijhouden. Dat is geen rocket science, maar moet wel een vanzelfsprekend onderdeel worden van je werk.”

Geen tegenpolen

Valk stelt dat we de BENG en de MPG vooral niet tegenover elkaar moeten zetten. Met andere woorden: als het behalen van de BENG-eisen ervoor zorgt dat de MPG-eisen lastig haalbaar worden (of vice versa), ligt dat niet aan de gestelde eisen. Het betekent simpelweg dat we dingen anders moeten gaan doen. “De rijksoverheid heeft twee ambitieuze stippen op de horizon gezet: een CO2-neutrale en een circulaire gebouwde omgeving. Om die doelstellingen te behalen, moeten we zowel aan de BENG- als de MPG-eisen voldoen. En dat betekent soms dat we in de aankomende jaren afscheid moeten nemen van zaken die nu nog heel vertrouwd zijn, ook in de hoek van de installatietechniek.”