Forse toename windenergie en zonnestroom

Warmtepompen met bodemwarmte of luchtwarmte komen nog niet aan de hele procenten. Het zijn vooral zonnepanelen en windmolens die bijdragen de groei van hernieuwbare energie in Nederland. Het totaal komt op 11,1 procent.  Zo blijkt uit de laatste gegevens van CBS.

Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland in 2020 was 11,1 procent van het totale energieverbruik. In 2019 was dit nog 8,8 procent. Hernieuwbare energie, ook wel duurzame of groene energie genoemd, is energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Dit is energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Over biomassa gaat de discussie of dit in de praktijk ook werkelijk zo werkt.

Meer zonnestroom en windenergie

Volgens de nieuwste cijfers van het CBS is de toename grotendeels te danken aan een grotere capaciteit voor zonnestroom en windenergie. Ook het verbruik van biomassa nam toe, vooral het meestoken daarvan in kolencentrales.

19 procent meer hernieuwbare energie

Het verbruik van hernieuwbare energie bedroeg 219 PJ (petajoule) in 2020, 19 procent meer dan in 2019. Het totale finale energieverbruik was in 2020 bijna 2000 PJ, ongeveer 100 PJ lager dan in 2019. Ook deze daling van het totale verbruik heeft bijgedragen aan de toename van het aandeel hernieuwbare energie. Het totale finale energieverbruik bestaat uit het verbruik van elektriciteit, brandstoffen voor vervoer en energie voor verwarming van gebouwen en processen in de industrie. Vooral het energieverbruik voor vervoer daalde, als gevolg van minder verkeer in 2020, onder andere door verregaande maatregelen in de bestrijding van het coronavirus.

Doel van 14 procent in 2020

In EU-verband is vastgelegd dat hernieuwbare energie 14 procent van het Nederlands energieverbruik moest uitmaken in 2020. Naast verbruik van hernieuwbare energie uit eigen land, kan ook hernieuwbare energie worden ingekocht bij andere landen (een zogeheten statistische overdracht). Op basis van deze voorlopige cijfers over 2020 zou een overdracht van ongeveer 16 TWh (miljard kWh) uit het buitenland nodig zijn om het afgesproken doel van 14 procent te halen.  In juni 2020 is een overeenkomst afgesloten met Denemarken om 8 tot 16 TWh hernieuwbare energie over te dragen.

Windmolenpark bij Borssele

Het verbruik van energie uit wind nam met 29 procent toe tot 50 PJ. De belangrijkste reden voor deze stijging is de toename van de opgestelde capaciteit van windmolens op zee door de realisatie van het windmolenpark bij Borssele. Ook op land zijn vorig jaar meer windmolens geplaatst. De totale capaciteit van windmolens ging van 4.500 megawatt (MW) eind 2019 naar 6.600 MW eind 2020.

Recordhoeveelheid van meer dan 10.000 MW zonnestroom

Het verbruik van zonne-energie (elektriciteit en warmte) groeide in 2020 met 47 procent naar 30 PJ. Ook hier speelden nieuwe zonneparken de belangrijkste rol. De opgestelde capaciteit van zonnepanelen voor zonnestroom steeg opnieuw met een recordhoeveelheid van 7.200 MW in 2019 naar iets meer dan 10.000 MW in 2020.

Verbruik energie uit biomassa gestegen

Biomassa is met 54 procent de grootste bron van hernieuwbare energie. Het energieverbruik uit deze bron is in 2020 met 10 procent toegenomen naar 119 PJ. Deze stijging is grotendeels te danken aan de hogere inzet van biomassa in kolencentrales. Ook het verbruik van biogas en vaste en vloeibare biomassa in ketels bij bedrijven nam toe.

Warmtepompen

Van de ruim 11 procent hernieuwbare energie, wordt het grootste gedeelte ingevuld door biomassa, met 6 procent zelfs meer dan de helft. Windmolens nemen 2,54 procent van deze taart en zonne-energie komt op een totaal van 1,51 procent. Het totaal aan aardwarmte en bodemwarmte (doorgaans via bodemwarmtepomp) is 0,57 procent. Daarna komt de energie uit buitenluchtwarmte (luchtluchtwarmtepomp) met 0,4 procent.