nieuws

Verplichte erkenning cv-installateurs op hoofdlijnen

klimaattechniek

Branchevereniging Uneto-VNI heeft een toelichting gegeven op de plannen voor de verplichte erkenning van cv-installateurs. Dat deed de vereniging naar aanleiding van het wetsvoorstel dat op 31 januari 2018 is gepubliceerd.

Verplichte erkenning cv-installateurs op hoofdlijnen

Vanaf medio 2019 mogen alleen gecertificeerde cv-installateurs gasverbrandingsinstallaties plaatsen en onderhouden. Met deze verplichte erkenningsregeling komt de overheid tegemoet aan een aanbeveling van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid uit 2015. In het rapport “Koolmonoxide – Onderschat en onbegrepen gevaar” bracht de Onderzoeksraad de oorzaken en gevolgen van koolmonoxidevergiftiging in kaart. Volgens het rapport bleken de bestaande kwaliteitsregelingen de veiligheid van cv-installaties onvoldoende te garanderen.

Wettelijke erkenningsregeling

Branchevereniging Uneto-VNI drong er sinds het verschijnen van het rapport over koolmonoxide bij de overheid op aan snel werk te maken van een wettelijke erkenningsregeling voor installatiebedrijven die cv-ketels plaatsen en onderhouden. De regeling zou eigenlijk per 1 januari 2019 ingevoerd worden, maar in december kondigde minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan dat ze de regeling pas vanaf halverwege 2019 kan invoeren. Wel is de aanpassing van de Woningwet, die nodig is om de wettelijke certificeringsregeling in te voeren, op 31 januari via een internetconsultatie openbaar gemaakt. Op dit wetsvoorstel konden belanghebbenden tot 28 februari 2018 reageren.

 

Hoofdlijnen certificering toegelicht

Uneto-VNI heeft voor de installatiebranche alvast de hoofdlijnen van het wetsvoorstel toegelicht. Dat deed de vereniging op de vakbeurs VSK en op zijn eigen website. Nog niet alles is duidelijk, maar uit het wetsvoorstel vallen alvast de volgende conclusies te trekken.

 

Welke toestellen vallen onder de certificeringsregeling?

Cv-ketels, geisers, gasmoederhaarden en gassfeerhaarden vallen straks onder een wettelijke certificeringsregeling. Gasinstallaties boven de 100 kilowatt, gasfornuizen, andere gaskooktoestellen, heteluchtkanonnen en terraskachels vallen niet onder de regeling.

 

Hoe ‘verplicht’ is de certificeringsregeling?

Na invoering van de wetswijziging die in de loop van 2019 plaatsvindt, mogen alléén gecertificeerde installatiebedrijven met vakbekwame medewerkers nog werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties uitvoeren. Bedrijven die niet beschikken over de certificering zijn straks in overtreding. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor controle. Bij het ontbreken van een certificaat kan de gemeente zowel de installateur als de opdrachtgever (burger en zakelijke opdrachtgever) een dwangsom opleggen.

 

Voor welke werkzaamheden geldt de certificeringsregeling?

De certificering geldt voor het inbedrijfstellen na het plaatsen en onderhouden van gastoestellen (waaronder cv-ketels, geisers en gashaarden), werkzaamheden aan de rookgasafvoer en de luchttoevoer. Overige werkzaamheden aan gasleidingen en warmteafgifte-systemen leiden niet tot een risico op koolmonoxidevergiftiging en vallen niet onder de certificering.

 

Opleidings- en vakbekwaamheidseisen gecertificeerde monteurs

Medewerkers die aan gasverbrandingsinstallaties werken, moeten straks voldoen aan de minimumeisen voor opleiding en vakbekwaamheid die de overheid stelt. Wat dat precies inhoudt, is nog niet bekend, zegt Uneto-VNI. Uneto-VNI heeft hiervoor een voorstel neergelegd, en is daarover nog in gesprek met het ministerie van Binnenlandse Zaken.

 

Koolmonoxidepreventie centraal

De certificeringsregeling stelt in ieder geval eisen aan de beroepscompetenties voor koolmonoxidepreventie. De monteur die het gastoestel in gebruik stelt, moet voldoen aan deze eisen. De installatie mag pas in gebruik worden gesteld als de monteur heeft gecontroleerd of er geen risico bestaat op het vrijkomen van koolmonoxide. Ook de rookgasafvoer, luchttoevoer en de veiligheid van de gehele installatie moet hij beoordelen.

 

Afmelden van installaties

Een monteur controleert na uitvoering van de werkzaamheden of er geen risico bestaat op het vrijkomen van koolmonoxide. Daarbij controleert hij de rookgasafvoer en luchttoevoer, ook als hieraan geen werkzaamheden zijn uitgevoerd. Vervolgens meldt het bedrijf de afgeronde werkzaamheden en inbedrijfstelling bij de certificerende instelling. Die controleert op basis van steekproeven de uitgevoerde werkzaamheden door het gecertificeerde bedrijf.

 

Certificerende instellingen en soorten certificaten

De certificerende instelling beoordeelt het installatiebedrijf zowel bij de aanvraag van het certificaat, als bij steekproeven van uitgevoerde werkzaamheden en bij administratieve audits. De overheid stelt de randvoorwaarden voor de certificeringsregeling vast, maar biedt certificerende instellingen de ruimte om met elkaar te concurreren. Hierdoor worden de certificeringskosten zo laag mogelijk gehouden. Er kunnen specifieke certificaten komen, bijvoorbeeld voor de eerste aanleg bij nieuwbouw, werkzaamheden bij onderhoud en reparatie of werkzaamheden aan collectieve rookgasafvoeren.

 

Voorgeschreven beeldmerk

Gecertificeerde bedrijven zijn straks verplicht om een voorgeschreven beeldmerk te gebruiken. Hiermee is het voor consumenten duidelijk dat zij te maken hebben met een gecertificeerd bedrijf dat voldoet aan de wettelijke eisen. De overheid kan optreden tegen installateurs die ten onrechte het beeldmerk voeren.

 

Online register erkende installatiebedrijven

Er komt een online register waarop alle gecertificeerde bedrijven vermeld staan. De overheid wijst particulieren en opdrachtgevers via een communicatiecampagne op het (online)register om een (nieuw) installatiebedrijf uit te kiezen, of om te controleren of de huisinstallateur is gecertificeerd. Ook brengt de overheid via deze campagne het verbod om een niet-gecertificeerde installateur in te schakelen, onder de aandacht.

 

Kosten voor de installateur

De installateur krijgt te maken met de volgende kosten:

  • Voorbereiding en aanvraag van het procescertificaat.
  • Bijscholing en kwalificatie van monteurs.
  • Inschrijving in een register en legitimatiebewijzen die aantonen dat monteurs werkzaam zijn bij een gecertificeerd installatiebedrijf.
  • Uitvoeren van de werkzaamheden volgens de certificeringseisen. De werkzaamheden zullen in de praktijk meer tijd gaan kosten dan nu het geval is. Denk aan procedures voor het afhandelen van klachten of andere/uitgebreidere metingen bij de inbedrijfsstelling en het documenteren hiervan. Dit leidt tot structurele administratieve lasten.
  • Periodieke controle (audit) door de certificerende instelling.
  • Afmelden van de werkzaamheden en steekproefcontroles.
  • Betaling van jaarlijks licentiekosten aan de certificerende instellingen.

 

Gelijk speelveld voor installateurs

Uneto-VNI is in grote lijnen positief over het voorstel, zo zegt de brancheorganisatie. “De regeling zorgt voor een hoger kwaliteitsniveau waardoor we het aantal koolmonoxideongevallen kunnen terugdringen.” Ook is de vereniging blij dat de regeling gaat gelden voor álle bedrijven en werknemers die gasverbrandingsinstallaties plaatsen en onderhouden. Als die aan dezelfde eisen moeten voldoen, ontstaat er weer een gelijk speelveld voor installateurs.

 

Ook een afmeldregister

Om diezelfde reden vindt Uneto-VNI het online-register en wettelijk voorgeschreven beeldmerk een goed idee: “Zo wordt het kaf van het koren gescheiden”. Alleen hoort daar volgens de brancheorganisatie ook een centraal afmeldregister bij.

 

Praktische gevolgen voor de installateur

Daarnaast is er behoefte aan meer duidelijkheid wat betreft de praktische consequenties voor de installateur, zegt Uneto-VNI. “Wij hebben voorstellen voor de opleidingseisen gedaan; die zien we graag terug in de regeling.”

Als andere ‘punten van zorg’ noemt Uneto-VNI de betaalbaarheid van de certificeringsregeling voor kleinbedrijf en zzp-er en de specifieke problemen bij collectieve rookgasafvoersystemen in gestapelde bouw. Die vragen volgens de branchevereniging om een aparte certificeringsregeling.

 

Meer lezen over de verplichte certificeringsregeling voor installateurs:

 

Wetvoorstel verplichte certificering installateurs ter inzage

Uneto-VNI over erkende installateur: “uitstel is geen afstel”

Verplichte erkenning cv-installateurs: de 10 belangrijkste vragen

Plan van aanpak voor erkenningsregeling installateurs

Eisen erkenning installateur nog niet bekend

Reageer op dit artikel