artikel

Stadsverwarming nieuwe inkomstenbron voor installateurs?

klimaattechniek

De markt van afleversets wordt in Nederland nu nog bepaald door de warmtebedrijven. Maar bij het aansluiten van bestaande gebouwen op het warmtenet is wellicht een nieuwe rol weggelegd voor installateurs. Zij kunnen hun kennis van cv-installaties toepassen bij het veranderen van de warmtebron.

Stadsverwarming nieuwe inkomstenbron voor installateurs?
Foto: NUON/Jorrit Lousberg

Tekst: Joop van Vlerken

Afleversets zijn nodig om de warmtelevering door een warmtenet te faciliteren. Via de afleversets komt het warme water uit het distributienet de huizen binnen om de verwarmingsinstallatie van warmte te voorzien en het verwarmen van tapwater mogelijk te maken. Het is mogelijk dat een woning alleen gebruik maakt van een warmtenet voor verwarming of alleen voor warm tapwater. In beide gevallen is de afleverset op dat gebruik afgestemd. Als een afleverset alleen warm water voor de verwarmingsinstallatie van de woning hoeft door te geven, ontbreekt bijvoorbeeld een warmtewisselaar voor tapwater.  

Omdat de gewenste functionaliteit van afleversets varieert, kiezen warmteleveranciers er soms voor een eigen afleverset te laten ontwerpen. Voor Stadsverwarming Purmerend heeft een lokale installateur bijvoorbeeld een eigen afleverset met de naam Fourdrops ontwikkeld, speciaal gericht op de situatie in Purmerend.  

 

Afleversets uit het buitenland

De markt voor afleversets is niet groot, blijkt uit het ‘Overzicht afleversets voor warmtelevering’ van DHC Holland uit 2014. In Nederland zijn onder meer de installaties van Caleffi, Ferolli, Nathan, NIBE, HSF en OSH op de markt. NIBE heeft als enige grote leverancier speciaal voor de Nederlandse markt een afleverset ontwikkeld. De meeste van deze sets zijn in het buitenland ontwikkeld.  

Soms zijn daarbij wel aanpassingen nodig, legt Lex Bosselaar, senior adviseur duurzame warmte bij RVO.nl, uit. “In Nederland is een dubbelwandige scheiding tussen het water uit het warmtenet en het leidingwater verplicht. Mocht er een lek ontstaan in de warmtewisselaar, ontstaat zo niet het risico dat water uit het warmtenet in het warm tapwater terecht komt. Ik weet dat ze in het buitenland om deze reden het water in het warmtenet een kleurtje meegeven, zodat op die manier duidelijk wordt wanneer een lek is ontstaan.”   

 

Markt afleversets open gooien

De markt van afleversets wordt in Nederland bepaald door de warmteleveranciers. Zij dicteren de markt met aanbestedingen. Leveranciers zijn vooral volgend. De specificaties van afleversets worden dan ook vooral bepaald door de warmtebedrijven en er vinden weinig innovaties plaats, vertelt Bosselaar.  

“Afleversets zijn bijna altijd in eigendom van de warmteleverancier en worden verhuurd aan de warmte-afnemers. De leverancier mag daar een redelijke prijs voor hanteren. Maar er bestaat wel discussie over wat redelijk is. Veel afnemers klagen over de hoge huurprijzen voor de afleversets.” 

“Daarom wordt nu door verschillende particulieren en producenten van afleversets gepleit om de markt voor afleversets vrij te geven. Maar dat betekent wel dat mensen zelf moeten gaan kiezen. Dat levert toch weer een hoop gedoe op voor particulieren die zich daar eigenlijk niet in willen verdiepen. Het gemak van stadsverwarming ben je dan kwijt. Het is logisch dat warmteleveranciers dat niet willen, maar ik begrijp ook de argumenten van particuliere bewoners en de leveranciers. Want een open markt biedt wel meer transparantie over de tarieven van afleversets”, aldus Bosselaar. Om te voorkomen dat leveranciers te hoge huurprijzen vragen voor afleversets, worden door de overheid nu maximumtarieven voor de huur van een afleverset vastgesteld. 

 

Normen of eisen afleversets

In Nederland worden aan afleversets geen normen of eisen gesteld, legt Bosselaar uit. “Voor bepaalde sets geldt wel dat ze voldoen aan internationale normen. Nu zijn de afleversets nog in handen van warmteleveranciers die wel weten waarmee ze te maken hebben, daarom zijn kwaliteitseisen misschien niet nodig. Als de markt opengebroken wordt en particulieren zelf een afleverset moeten kiezen, is kwalitatieve certificering misschien wel een goed idee.” 

 

Onderhoud door warmteleveranciers

Het onderhoud van afleversets wordt meestal gedaan door de warmteleveranciers, vertelt Bosselaar. “Ze hebben hun eigen mensen in dienst voor de installatie en het onderhoud. Bij problemen moeten de bewoners eigenlijk altijd het warmtebedrijf bellen. Die sturen dan een monteur langs die in dienst is van het warmtebedrijf of ingehuurd is via een installatiebedrijf. In sommige gevallen ligt de verantwoordelijkheid voor de afleverset bij de verhuurder. Die hebben meestal contracten met installateurs om de problemen op te lossen.”  

 

Lekkage voorkomen

Want hoewel afleversets niet erg complex zijn en over het algemeen weinig mankementen vertonen, kan het goed mis gaan. In de Haagse wijk Ypenburg zorgde een lekkende radiator in de kerstvakantie van 2012-2013 voor een ravage in een woning. Er stroomde honderden liters water van 90 graden uit de radiator. Het lek kwam aan het licht doordat buren zagen dat er stoom uit de woning kwam.  

Een incident als dit is te voorkomen door een soort ‘aardlekschakelaar’ te plaatsen die de watertoevoer blokkeert als zich een dergelijk groot lek voordoet. Er zijn verschillende bedrijven die deze beveiliging op de markt brengen. Het gaat erom het verschil te meten in de flow tussen de aanvoer en het retour van warm water. Als er een te groot verschil tussen deze twee eenheden ontstaat, is er sprake van een lek in de binnenhuisinstallatie. Vervolgens wordt middels een signaal een aantal afsluiters dicht gezet en wordt de schade beperkt.  

 

Geen preventief onderhoud

Toch zijn zulke problemen incidenten, benadrukt Bosselaar. “Er kan heel weinig kapot aan een afleverset en het is dan ook logisch dat veel warmteleveranciers ervoor kiezen ze niet preventief te onderhouden. Het is niet doelmatig. Na 20 of 30 jaar is het nodig om de set te vervangen, maar in de tussentijd wordt de installatie meestal alleen onderhouden bij storingen.”  

Voor het onderhoud of het verhelpen van storingen bij afleversets is wel specifieke kennis nodig, stelt Bosselaar. “Het water in de leidingen van een op een warmtenet aangesloten woning staat onder veel hogere druk dan bij een traditioneel cv-systeem. Dat is wel iets waar je als monteur van op de hoogte moet zijn.” 

 

Innovatie afleversets beperkt

Innovaties in afleversets zijn er niet tot nauwelijks, legt Bosselaar uit. “De vernieuwingen zijn beperkt, dat heeft vooral te maken met de eenvoudige techniek. Sinds een aantal jaren wordt er gewerkt aan het installeren van slimme meters in woningen. Deze innovatie vindt nu ook voor warmtelevering plaats.”  

Voor het aanleggen van warmtenetten in bestaande woonwijken is nog wel veel nieuwe kennis nodig, betoogt hij. “De cv-ketel moet weg en met name in de bestaande bouw kan het warmtenet een goed alternatief zijn. Maar dat betekent nogal wat voor de bestaande installatie in woningen. De cv-ketel staat meestal op zolder en van daaruit lopen de leidingen door het huis. Het zou handig zijn als de afleverset ook op zolder zou kunnen hangen, maar dan moet ook het warmtenet op zolder binnenkomen. Of er moet bijvoorbeeld naast een afleverset in de meterkast een apparaat komen dat de verbinding kan maken tussen het warmtenet en de cv-installatie op zolder.”  

 

Warmtenet voor bestaande bouw

Juist in de aanpak van de bestaande gebouwde omgeving ziet Bosselaar een rol voor installateurs. “Zij hebben de knowhow over de cv-installaties en kunnen die toepassen bij het veranderen van de warmtebron. En als er toch leidingen verlegd moeten worden, of er moet worden omgegaan met de veranderde waterdruk in het systeem, zijn zij de aangewezen vakmensen om dat op te lossen.”  

Maar ook leveranciers van afleversets kunnen een rol spelen om afleversets geschikter te maken voor bestaande woningen, denkt Bosselaar. “Zij kunnen afleversets zo aanpassen dat ze makkelijker op bestaande installaties kunnen worden aangesloten.”  

De grootste uitdaging ligt in individuele woningen, stelt hij. “Voor appartementen die al een collectieve warmtevoorziening hebben , is de overgang naar een warmtenet het makkelijkst. Maar voor individuele woningen is het veel lastiger. Die eigenaren moeten overtuigd worden van het nut om aangesloten te worden op een warmtenet. Want ze moeten daarvoor flink investeren. Met een beetje pech moet de hele woninginstallatie op de schop en er moet ook een afleverset geplaatst worden.” 

 

Aanvoertemperatuur omlaag

Voor de verduurzaming van warmtenetten is het wenselijk dat de aanvoertemperatuur verder omlaag gaat. Maar volgens Bosselaar is dat nog niet zo makkelijk. “Je ziet dat de meeste warmtenetten op 70 graden blijven hangen. Dit komt doordat warmteleveranciers een temperatuur van 60 graden op de tapwaterpunten moeten garanderen. Dat heeft te maken met legionellawetgeving.”  

 

Boosterwarmtepomp

Op de plekken waar wel een lagere temperatuur wordt aangeboden wordt gewerkt met innovatieve installaties. In de Roosendaalse wijk Stadsoevers zijn de huizen zeer goed geïsoleerd en uitgerust met vloerverwarming om met de lagetemperatuurwarmte toch de huizen te kunnen verwarmen. En voor de tapwaterbereiding worden warmtepompen ingezet, weet Bosselaar.  

“Daarvoor zijn speciale boosterwarmtepompen ontwikkeld die het tapwater met minimale energie op de juiste temperatuur krijgen. Er zijn ook warmtenetten die met een nog lagere temperatuur werken, bijvoorbeeld onder de 20 graden. Maar die woningen zijn individueel of gezamenlijk weer uitgerust met een warmtepomp om die warmte op te waarderen.”

 

 

Reageer op dit artikel