artikel

Sportcampus Zuiderpark was installatietechnische uitdaging

klimaattechniek

Duurzaamheid en CO2-neutraliteit waren belangrijke uitgangspunten bij de bouw van de Sportcampus Zuiderpark in Den Haag. Bovendien moest het complex voldoen aan de strenge normen van de NOC*NSF. Een staaltje technisch vernuft, gerealiseerd door technisch dienstverlener Kuijpers in een bouwcombinatie met Ballast Nedam.

Sportcampus Zuiderpark was installatietechnische uitdaging

Tekst: Foka Kempenaar Beeld: Arjen Schmitz

Het ‘Papendal van de Randstad’, zo wordt het Haagse complex nu al vaak aangeduid. Sportcampus Zuiderpark heeft een topsporthal waar circa 3.500 toeschouwers verdeeld over vier tribunes comfortabel kunnen genieten van duels op wereldniveau. Daarnaast zijn er twee breedtesporthallen, een hal voor beachvolleybal en -soccer, een turnhal en een danszaal. Maar dan zijn we er nog niet, want je vindt er bovendien een dojo, diverse gymzalen en de collegezalen en project- en onderzoeksruimten van de Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan.

 

Duurzaam en CO2-neutraal gebouw

Omdat de gemeente Den Haag de ambitie heeft om in 2040 klimaatneutraal te zijn, waren duurzaamheid en CO2-neutraliteit belangrijke uitgangspunten bij de bouw van de nieuwe campus. Bovendien moest het complex, dat door al zijn functies maar liefst zo’n 30.000 vierkante meters telt, voldoen aan de strenge normen van de NOC*NSF. Denk hierbij aan onder andere ventilatie, beveiliging en verlichting. Een flinke installatietechnische uitdaging dus.

 

Immense luchtkanalen boven plafonds

Volgens installatietechnisch projectleider Sander Vonk zat de uitdaging om te beginnen in de hoge plafonds – soms meer dan acht meter – en de enorme loze ruimtes daarboven. Als voorbeeld noemt hij de immense luchtkanalen bovenin het complex. “Die hebben een diameter van ongeveer twee bij twee meter. Zo groot dat je er doorheen kunt lopen.” Qua logistiek betekende dit dat deze voor het aanbrengen van het dak moesten worden gemonteerd, inclusief de bedachte hulpconstructies. “We hebben alles er met een kraan in moeten hijsen, net als de ringleidingen voor de cv en het gekoeld water. Ook die hebben een behoorlijke diameter en bevinden zich heel hoog boven het verlaagde plafond.”

Volgens installatietechnisch projectleider Sander Vonk zat de uitdaging om te beginnen in de hoge plafonds – soms meer dan acht meter – en de enorme loze ruimtes daarboven.

 

Bijzondere luchtbehandeling

Om het CO2-gehalte te kunnen controleren, in combinatie met de juiste vochtigheidsgraad en temperatuur, is ervoor gekozen om de grote hallen (topsporthal, breedtehallen, beachhal en turnhal) allemaal te voorzien van een eigen luchtbehandelingskast met frequentieregeling.

Met CFD-simulatie heeft Kuijpers van tevoren in beeld gebracht hoe de luchtpatronen in het gebouw zich zouden verhouden. Daarbij was de selectie van de juiste roosters heel belangrijk. “Vooral in de zeer hoge topsporthal. Daar moet je terdege rekening houden met tocht en je realiseren dat er bij elk sportevent weer andere eisen gelden. Denk bijvoorbeeld aan een badmintonwedstrijd. Daarbij wil je niet dat je shuttletje de verkeerde kant op waait, en moet het systeem de roosters dus helemaal af kunnen sluiten.”

 

WKO in de bodem

Voor de verwarming van de diverse ruimten wordt gebruikt gemaakt van warmte- koudeopslag (WKO) in de bodem. “Bronnen die elk een capaciteit hebben van 120 m3/uur, gecombineerd met twee warmtepompen.” De cv-installatie is voorzien van een piekketel, mede gezien de omvang van het complex en de energetische eisen van de opdrachtgevers.

Het hele complex wordt verwarmd via de vloer: door vloerverwarming, in combinatie met laag temperatuurverwarming (LTV) en hoog temperatuurkoeling (HTK). “Zo ondervang je de verticale temperatuurgradiënt en ontstaat er geen temperatuurgelaagdheid. De mensen bevinden zich immers op de eerste paar meter; daarboven is de temperatuur van minder belang. En bovendien kun je door de grote oppervlakten met een lagere temperatuur uit de voeten.”

 

het complex, dat door al zijn functies maar liefst zo’n 30.000 vierkante meters telt, moest voldoen aan de strenge normen van de NOC*NSF.

Sprinklers voor beachvolleybal

Een van de meest opmerkelijke zalen in het gebouw is de indoor beachhal. In Nederland de enige in zijn soort. Vonk: “Ook daaronder zit vloerverwarming, met er bovenop een speciaal zandpakket van een 0,5 meter dikte. Op de wanden is een beregeningsinstallatie bevestigd, die ervoor zorgt dat het zand in de juiste conditie blijft.” Een methode die is afgekeken van de paardenbakken in de hippische wereld. De gelijkmatige bevochtiging is noodzakelijk voor optimale spelcondities, maar ook om te voorkomen dat het zand gaat verstuiven en zich door het gehele pand verspreid.

 

Groen dak met pv en zonnecollectoren

Na gebruik van de beachhal kunnen de spelers douchen met water dat op temperatuur wordt gebracht door vacuümbuiszonnecollectoren. Deze zijn op het dak gemonteerd, naast maar liefst 1.000 zonnepanelen van elk 250 wp. De zonne-energie wordt vervolgens omgevormd via dertien omvormers die aan een monitoringssysteem zijn gekoppeld.

Het dak is bovendien waterbesparend gemaakt, doordat het voor meer dan de helft (bijna 16.000 m²) is bedekt met een mossedumvegetatie. “En ook het sanitair in dit complex is waterbesparend. Daarbij zijn de vele douches voorzien van warmteterugwinning en beveiligd tegen legionella met een automatisch spoelsysteem. Dat treedt in werking zodra het alarm van het complex is aangeschakeld.”

 

RWA-installatie

Voor de beveiliging zijn er trouwens in het complex nog veel meer maatregelen getroffen. Een van opvallendste is volgens Vonk de RWA-installatie. “Normaal gesproken beveilig je grotere gebouwen met een brandmeldinstallatie. Maar vanwege het grote aantal gebruikers en de hoogte van de ruimten in dit complex, is hier gekozen voor grote ventilatoren op het dak gecombineerd met gevelroosters. Deze gaan bij brand automatisch open en zorgen er in combinatie met een afzuiginstallatie voor dat vluchtwegen langer vrij blijven van rook.”

 

Maatwerk ledverlichting

Qua verlichting bood dit project ook de nodige uitdaging. Want alleen al voor een topsporthal van dit formaat heb je licht nodig met de functionaliteit en capaciteit van stadionlicht. Toen het complex werd ontworpen, waren er echter nog geen led-armaturen die dat konden bieden. Met hulp van Philips zijn deze vervolgens speciaal voor de sportcampus ontwikkeld. Vonk: “Met de verlichting die er nu hangt kan elk punt van het veld apart worden uitgelicht.”

Bovendien kan de verlichtingssterkte op het speelveld worden aangepast, van 300 naar 500 of 700 lux tot zelfs 1.500 lux. En er is vrijwel geen sprake van hinderlijke schaduwwerking, laat staan van verblinding. Dus naast het feit dat je shuttletje niet wegwaait, zie je het als het goed is ook nog eens uitstekend aankomen.

 

Feiten Sportcampus Zuiderpark

  • Opdrachtgevers: Gemeente Den Haag, Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan;
  • Ontwerpbureau: FaulknerBrowns Architects;
  • Adviseur installaties: Deerns;
  • TeamSport Zuiderpark VOF;
  • Bouwkundige aannemer: Ballast Nedam;
  • W- en E-installaties: Kuijpers;
  • Bouwsom inclusief installaties (€) 50.000.000.

Installaties Sportcampus Zuiderpark

  • Twaalf Luchtbehandelingskasten met frequentieregeling en warmteterugwinning;
  • Twee WKO-bronnen in combinatie met 2 warmtepompen, vloerverwarming en -koeling (LTV en HTK) in het gehele complex, zonnecellen en vacuümbuis zonnecollectoren;
  • Beregeningsinstallatie beachhal;
  • Waterbesparend sanitair en automatisch spoelsysteem;
  • Ledverlichting (o.a. speciaal op maat gemaakt voor de topsporthal);
  • Diverse beveiligingssystemen, waaronder een RWA-installatie.

Reageer op dit artikel