artikel

Renovatiemethode 2nd skin maakt portieketagewoningen energieneutraal

klimaattechniek

Bij het demonstreren van renovatiemethode 2nd skin was het aanvankelijk niet de bedoeling om de portieketagewoningen aan de Soendalaan in Vlaardingen naar nul-op-de-meter te brengen. Maar door een toegekende subsidie en het toepassen van een multi-warmtepompsysteem is dat toch gelukt.

Renovatiemethode 2nd skin maakt portieketagewoningen energieneutraal

Tekst: Joop van Vlerken

 

“Het uitgangspunt van 2nd skin is dat 80% van de renovatie aan de buitenkant van de woning plaatsvindt en dat we maar één keer naar binnen hoeven om de installatie aan te sluiten.” Met deze woorden legt Onno de Wal, directeur van BIK Bouw, het idee achter renovatiemethode 2nd skin uit.

 

Installaties in schacht en installatiekast

De methode werd door TU Delft, BIK Bouw, Sto Isoned, Itho Daalderop en Kingspan ontwikkeld voor portieketagewoningen. Nieuwe installaties voor verwarming, ventilatie en warmtapwaterbereiding worden aan de buitenkant geplaatst, vertelt De Wal. “In de gevel zit een schacht voor de centrale warmtepompen en het bijbehorende leidingwerk en er is een installatiekast op het balkon van iedere woning. De balkons hebben we uitgebreid waardoor bewoners geen ruimte inleveren, ook niet buiten de woning.”

 

Budget voor nul-op-de-meterrenovatie

De renovatiemethode werd als proef toegepast op 12 woningen uit 1952 van woningcorporatie Waterweg Wonen aan de Soendalaan in Vlaardingen. Na wat rekenwerk en het binnenhalen van de Europese Climate KIC-subsidie bleek dat het budgettair mogelijk was de woningen te renoveren naar nul-op-de-meter (NOM).

“Dat was aanvankelijk niet onze bedoeling. We wilden het gebouw voorzien van een zeer goed geïsoleerde jas en een installatie aan de buitenkant. Maar toen we gingen rekenen, bleek dat het goed mogelijk was om de woningen naar nul-op-de-meter te brengen. De Europese Climate KIC-subsidie van 100.000 euro heeft daar zeker aan bijgedragen”, aldus De Wal.

 

Businessmodellen voor renovatie

De Wal benadrukt dat een ambitie als NOM gevolgen heeft voor het budget van de renovatie. “Het is duurder, dus is het een afweging van de woningcorporatie. Als je als corporatie de doelstelling hebt om je hele voorraad gasloos te maken in 2050 en een complex hoeft nog maar 25 jaar mee, kun je ervoor kiezen om dat gebouw wat minder aan te pakken. Dat kan aardig in de portemonnee schelen.”

“Het concept dat wij hier aanbieden kan bijvoorbeeld variëren ergens tussen de 35.000 en 70.000 euro per woning. De gevelisolatie is hierin vrij standaard, maar in het toepassen van installaties kan veel geld bespaard worden. Als je alleen kiest voor een cv-ketel en mechanische ventilatie, kan dat voor de corporaties veel goedkoper zijn.”

Sacha Silvester, universitair hoofddocent Industrieel Design aan de TU Delft, bevestigt dat aan NOM een flink kostenplaatje zit. “De kostprijs is in dit soort projecten een waanzinnige uitdaging. Dat is een van de redenen waarom we aan dit project meedoen, om te onderzoeken hoe de businessmodellen voor dit soort projecten eruit zien.”

 

Warmtevraag woning beperken

Voor het pilotproject aan de Soendalaan, koos Waterweg voor de meest uitgebreide optie waarmee de woningen uiteindelijk gaan voldoen aan de eisen voor nul-op-de-meter. De Wal: “Voor portieketageflats is dat geen eenvoudige opgave. De warmtevraag beperken is relatief eenvoudig door het plaatsen van een nieuwe gevel, over de oorspronkelijke gevel heen. Deze zorgt voor een uitstekende isolatie en kierdichting. In de nieuwe kozijnen komt drielaags isolatieglas. En op het dak worden zonnepanelen geplaatst om het energieverbruik te compenseren.”

 

Een warmtepomp voor drie woningen

“Maar doordat je per woning een beperkt dakoppervlak hebt, is het ook nodig om de woningen zo energiezuinig mogelijk te verwarmen als je NOM wilt halen. We hebben daarom een milieuvriendelijk multiwarmtepompsysteem geïnstalleerd voor verwarming en warm water. Met één warmtepomp kunnen we drie woningen verwarmen en voorzien van warm tapwater. Hierdoor besparen we in gebruik en kosten.”

 

Andere kwaliteiten in vakmensen

Omdat het gaat om een renovatie is het volgens De Wal heel belangrijk dat de mensen die er werken rekening houden met de bewoners. “Hoewel we weinig in de woning werken, blijft een dergelijke renovatie altijd ingrijpend voor bewoners. Dat betekent dat de vakmensen die rondlopen op het project altijd goed moeten bedenken waar ze mee bezig zijn. Dat kan in heel kleine dingen zitten zoals dat je bijvoorbeeld even je schoenen veegt als je bij mensen binnen stapt. Dat vraagt om andere kwaliteiten in vakmensen.”

 

Prestatiegarantie van 25 jaar

Voor de installatiemonteurs geldt daarnaast dat ze extra goed moeten opletten wat ze doen, legt De Wal uit. “We geven een prestatiegarantie af van 25 jaar. Dat kan alleen als de installaties goed aangesloten zijn. De monteurs moeten zich daar heel bewust van zijn.”

 

Direct contact met consument

Silvester denkt dat het werk van installateurs niet alleen op het technisch vlak gaat veranderen. “Ze kunnen een nieuwe rol innemen in de markt. Er komen allerlei nieuwe producten aan en de leveranciers zien het directe contact met de consument niet als hun eerste taak, dus hier is zeker een rol voor de installateur weggelegd. De nieuwe installaties werken vaak toch anders dan wat mensen gewend zijn en installateurs kunnen dat uitleggen.

 

Langetermijnrelatie met de klant

Als de prestaties gegarandeerd zijn voor een langere termijn, is bovendien monitoring heel erg belangrijk. Ook daar kunnen installateurs een rol spelen. Ze gaan een langetermijnrelatie aan met de klant en kunnen op afstand het energieverbruik in de gaten houden en contact opnemen als er iets niet klopt.”

 

Innovatie borgen

Om innovatie te borgen in de projecten werkt De Wal samen met leveranciers van installaties. In het project 2nd skin is Itho Daalderop daarom één van de partners. De Wal: “De ontwikkelingen op installatiegebied gaan het snelst en daarom is het handig om een productleverancier als partner in het project te hebben. Zo hebben we altijd de nieuwste spullen en kunnen we innovatie in het project borgen. De keuze voor de installateur in dit project ligt daarom ook bij de leverancier. Die weet welke installateur het beste met die nieuwe producten kan werken. En zo blijft ook de kennis die opgebouwd wordt binnen het project.”

 

Maatwerkoplossingen voor renovatie nodig

Volgens Silvester zijn er nog wel wat stappen te maken in het optimaliseren van duurzame installatietechniek voor renovatie. “Warmtepompen zijn eigenlijk allemaal ontworpen voor nieuwbouw. Maar renovatie is in de komende decennia een nog grotere opgave. Het wordt daarom tijd dat de industrie daarvoor op maat gemaakte oplossingen gaat bieden die minder kostbaar zijn. Eigenlijk zou er een compact en lichte installatie, bestaande uit een warmtepompje, ventilatie en warmwatervoorziening ontwikkeld moeten worden die je zo aan de gevel kunt hangen. Volgens mij moet dat lukken als bedrijven en onderzoekers de krachten bundelen om een slimme en goedkope installatie te maken voor deze en vergelijkbare woningen.”

 

Renovatie van galerijwoningen

Hoewel de 2nd skin renovatiemethode oorspronkelijk bedoeld is voor portieketagewoningen, kan het concept volgens De Wal ook voor andere woningtypen gebruikt worden. “Het concept is ook toepasbaar op galerijwoningen, daar gaan we in 2018 mee aan de slag.”

Maar in Rotterdam en de rest van Nederland en Europa staan genoeg portieketagewoningen die aan renovatie toe zijn, aldus De Wal. “We zijn nu bezig met een vervolgtraject van 183 woningen, maar die gaan we niet zo vergaand renoveren als de woningen aan de Soendalaan. De schilrenovatie zal wel nagenoeg hetzelfde zijn, maar het was voor de woningcorporatie te duur om ook het installatieconcept 183 keer te herhalen.”

 

Administratieve verbeterpunten

Door het concept te herhalen hoopt De Wal het uitvoeringsproces in de toekomst nog te verbeteren. Maar ook administratief zijn er hindernissen te overwinnen, legt hij uit. “Het regelen van de terugleververgoeding voor de zonnepanelen was minder makkelijk dan we vooraf bedacht hadden, maar is wel heel belangrijk als je werkt aan een NOM-woning. Als dat namelijk niet in orde is, krijgen mensen niet nul op de meter en kan de woningcorporatie fluiten naar de energieprestatievergoeding.”

Volgens Silvester werkt regelgeving niet altijd mee om NOM te kunnen realiseren. “Als een woningcorporatie een energieprestatievergoeding aan wil vragen voor een NOM-woning, moet de woning aan allerlei administratieve eisen voldoen en moet die de komende 25 jaar gegarandeerd geen energie verbruiken. Daarom is het voor woningcorporaties in veel gevallen gemakkelijker om een subsidie aan te vragen en daarmee een woning te verbeteren naar bijvoorbeeld een A++-label. Dan stimuleer je volgens mij als overheid de verkeerde dingen”, besluit hij.

Reageer op dit artikel