artikel

Installateurs stapsgewijs voorbereiden op gasloos

klimaattechniek

De cv-ketel is op zijn retour. In Nederland worden steeds meer huizen zonder gasaansluiting gebouwd. Installatiebedrijven en technische dienstverleners staan met het ene been in de gasloze toekomst en met het andere been in de realiteit van vandaag.

Installateurs stapsgewijs voorbereiden op gasloos

Steeds meer nieuwbouwwijken worden aangelegd zonder gasaansluiting. En ook in de bestaande bouw en utiliteitsbouw wordt steeds vaker nagedacht over gasloze oplossingen. De overheid draagt hieraan haar steentje bij met het voornemen om geen nieuwe gasinfrastructuur meer aan te leggen en de aansluitplicht te schrappen. Dat staat in de Energieagenda die in december 2016 is gepresenteerd.

 

Te weinig aandacht voor kennisontwikkeling

Deze veranderingen hebben een grote impact op de installatiesector, denkt directeur Ronald Schilt van adviesbureau Merosch. “De installatiesector moet veranderen. Die zit te veel vast in traditie. Dat is heel begrijpelijk omdat het de afgelopen jaren sappelen is geweest voor de installateurs. Door de nadruk op prijs is er te weinig aandacht voor kennisontwikkeling. De kwaliteit van de werkvoorbereiding bij installateurs is de laatste jaren waarneembaar gedaald. De installatiesector moet zich op deze nieuwe ontwikkelingen richten en mensen gaan opleiden.”

Ernie van Dalen, operationeel directeur bij Feenstra vindt kennisontwikkeling heel belangrijk. Hij is al druk bezig om zijn bedrijf en werknemers toekomstbestendig te maken. “We moeten onze mensen stapsgewijs voorbereiden op de toekomst. Dat doen wij door ze nu al kennis te laten maken met de technieken in de werkomgeving van morgen in verschillende innovatieve projecten.”

 

Multidisciplinaire monteur

Volgens Van Dalen is de installatiemonteur van de toekomst in ieder geval multidisciplinair. “We doen daar allemaal heel spastisch over, omdat we praten over specialisten. Maar waarom zou een installatiemonteur niet een slimme thermostaat aansluiten, pv-panelen plaatsen of een beveiligingsinstallatie onderhouden? We zijn daarom nu al bezig een kopgroep van monteurs multidisciplinair op te leiden.”

Schilt denkt dat eigen initiatief juist nu heel belangrijk is en dat de installatiesector zich opnieuw moet uitvinden. “Je kunt je eigen rol claimen in de veranderingen. Je kunt niet meer eenvoudig cv-ketels weghangen, want dat is over een tijdje echt voorbij. De installatiesector moet zich meer en meer gaan richten op gasloos.”

 

Overeenkomsten tussen cv-ketel en warmtepomp

Marco Jungbeker, directievoorzitter utiliteit bij Croonwolter&dros, kijkt er wat genuanceerder naar. Volgens hem gaat het werk van monteurs niet meteen heel drastisch veranderen. “Zowel een cv-ketel als een warmtepomp heeft een pomp en voor allebei is het nodig leidingen te leggen. Er zijn heel veel analogieën in hoe die dingen werken en veel componenten zijn hetzelfde. Veel kennis die nodig is, hebben we dus al in huis. Maar we moeten wel meebewegen met de tijd. Wij hebben bijvoorbeeld vanaf 1 januari al onze monteurs uitgerust met een tablet, waarmee ze de energiemeter kunnen uitlezen, maar ook een pakbon kunnen aftekenen.”

Aardgastijdperk eindig

Jungbeker, Schilt en Van Dalen denken alle drie dat het aardgastijdperk eindig is. Jungbeker legt uit waarom dat een goede zaak is. “Allereerst zien we dat onze hele samenleving, inclusief de gebouwde omgeving, steeds verder elektrificeert en dat er daarom minder behoefte is gas als energiebron te gebruiken. Daarnaast worden we ook steeds vaker geconfronteerd met de nadelen van gasgebruik. Het levert milieuschade op, maar ook de aardbevingen in Groningen ten gevolge van gaswinning roepen weerstand op. Dat geldt in nog sterkere mate voor de winning van schaliegas in Nederland. Een andere reden om te stoppen met gas is dat de Nederlandse gasvoorraad eindig is.”

 

Opdrachtgever overtuigen van gasloos

Om deze en andere redenen besloot Merosch vanaf 2017 geen ontwerpopdrachten meer voor nieuwbouw aan te nemen waarbij aardgas voor verwarming het uitgangspunt is. Schilt: “Voor mij is het een no-brainer dat nieuwbouwwijken niet meer op gas aangesloten worden. We proberen altijd de opdrachtgever te overtuigen van gasloos.”

Dat hij door het afwijzen van gas in nieuwbouw, mogelijk minder projecten binnen kan halen, beseft hij. “Daarom heb ik ook wel even geaarzeld of we dit zo naar buiten moesten brengen. We zeggen nu heel duidelijk nee tegen deze projecten. Voorheen konden we mensen die twijfelden gedurende het proces nog overtuigen, maar nu zeggen we: ‘gas doen we niet’. Dat kan mogelijk partijen afschrikken.”

 

Geleidelijke transitie naar aardgasloze gebouwen

Feenstra kan deze scherpe keuze voor gasloos niet maken, omdat het bedrijf vooral in de bestaande gebouwde omgeving werkt. Van Dalen: “We onderhouden op dit moment in Nederland nog een miljoen cv-ketels. Dat zet je niet van de ene op de andere dag stop. Ik zie het ook niet als een aan-uit-knop, maar als een geleidelijke transitie. Ik denk wel dat de veranderingen sneller gaan dan we nu denken. Bij de grote renovatieprojecten die we nu doen, hangen we waarschijnlijk de laatste gasketel op. Over vijftien tot twintig jaar zijn er waarschijnlijk andere oplossingen om die huizen te verwarmen.”

Gasloos in de utiliteitsbouw

Bij Croonwolter&dros vinden ze het ook nog te vroeg om helemaal te stoppen met gas. In de utiliteitssector gaat de omslag langzaam, vertelt Jungbeker. “Ik denk dat nu ongeveer 10 tot 15% van de nieuwbouwprojecten in de utiliteitssector gasloos is. Wij vinden duurzaam ondernemen heel belangrijk, maar ik merk dat veel van onze klanten er nog niet altijd mee bezig zijn. We proberen onze klanten natuurlijk te overtuigen van de voordelen. Het gaat langzaam en in kleine stapjes, maar we komen er wel.”

Die langzame verandering vraagt flexibiliteit van een bedrijf zoals Croonwolter&dros. “Wij moeten kunnen maken en onderhouden wat tien jaar geleden gevraagd werd en tegelijkertijd ook nadenken over wat er over tien jaar gevraagd wordt. Daarom worden we steeds vroeger in het bouwproces bij projecten betrokken. We bedenken in het ontwerp al hoe het onderhoud de komende twintig jaar verloopt.”

 

Gasloos in de bestaande bouw

De overgang naar gasloos betekent dus niet voor de hele installatiesector hetzelfde. Voor nieuwbouwwoningen zijn er voldoende mogelijkheden beschikbaar om ze los te koppelen van het gasnet, denkt Schilt. “Er zijn in nieuwbouw voldoende betaalbare, veiligere en bedrijfszekerdere alternatieven voor de gasketel, zoals warmtepompen, directe stralingspanelen of warmtenetten.” Voor de bestaande bouw ligt dat anders, legt hij uit. “In de bestaande bouw zijn deze oplossingen niet altijd makkelijk toepasbaar, daar worstelen we mee. Soms zijn de meerinvesteringen daar zo aanzienlijk dat het nog geen reële oplossing is. Het zal dan ook nog wel even duren voor heel Nederland van het gas af is.”

 

Groen gas en restwarmte in warmtenetten

Dit wordt bevestigd door Van Dalen. In de bestaande gebouwde omgeving is de uitdaging om van het gas af te gaan het grootst, denkt hij. “Daarom heb ik het ook heel nadrukkelijk over een aardgasloze toekomst. Ik denk dat we het bestaande gasnet best kunnen gebruiken om groen gas te transporteren. Sommige huizen, bijvoorbeeld oude grachtenpanden of monumenten, kun je niet nul-op-de-meter of all-electric maken. Doordat je die gebouwen onvoldoende kunt isoleren, blijft de warmtevraag hoog en moet je dus kijken naar andere oplossingen. Dat kan bijvoorbeeld groen gas zijn of het gebruik van restwarmte in warmtenetten.”

 

Binnen twintig jaar gasloos

Maar ook in de bestaande bouw zijn er al voorbeelden waarbij gerenoveerde huizen losgemaakt worden van het gasnet. “We passen nu al regelmatig zonnepanelen en warmtepompen toe bij bestaande woningen. Als we nog eens tien jaar verder zijn en de kosten van deze innovaties dalen, zul je zien dat cv-ketels al voor het einde van de technische en economische levensduur worden vervangen door duurzame alternatieven.” Hij denkt dan ook dat het doel van de Nederlandse overheid om in 2050 de gebouwde omgeving los te maken van het gasnet niet erg ambitieus is. “Volgens mij moeten we binnen twintig jaar wel zover kunnen zijn.”

 

Verandering door energietransitie

Hoe de installatiesector door de transitie gaat veranderen, is voor de verschillende bedrijven anders. Croonwolter&dros is de afgelopen jaren veel breder gaan opereren en door een fusie van de bedrijven Croon Elektrotechniek en Ingenieursbureau Wolter & Dros ook veel groter geworden. Jungbeker: “Wij hebben op installatiegebied nu alles in huis. Als een opdrachtgever kiest voor een slim gebouw met toegepaste sensortechnologie, komen ze toch al snel bij een groter bedrijf uit. Juist door de inzet van nieuwe technologie is het mogelijk om met duurzame energiebronnen een gebouw net zo comfortabel te maken als wanneer er gas wordt gebruikt. We zien dat onze klanten dat ook steeds beter begrijpen en openstaan voor gasloze gebouwen waarin verschillende typen installaties comfort en veiligheid garanderen.”

Onderscheid tussen E- en W-installateurs

De directievoorzitter Utiliteit van Croonwolter&dros denkt niet dat het verschil tussen e- en w-installatie door de steeds verdergaande elektrificering aan het verdwijnen is. “Wij hebben beide disciplines in huis, maar dat betekent niet dat er geen onderscheid meer is tussen elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties.”

Van Dalen vindt e- en w-installatie juist ouderwetse termen en ziet graag dat zijn monteurs beide disciplines beheersen. “In 1947 is meneer Feenstra begonnen als w-installateur, maar inmiddels doen we veel meer. Onze belangrijkste focus ligt niet op e- of w-, maar op de bestaande gebouwde omgeving. Onze monteurs zijn er voor de bewoners. Ze verzorgen het onderhoud voor alle techniek in en om het huis of het nou zonnepanelen, de warmte-installatie, beveiligingssystemen of thermostaten zijn.”

 

Meet- en regeltechniek en ICT belangrijker

Naast de verschuivingen binnen de installatiesector ziet Schilt dat ICT een steeds grotere rol gaat spelen. “Regeltechniek en monitoring worden steeds belangrijker, omdat vraag en aanbod van elektriciteit veel beter op elkaar afgestemd moeten worden. Dit punt wordt nog vaak onderschat. Het grootste gedeelte van het disfunctioneren van de installaties komt door niet goed werkende meet- en regeltechniek en ICT. Daar kunnen installatiebedrijven op inspelen door ICT-ers een prominentere rol te laten spelen. Veelal is de projectleider van de installateur iemand met een W-achtergrond en zijn de elektra en ICT volgend. Dat zou andersom moeten. Daar kunnen installatiebedrijven op inspelen door ICT-ers in huis te halen of op te leiden.”

 

Data helpen bij gebouwbeheer

Croonwolter&dros heeft al jaren een ICT-afdeling in huis, vertelt Jungbeker. “Wat je in de hele maatschappij ziet, zie je ook in onze sector. Er komt steeds meer data beschikbaar. Wij zijn bezig om van deze data informatie te maken waarmee we ons werk beter kunnen doen. Nu krijgen we bijvoorbeeld een signaal binnen dat het klimaat in bepaalde ruimtes niet optimaal is en sturen we daar een monteur op af. In de toekomst zouden we graag willen dat we uit al die verschillende data patronen herkennen die helpen bij het optimaal inregelen van een gebouw en storingen daadwerkelijk helpen voorkomen. Data helpen ons gebouwen op afstand te beheren”, besluit hij.

 

Lees ook:

Is de cv-ketel passé ?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels