artikel

Uneto-VNI over erkende installateur: “uitstel is geen afstel”

Installatiebranche

De certificeringsregeling voor cv-installateurs werd in december opnieuw uitgesteld, maar dat betekent volgen vakspecialist klimaattechniek Fred Vos van Uneto-VNI geenszins afstel. Wat vooral belangrijk is, meent Vos, is dat er weer een gelijk speelveld voor installateurs komt. “Als het wettelijk geregeld is, moet iedereen aan dezelfde eisen voldoen.”

Uneto-VNI over erkende installateur: “uitstel is geen afstel”

Tekst: Joop van Vlerken; beeld: Uneto-VNI

 

“Door de certificeringsregeling wordt voorkomen dat iemand zonder papieren of kennis cv-installaties plaatst of onderhoudt. Want het beroep van installatiemonteur is nu feitelijk een vrij beroep. Iedereen die dat wil, jij of ik of het klusbedrijf om de hoek, mag aan ketelonderhoud doen.” Daarom werkt de overheid momenteel aan een nieuw certificeringsstelstel legt Fred Vos, vakspecialist klimaattechniek bij Uneto VNI, uit.

 

Koolmonoxiderapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

De certificeringsreling voor cv-installateurs is het directe gevolg van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit november 2015. Hierin werden de gevolgen van koolmonoxidevergiftiging in kaart gebracht.  Volgens de Onderzoeksraad bleek dat de huidige kwaliteitsregelingen de veiligheid van cv-installaties onvoldoende garanderen.

 

Wettelijke erkenningsregeling installatiebedrijven

Meteen na het uitkomen van het rapport stelde Uneto-VNI zich achter de aanbeveling van de Onderzoeksraad om te komen tot een wettelijke erkenningsregeling voor installatiebedrijven die cv-ketels plaatsen en onderhouden. “De regeling moet meer zekerheid bieden over de gehele installatie. Alle onderdelen daarvan moeten voldoen aan de vereisten, dat is inclusief rookgas- en luchtafvoeren en de cv-ketel zelf. Wat ons betreft worden daar ook de gasleidingen en de plaatsing van de koolmonoxidemeter aan toegevoegd. Dat staat nu niet in de plannen voor de regeling, maar het zou wel logisch zijn. Als de installateur toch aan de slag is, kan hij deze aspecten net zo goed meenemen.”

 

Uitstel van invoering certificeringsregeling

Uneto-VNI pleit nu dus ruim twee jaar voor het invoeren van een certificeringsregeling voor cv-installateurs. De regeling zou eigenlijk per 1 januari 2019 ingevoerd worden, maar in december kondigde minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan dat ze de regeling pas vanaf halverwege 2019 kan invoeren. Wel is het wetsvoorstel in januari via een internetconsultatie openbaar gemaakt.

 

Haalbaarheid en kosten regeling

Vos: “Het ministerie heeft blijkbaar nog wat meer tijd nodig. Er vindt op dit moment uitgebreid onderzoek plaats naar de haalbaarheid en de kosten van de regeling. Wij hebben al bij het ministerie duidelijk gemaakt dat onze achterban grote behoefte heeft aan duidelijkheid. Het heeft ook wel het een en ander te betekenen. Er moet bijvoorbeeld een onafhankelijke commissie komen die de erkenningsregeling uitvoert en controleert.”

 

Uitstel is geen afstel

Vos benadrukt dat het om uitstel, maar zeker niet om afstel van de regeling gaat. “De resultaten uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid waren heel duidelijk. Daar kan niemand omheen. De problemen met veiligheid zijn sindsdien niet veranderd. Daarom moet de regeling er echt komen.” De wetswijziging wordt na de internetconsultatie in het tweede kwartaal van 2018 aan de Tweede Kamer verzonden.

 

Gelijk speelveld voor installatiebedrijven

Tot 2007 was er overigens de Vestigingswet die de certificering van installatiebedrijven regelde. Die werd door de liberalisering van wetgeving afgeschaft. Iedereen mag dus vanaf 2007 een cv-ketel onderhouden of aansluiten.

Vos: “We hebben bij Uneto-VNI altijd gezegd dat dat geen goed idee was. Door het open te gooien kwam er een markt vrij voor gasinstallaties en -verbrandingstoestellen en kon iedereen die dat wilde deze gaan installeren en onderhouden. Na het loslaten van de wettelijke certificering is er wel privaatrechtelijke certificering voor in de plaats gekomen, zoals KViNL die nu kwaliteitsborging binnen de installatiesector regelt. Maar dat is niet verplicht waardoor er nog steeds heel veel bedrijven zijn die niet aan de voorwaarden voor deze kwaliteitsborging kunnen of willen voldoen. Daarom zijn we ook voor een wettelijke certificeringsregeling, zodat je weer kunt spreken van gelijke monniken, gelijke kappen. Als het wettelijk geregeld is, moet iedereen aan dezelfde eisen voldoen, waardoor een gelijk speelveld ontstaat.”

 

Controle op regeling noodzakelijk

Vos wijst erop dat het succes van een nieuwe regeling afhankelijk is van controle. Wie dat precies gaat doen is volgens Vos nog niet vastgesteld, maar hij noemt de certificerende instellingen en gemeenten als mogelijke controlerende instanties. “Maar dat er gecontroleerd moet worden is zeker, anders is het een wassen neus. De overheid kan ervoor zorgen dat gemeenten en certificerende instellingen voldoende ruimte krijgen om ook daadwerkelijk te controleren of de certificeringseisen ook nageleefd worden.”

 

Kaderregeling met beoordelingsrichtlijnen

De nieuwe regeling wordt na invoering onderdeel van het Bouwbesluit 2012 en schrijft geen exacte werkwijze voor. Dit betekent dat de installatiesector binnen de randvoorwaarden zelf beoordelingsrichtlijnen mag ontwikkelen. “Het wordt een kaderregeling die uitgevoerd wordt door een onafhankelijke organisatie. En bedrijven die aan de eisen voldoen worden herkenbaar via een logo, zodat de eindklant ook kan zien hij met een betrouwbare partij in zee gaat.”

 

Oude certificaten niet waardeloos

Het zou volgens Vos best kunnen dat een organisatie als KvINL straks de regeling uit gaat voeren. “Het is daarom ook niet zo dat de certificaten die bedrijven nu al vrijwillig behaald hebben per definitie waardeloos worden. Bedrijven die al in vergaande mate gediplomeerd of gecertificeerd zijn, moeten hooguit wat bijspijkeren om aan de nieuwe certificeringseisen te voldoen.”

 

Praktijktoets voor monteurs

Misschien nog de grootste verandering in de voorstellen voor de nieuwe regeling, is dat er niet alleen meer eisen gesteld worden aan de bedrijven die de werkzaamheden uitvoeren, maar ook aan de monteurs. “Dat betekent dus dat iedereen die aan een installatie werkt, gecertificeerd moet zijn. Naar verwachting zal men via een praktijktoets de vereiste kennis moeten aantonen. Dat geldt voor alle werknemers van installatiebedrijven, maar dus ook voor de zzp-ers en eenmanszaken.”

 

Kosten voor opleiding en certificering

Voor die laatste categorie betekent het dat ze flink moeten investeren in het behalen van deze certificering. Volgens Vos is het uitgangspunt van Uneto-VNI dat de het behalen van de certificering ook voor zzp-ers en eenmanszaken betaalbaar moet zijn. “Maar ik zal zeker niet ontkennen dat dit geld en inspanning gaat kosten. En bedrijven voor wie cv-onderhoud geen primaire inkomstenbron is, zullen afwegen hoeveel geld ze ermee verdienen tegenover de kosten voor opleiding en certificering.”

 

Goed voor imago installateurs

Vos verwacht niet dat door de invoer van de regeling het personeelstekort in de installatiesector nog groter wordt. “Ik denk juist dat het een positief effect zal hebben op het imago van het vak, zodat meer mensen voor de opleiding gaan kiezen en er dus uiteindelijk meer installateurs bij komen”, besluit hij.

Reageer op dit artikel