artikel

Thialf duurzaamste ijsstadion van Nederland

Installatiebranche

IJsstadion Thialf is straks niet alleen de snelste laaglandbaan, maar ook de duurzaamste. De nieuwe ijsmachines draaien alweer volop en leveren warmte aan 60 km vloerverwarmingsleidingen. De driehonderd knoppen waar ijsmeester Beert Boomsma aan kan draaien om het ijs supersnel te houden zijn fors verminderd.

Thialf duurzaamste ijsstadion van Nederland

Tekst Richard Mooi

Het is deze winter even rust voor het bouwteam van Thialf, de bekendste Nederlandse schaatsbaan in het Friese Heerenveen. Fase 1 van de ‘vernieuwbouw’ van Thialf is afgerond en na dit winterseizoen start fase 2. Maar tussendoor zijn de vergrote schaatsbanen volop in gebruik en is de wedstrijdbaan van 400 meter het toneel van belangrijke wedstrijden en misschien wel nieuwe records.

Want ijsmeester Beert Boomsma en hoofd technische dienst, houdt rekening met nog snellere tijden, hoewel geen drastische. “Enkele tienden van een seconde,” voorspelt de populaire ijsmeester die wordt geroemd om de vaak snelle ijsvloer. Het geheim van de smid verklapt Boomsma niet; wel maakt hij duidelijk dat het een kwestie is van voortdurend finetunen van de vriesleidingen onder de ijsvloer. En het toevoegen van de juiste ingrediënten aan het zelf gewonnen bronwater waarmee die snelle ijsvloer wordt gecreëerd. Tijdens belangrijke schaatswedstrijden had de ijsmeester in de oude hal maar liefst 300 knoppen om aan te draaien. “Een bijna niet te beheersen proces.”

Zo stuurde hij de koude gemaakt door maar liefst 24 koelmachines de vloer in waar deze het hardst nodig was. Tegelijkertijd moest de hoofdtechnicus van Thialf ook de luchtcondities in de gaten houden. Vochtige lucht is de grootste vijand van het ijs. Vocht dat de 10.000 bezoekers uitademen, en dat bij regenachtig ook verdampt uit de kleding en jassen van bezoekers en de luchtvochtigheid drastisch kan laten stijgen. De luchtbehandelingskasten die pas in 2007 werden voorzien van ontvochtigers konden die natte lucht onmogelijk in korte tijd afvoeren. “We hebben onder bizarre omstandigheden ijs gemaakt.” En dus was het alle hens aan dek om de ijsvloer desondanks in goede conditie te houden. “Het is een puzzeltje dat in elkaar moet passen.”

Nog sneller?

De luchtkwaliteit moest dus drastisch verbeteren. Het was zowat het belangrijkste uitgangspunt in het programma van eisen dat de leiding van Thialf opstelde en samen met het bouwteam verder vorm gaf. Dat de luchtkwaliteit moeilijk beheersbaar was, zat ‘m ook in de ronding van het dak. Hoog in het midden van de hal om laag af te lopen naar de zijkanten. Juist de plaats waar de tribunes zijn. Het gevolg was dat de warme CO-rijke lucht al snel in het middengedeelte terecht kwam en de topsporters verhoogde CO-gehaltes in ademden.

Nog wonderbaarlijk dat er ondanks deze haken en ogen snelle tijden zijn gerealiseerd in Thialf. Het nieuwe dak van Thialf krijgt daarom juist een tegenovergestelde ronding. Lager in het midden en omhoog lopend naar de zijkant. De warme lucht van de enthousiaste bezoekers kan nu opstijgen. “We hebben nu een buffer.” Met nieuwe pompen zijn energiestromen beter geclusterd waardoor het aantal ‘knoppen’ verminderde tot zo’n 20 op wedstrijddagen.

Of het ijs nog sneller kan? Boomsma waagt dat te betwijfelen. Wel verwacht hij stabieler ijs op de wedstrijdbaan die nu al de snelste is van alle laaglandschaatshallen ter wereld. En stabieler ijs is weer gunstiger voor rijders aan het einde van een bepaalde afstand. “En aan het einde komen altijd de snelste rijders aan de start.”

Tussenfase

Deze winter zit Thialf nog in een tussenfase. In maart ging fase 1 van start en werd de hal grotendeels gestript. Alle apparatuur, leidingen en bekabeling zijn vervangen. Ook de nieuwe luchtbehandelingskasten, met goede ontvochtigers en warmteterugwinning, zijn al geplaatst, maar de oude inblaas- en afzuigkanalen blijven deze winter nog in gebruik. Dat komt doordat het oude dak eigenlijk nog gewoon blijft staan. De nieuwe hal is er eigenlijk overheen gebouwd.

Dat het oude dak deze zomer tijdens de verbouw bleef staan, had te maken met de veiligheid, vertelt Boomsma. Het oude dak fungeerde als veiligheidsbuffer tussen de werkzaamheden aan het nieuwe dak, en de tientallen monteurs en technici op de vloer. Eerst het dak vervangen en dan pas de techniek aanpakken zou een jaar duren. Dan zouden de deuren van Thialf deze winter gesloten blijven. In fase 2 die na deze winter begint, wordt het oude dak verwijderd en pas dan kunnen de luchtbuffers boven de tribunes worden benut.

Deze winter moet Boomsma zich nog behelpen met het oude ventilatiesysteem. Alhoewel, één belangrijke verbeterslag kan hij al maken. Vanaf de schaatsbaan blaast laag vanuit de vloer ventilatielucht het publiek in. Om de tachtig centimeter is er een luchtopening die direct vanaf de rand van de schaatsbaan de lucht richting de turbines dirigeert. In totaal zijn rondom de 400 meter lange baan in een cirkelvormig ventilatiekanaal meer dan 500 luchtopening aangebracht, waarin stuk voor stuk een regelbare klep is geplaatst. Het doel: “We creëren een luchtgordijn over de tribune. Boven het ijs krijg je nu een apart klimaat.” Op die manier voorkomt Thialf dat vieze lucht  met een hoog CO-percentage vanaf de tribune de schaatsers bereikt.

Warmteterugwinning

Het begrip duurzaam in combinatie met koelmachines betekent niet alleen een minder energiegebruik, maar ook een milieuvriendelijker koudemiddel. Werd vanaf 2001 gekozen voor het synthetische freon (R404a) dat bij ontsnapping een relatief zware milieubelasting heeft, voortaan werken de vier chillers met Grasso-compressoren met ammoniak. Ammoniak is een natuurlijk en energiezuinig koudemiddel, maar heeft als eigenschap dat het giftig is. Het agressieve ammoniak blijft om die reden alleen in de machinekamer en komt niet in de schaatshal terecht, verzekert Boomsma.

Warmtewisselaars geven de vrieskoude over op freezium, een soort antivries dat nu door de leidingen in de ijsvloer stroomt. Vanuit een onderstation in de kelder van het gebouw pompen acht reusachtige circulatiepompen het koelmiddel door de stalen buizen in de ijsvloer. Nog een enorme duurzaamheidslag wordt gemaakt door de warmte van de vriesmachines niet meer weg te blazen in de buitenlucht, maar om te gebruiken om het complete gebouw te verwarmen. Restwarmtebenutting is nu in optima forma uitgevoerd. De koelmachines fungeren eigenlijk als warmtepomp en de grote hoeveelheid laagtemperatuurwarmte verdwijnt hoofdzakelijk in het uitgebreide stelsel van vloerverwarmingsleidingen. “Zo’n 60 kilometer,” geeft de ijsmeester aan.

In het nieuwe Thialf is nu overal laagtemperatuurwarmte uitgelegd. Vloerverwarming in de kleedkamers, vloerverwarming in de kantoren, vloerverwarming in het restaurant én vloerverwarming in het hart van de schaatshal. Want ook in het middengedeelte van de wedstrijdbaan zijn kilometerslange slangen gelegd om het de topsporters naar de zin te maken. Het benutten van de gratis restwarmte van de koelmachines levert een gigantische energiebesparing op. De aardgasleiding is zelfs weggehaald.

“Vroeger gebruikten we 800.000 m gas.” Bij langdurige vorstperiodes hoeven de koelmachines minder fors te werken, en is er minder restwarmte beschikbaar. Om dan over voldoende warmte te kunnen beschikken staat een warmtepomp opgesteld die is gekoppeld aan een wko-systeem. En dat is weer nieuw voor de TD van Thialf. “De bron moet in balans en dat is nog een uitdaging.” Dat gebeurt bijvoorbeeld met de warmte die bij het maken van zomerijs wordt opgeslagen in de bodem.

De aangrenzende ijshockeyhal, eigendom van de gemeente Heerenveen, blijft voorlopig bij de verbouwing buitenschot. Wel zijn de oude vriesmachines afgekoppeld en verbonden met de nieuwe installatie. De warmtesecties in de luchtbehandelingskasten zijn aangepast aan lagetemperatuurwarmte.

XL Installatiefeiten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels