artikel

Energiezuiniger, maar ook veel slimmer

Installatiebranche

Het Havenspoorpad in Rotterdam is een fietspad van ongeveer zes kilometer lang dat loopt over de oude Havenspoorlijn. ’s Avonds en ’s nachts verlichten 185 lichtmasten het pad. In de oude situatie brandden deze lichtmasten in totaal 4.000 uur per jaar – ook ’s nachts wanneer het fietspad nauwelijks werd gebruikt. Het kon met andere woorden veel energiezuiniger, maar ook veel slimmer.

Energiezuiniger, maar ook veel slimmer

Door Evi Husson

De situatie op het Havenspoorpad in Rotterdam is sinds januari dit jaar veranderd. De lichtmasten zijn voorzien van een dynamisch systeem met ledverlichting dat standaard op tien procent van haar capaciteit brandt. Komt een voetganger of fietser voorbij, dan schakelen drie masten vóór en drie masten na de voorbijganger op tot honderd procent, goed voor een energiebesparing van tachtig procent. Het lichtsysteem beweegt als het ware mee met de gebruiker van het fietspad.
Maar er is meer. Niet één maar welgeteld vijf leveranciers droegen uiteindelijk bij aan de nieuwe verlichting en het daaraan gekoppelde telemanagementsysteem, een centraal managementsysteem voor beheer op afstand. Waarom meerdere? Om zoveel mogelijk fabrikanten ervaring te laten opdoen met een nieuwe communicatiestandaard, genaamd het ALiS-protocol. ALiS staat voor ASTRIN Lighting interoperability Standard. Het is een protocol dat een einde moet maken aan de wildgroei van softwaresystemen in openbare verlichting. Gertjan Eg, directeur van de ALiS-foundation geeft uitleg. ‘Een zestal jaar geleden ontstond de urgentie om te zorgen voor een continuïteit in de markt van dynamische openbare verlichtingssystemen. Tot voor kort schreven lichtfabrikanten in op openbare verlichtingsprojecten waarbij iedere fabrikant zijn eigen softwarepakket of een algemeen pakket had, waarmee het openbare verlichtingsproject kon worden bestuurd. Dit had tot gevolg dat bij iedere nieuwe aanbesteding de beheerders met nieuwe softwareprogramma’s en inlogsystemen moesten werken zodra het project aan een andere partij werd toegekend. Overschakelen naar een andere leverancier had meteen consequenties voor het beheerssysteem wat vaak leidde tot hoge kosten. Het ALiS-protocol maakt hier een einde aan.’

Voorwaarden

Tijd dus voor een standaard. Eg: ‘We wilden toe naar een situatie waarin verschillende softwarepakketten die aan openbare verlichtingssystemen zijn gekoppeld, met één programma kunnen worden aangestuurd. Het protocol werkt als een soort schil om de systemen heen waardoor beheerders maar met één systeem te maken hebben, ongeacht de hoeveelheid lichtsystemen of fabrikanten waarmee wordt gewerkt.’

Samenwerking

Ongeveer anderhalf jaar geleden hoorde de gemeente Rotterdam over het ALiS-protocol en was meteen enthousiast. Peter Wijnands, beheerder van de openbare verlichting en projectleider van de gemeente Rotterdam licht toe. ‘In 2020 moeten we volgens het SER-energieakkoord twintig procent energiebesparing genereren ten opzicht van 2013. In 2030 is dit vijftig procent terwijl een groot deel van de verlichting smart moet zijn. Deze doelstellingen zijn helder, maar de middelen om deze doelstellingen te bereiken, vult elke gemeente zelf in. Een standaardprotocol waardoor we minder afhankelijk zijn van één leverancier lijkt ons naast andere maatregelen een grote stap voorwaarts om  de doelstellingen te behalen en een innovatieve smart city te worden.

Consensus

Een belangrijke stap om te komen tot een werkend protocol was het bereiken van een consensus met diverse fabrikanten en toeleveranciers over waaraan het protocol zou moeten voldoen. Eg: ‘Het systeem moest laagdrempelig en eenvoudig van structuur zijn en een kleine CO-footprint hebben. Daarnaast moesten basisfunctionaliteiten goed gedocumenteerd zijn en geïmplementeerd worden in een onafhankelijke programmeertaal. En tot slot moest een consensus worden bereikt over het koppelvlak en de aansturingscommando’s.’
Eenmaal de basisstructuur was bepaald, kon de volgende fase beginnen. Eg: ‘Rotterdam heeft een open oproep gedaan voor dit innovatieproject. Iedereen die als fabrikant in Nederland bezig is met het leveren van openbare verlichtingssystemen, kon zich aanmelden. Sommigen partijen haakten na de inlichtingsronde af om verschillende redenen. Het systeem wordt in de pilot bijvoorbeeld gekoppeld aan bewegingssensoren, wat niet alle bedrijven konden realiseren. Daarnaast wordt gecommuniceerd via radiofrequentieverbindingen. Sommige bedrijven hebben apparatuur die alleen communiceert via powerline communicatie, maar dat was voor dit project evenmin aan de orde. Uiteindelijk begonnen zeven leveranciers met de verdere ontwikkeling van het project. Dit leidde ertoe dat in eind 2014 vijf fabrikanten – twee zijn in de ontwikkelperiode door andere prioriteiten afgehaakt – een systeem klaar hadden om te testen op het Havenspoorpad. Begin januari dit jaar was het nieuwe Havenspoorpad een feit’, aldus Eg.

Kinderziektes

‘Pas vanuit de praktijk merk je of alles op z’n plek valt’, gaat Wijnands verder. De kinderziektes moesten er nog uit. ‘Het protocol an sich functioneerde goed. De leveranciers konden probleemloos de hardware plaatsen en deze koppelen aan het beheerssysteem met daartussen het protocol. Echter, het samenwerken van de systemen met elkaar liep in het begin niet vlot. De reden? Verschillende leveranciers interpreteerden de commando’s soms op een andere manier waardoor het geheel niet meer werkte.’ Wijnands geeft een voorbeeld. ‘Op het Havenspoorpad passen we detectie toe. Als een fietser langskomt, wordt dit gedetecteerd en gaat het licht naar vol vermogen. Dan moet een bestaand commando tijdelijk worden overschreven en later moet het oorspronkelijke commando weer actief worden. Hoe dat precies in zijn werk gaat, werd door verschillende leveranciers anders uitgeschreven wat voor problemen zorgde. Dit is in een nieuwe versie van het protocol verder uitgewerkt.’

Nieuwe versie

Ook het loggen van data is aan een nieuwe versie toegevoegd, net als een verfijning van het aansturen van sensortechnieken vervolgt Eg: ‘Deze functionaliteiten zijn inmiddels in versie 1.2  geïmplementeerd. Deze nieuwe versie voorziet wellicht voor 99 procent in de behoefte van alle beheerders wat betreft communicatie. Hij is dit najaar in het Havenspoorpad geïmplementeerd.’
‘Nu kunnen we echt gaan testen’, geeft Wijnands aan. ‘Denk daarbij aan testen op storingen zoals een draadje uit een armatuur halen om na te gaan of dit in het systeem het juiste signaal genereert. Daarnaast krijgen alle leveranciers de mogelijkheid om met hun beheerssoftware te testen op alle armaturen op het Havenspoorpad, ook die van andere leveranciers. Dat wordt ook weer spannend hoe dit zal werken.’

Data

De nieuwe versie biedt ook de mogelijkheid om van de verschillende systemen de logdata uit te lezen. Wijnands: ‘Dit maakt het project nóg interessanter. We kunnen met de leveranciers afspreken wat we exact van hen willen weten zodat we niet alleen het energieverbruik goed kunnen monitoren, maar daarbij ook een goede vergelijking kunnen maken. Zijn er afwijkingen in de metingen tussen de verschillende betrokkenen en wat is de oorzaak daarvan? Rijden er bijvoorbeeld op een bepaald gedeelte meer fietsers? Zijn de detectiemomenten gelijk? Schakelen de lichtbronnen op eenzelfde manier op naar een hogere capaciteit? Ik ben erg benieuwd naar het vervolgtraject.’

Internationaal

Zowel Eg als Wijnands hebben veel vertrouwen in de verdere uitrol van het protocol. Wijnands: ‘Waar de verschillende fabrikanten in het begin nog terughoudend kennis met elkaar deelden, groeide het vertrouwen en de openheid naarmate het project vorderde omdat iedereen merkte dat het een belangrijk project is voor de toekomst waar iedereen baat bij heeft. Dit heeft er mede voor gezorgd dat er nu een protocol klaar ligt dat voor veel partijen zal werken.’
De gemeente Rotterdam heeft alvast een leverancier een opdracht gegeven om bij ander project met het protocol te werken. ‘Ook al is de tweede testfase nog niet afgerond, hierop wachten was voor ons geen optie. We willen namelijk snel stappen maken om te komen tot een smart city.’
De interesse vanuit fabrikanten en beheerders (Nederland én België) groeit. Een tiental bedrijven heeft alvast aangegeven om de nieuwe versie van het protocol in hun systemen te implementeren. Eg besluit: ‘Dankzij het protocol kan er weer een vrije, maar ook innovatieve markt ontstaan in de openbare verlichtingssystemen, zowel aan de hardware als softwarekant.’

Betrokken leveranciers

De vijf leveranciers die meewerkten aan de pilot Havenspoorpad zijn:
– Elspec
– Luminext
– Philips
– Tvilight
– Ziut

Zij leverden een telemanagementsysteem waarmee individuele lichtmasten op afstand kunnen worden aangestuurd en gemonitord vanuit één beheeromgeving. De geleverde systemen werden ook gekeurd door een onafhankelijke auditor, aan de hand van een door ALiS opgesteld testprotocol. De leveranciers ontvingen hiervoor een certificaat.Het bedrijf Maiken is later aangehaakt en er volgen er nog twee.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels