artikel

NOM-keur vraagt meer verantwoordelijkheid van installateur

energie

Voor moderne woningen gelden steeds strengere eisen, zeker voor de installaties. Installateurs krijgen bijvoorbeeld te maken met woningen die moeten voldoen aan het NOM-keur. Dit keurmerk houdt onder meer in dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de prestaties van de installaties, ook na oplevering van de woning.

NOM-keur vraagt meer verantwoordelijkheid van installateur
Samen met Hegeman Bouwgroep realiseerde Löwik Installatietechniek het NOM-appartementenconcept met NOM-keur bij 34 appartementen van woningcorporatie Mitros op het Veemarktterrein in Utrecht.

Tekst: Joop van Vlerken

“Installatiebedrijven zijn niet de meest aangewezen clubs om zaken mee te doen als het gaat om het NOM-keur. Het gaat juist om het totaalplaatje, dus heb je meestal te maken met aannemers die een totaalpropositie aanbieden.” Zo legt Sjoerd Klijn Velderman van de Stroomversnelling uit waarom installateurs vaker indirect dan direct met het NOM-keur te maken hebben.

 

Keurmerk voor energiegebruik en comfort

Volgens Klijn Velderman betekent het NOM-keur vooral dat bewoners krijgen wat ze beloofd is. Dat geldt zowel voor het energiegebruik als voor het comfort. Bij beide factoren kunnen installateurs een grote rol spelen denkt hij. “In het keurmerk wordt de samenhang van het geheel beoordeeld, comfort is daar een onderdeel van. Zo mag de inkomende ventilatielucht niet meer dan 5 graden verschillen met de binnentemperatuur en mag de installatie buiten de woning op een bepaalde afstand gemeten niet meer geluid maken dan 45 dBa. Dit soort zaken zijn juist heel relevant binnen het NOM-keur en moet door installateurs opgepakt worden.”

 

Kwaliteit NOM-woningen borgen

NOM-keur moet de kwaliteit van Nul-Op-de-Meter-woningen borgen in zowel nieuwbouw als renovatie. Daarvoor moet het bouwconcept voldoen aan hoge eisen op het gebied van technische specificaties, kwaliteitsborging, documentatie, prestatiemetingen en de ervaringen van de eindgebruiker. Het NOM-keur legt prestatieafspraken tussen de woningeigenaar en de bouwer vast. De afspraken gelden niet alleen in de fase voor oplevering. Ook tijdens de uitvoering en gedurende de levensduur van de woning worden de eisen gecontroleerd.

 

Prestatiegarantie van de installatie

Klijn Velderman: “Installatiebedrijven kunnen eigenlijk geen NOM-keur krijgen, omdat het om het totaalplaatje van de woning gaat. Maar ze zijn wel steeds vaker onderdeel van een vast bouwconcept waarin verschillende co-makers samenwerken. Ze zijn in die concepten zelf verantwoordelijk voor de prestatiegarantie van de installaties. Iedereen weet dat de kwaliteit van de gebouwschil zeer bepalend is voor het rendement en levensduur van een installatie. Door de borging van deze gebouwschil is het installatierendement ook veel voorspelbaarder geworden. Daarmee hangt wel samen dat ze zowel het installatie-ontwerp als de aanleg en het onderhoud zelf doen, om de prestaties van de installaties te kunnen garanderen.”

 

Voortraject bouwproject belangrijker

In de lijst van bedrijven met een NOM-keur staan dan ook geen installatiebedrijven. Wel heeft Löwik Installatietechniek samen met Hegeman Bouwgroep het NOM-keur op propositie uitgereikt gekregen voor het NOM-appartementenconcept dat is toegepast bij 34 appartementen op het Veemarktterrein in Utrecht voor opdrachtgever woningcorporatie Mitros.

Volgens André Wilmink van Löwik Installatietechniek verandert de manier waarop er gebouwd wordt door het NOM-keur. “Het voortraject wordt veel belangrijker, ook voor de installatiesector. Je gaat niet pas nadenken over de installaties als de ruwbouw af is. Er zijn veel dingen die te belangrijk zijn om niet vooraf al te tackelen. De warmwaterleidingen moeten bijvoorbeeld zo kort mogelijk zijn en er mag geen weerstand zitten in de ventilatiekanalen. En je moet precies weten hoeveel warmte er nodig is voor de dimensionering van het warmtesysteem. Want dat mag zeker niet te groot zijn.”

 

Montage installatiekasten

Door de steeds strengere eisen, zoals die bijvoorbeeld in het NOM-keur gesteld worden, verandert de rol van de installateur, stelt Klijn Velderman. “Installaties die voldoen aan het NOM-keur vergen nogal wat expertise. De engineering is een uitdaging en iets dat je misschien niet van de gemiddelde installateur kunt verwachten. Daardoor zal de installateur op de bouwplaats zich steeds meer gaan bezighouden met de montage van installatiekasten. Je kunt dit als uitholling van het vak zien, maar kozijnen komen al heel lang de fabriek uitrollen zonder dat er nog een timmerman aan te pas komt. In deze fase bevindt de installatiesector zich. Dat kun je als bedreiging zien, maar het is ook een kans.”

Voor innovatieve installatiebedrijven ligt er juist een kans om zich binnen het bouwproces breder te profileren, denkt Wilmink. “Je denkt als installateur heel goed mee over het hele bouwproces. Dat kunnen ook bouwkundige aspecten zijn, zoals de afmetingen van de ramen en luchtdicht bouwen.”

 

Monitoring energieprestatie

Als een woningcorporatie een energieprestatievergoeding (EPV) vraagt voor een woning is daarvoor nodig dat de woning gemonitord wordt op de energieprestatie. Klijn Velderman: “Installateurs zijn niet bekend met dit soort eisen. En bouwers vinden in veel gevallen een label B-renovatie al heel wat. Als je dan moet voldoen aan de eisen voor de EPV, lukt dat niet. Installateurs zijn ook te veel bezig met het binnenslepen van projecten, in plaats van dat ze zich bekommeren om wat bewoners willen.”

Wilmink bevestigt dat het werken met een NOM-keur niet voor alle installateurs weggelegd is. “Je krijgt te maken met monitoring en daar moet je ook wat mee. Als een bewoner te veel energie verbruikt, wordt dit teruggekoppeld aan de woningcorporatie. Als dan blijkt dat je als installateur iets niet goed gedaan hebt, moet je het zelf corrigeren.”

 

Prefabricage installatiekasten

Systeembouw moet gaan voorzien in de grote woningvraag van dit moment, denkt Klijn Velderman. De vraag is of daar ook nog gespecialiseerde vakmensen zoals installateurs voor nodig zijn. “In de jaren zestig werden de systeemwoningen in elkaar gezet door plaggenstekers uit het oosten van het land. Nu is iets vergelijkbaars aan de gang. In de prefabricage van installatiekasten werken genoeg mensen zonder installatie-opleiding. Die kasten zitten zo eenvoudig in elkaar dat bijna iedereen ze in elkaar kan zetten. Dat is ook nodig want er is een tekort aan gekwalificeerde vakmensen, zoals installatiemonteurs. Dit is alleen op te lossen met prefab.”

Wilmink erkent dat standaardisatie belangrijk is. “Ook wij maken installatiekasten in de fabriek. In de appartementen op het Veemarktterrein is 40% van de installaties dan ook geprefabriceerd. Als die geplaatst zijn, is het alleen nog een kwestie van de leidingen aansluiten.”

 

Administratieve last

Nu is het aantal aanbieders met een NOM-keur nog laag, erkent Klijn Velderman. “Dat moeten er ten gevolge van de vraag van corporaties snel meer worden. Nu zijn het er elf, maar ik verwacht dat er komend jaar ongeveer tien tot twaalf nieuwe partijen bijkomen.”

Wilmink plaatst nog wel een opmerking bij het NOM-keur en de EPV. “Veel van de projecten die nu uitgevoerd zijn met NOM-keur, zijn nog pilots. Zoals ik het begrepen heb, is het voor woningcorporaties een behoorlijke administratieve last. Het biedt echter ook financiële kansen waarvan het zonde is om die te laten liggen en de techniek staat ten dienste van het comfort van de bewoner.”

 

 

Reageer op dit artikel