artikel

Energielabelsprong van E naar A voor flats uit jaren ‘60  

energie

Hoe kan een energieprestatieadvies zorgen voor energiebesparing en comfortverhoging? Erik Bek van Idea Nederland beschrijft hoe 216 woningen uit de jaren ‘60 van gemiddeld energielabel E naar label A gingen.  En hoe bovendien de comfortklachten van de bewoners werden verholpen. 

Energielabelsprong van E naar A voor flats uit jaren ‘60  

Tekst: Marion de Graaff, foto’s: IDEA Nederland 

Energieadviseurs Erik Bek en Michel Deelen hebben dagelijks met energielabels te maken. Hun bureau IDEA Nederland in Gorinchem werkt voor woningcorporaties, vastgoedeigenaren, vve’s en een enkele keer voor een particulier. 

Erik Bek: “We kregen een vraag van woningbouwcorporatie Trivire in Dordrecht. Ze wilden vier flats aan het Ooievaarplein en het Vinkplein in Zwijndrecht aanpakken. In totaal bestaan die flats uit 216 galerij- en etagewoningen. Dat kun je dan weer opdelen in allerlei woningtypen: twee-, drie- of vierkamerwoningen; gelegen boven de bergingen of juist op de bovenste woonlaag onder het dak; tussenwoningen, grenzend aan de zijgevel of grenzend aan een onverwarmde ruimte zoals een trappenhuis of liftschacht. Dat is belangrijk omdat naast de installaties ook de ligging, oriëntatie van het woongebouw en brutovloeroppervlak (bvo) de energie-index beïnvloeden.” 

 

Energieverbruik terugdringen en comfort verhogen 

De flats zijn uit de jaren ’60 en er waren in de loop van de jaren hier en daar wel wat maatregelen genomen om het energieverbruik terug te dringen en het wooncomfort te verhogen. Zo was het dak onlangs geïsoleerd, waren enkele spouwen gevuld met spouwmuurisolatie en is er in de jaren negentig dubbel glas geplaatst. Het openen en sluiten van ramen moest voor de nodige ventilatie in woonkamers en slaapkamers zorgen. Op elk dak stonden collectieve dakventilatoren die aangesloten waren op de schachten door de woningen, om de lucht uit badkamers, toiletten en keukens af te zuigen. Keukengeisers en elektrische boilers zorgden voor warm water. 

 

Collectieve warmtevoorziening 

Erik Bek: “Toch kregen we bij de eerste rondgang veel klachten te horen van bewoners over koude en tocht. De warmtevoorziening bleek collectief geregeld te zijn, compleet met een tijdschakelaar. Voor bewoners die avond- of nachtdiensten draaiden, betekende dat dat ze thuiskwamen in een koud huis en daar niets aan konden doen. En senioren die in de winter lange tijd in Spanje overwinterden, kregen nagenoeg dezelfde eindafrekening voor energie als de andere bewoners.” 

 

Van label E naar label A 

Na deze inventarisatie bepaalde IDEA voor 10% van de woningen de energie-index om een vertrekpunt te hebben. Erik: “Die liep voor de verschillende types uiteen, maar kwam gemiddeld op label E. De wens van de corporatie was om alle 216 woningen, ongeacht het type, op label A te krijgen. De woningen moesten dan zeker nog de komende dertig jaar geëxploiteerd kunnen worden. De woningbouwcorporatie had daarvoor een budget van 31.460,00 euro inclusief btw per woning.” 

 

De eerste stap: isoleren van de gebouwschil tot nieuwbouwwaarde.

Transitie naar andere energiebron 

“Nog een verzoek van de woningbouwcorporatie was om rekening te houden met een mogelijke transitie naar een andere energiebron in de toekomst. Er zijn namelijk in de regio Drechtsteden plannen om restwarmte van de HVC, de afvalverbrandingscentrale in Dordrecht, te gaan gebruiken. De corporatie was tot slot van mening dat het om die reden goed zou zijn om de verwarming collectief te houden.” 

HR++ glas was het hoogst haalbare.

 

Isoleren van de gebouwschil 

“Met al die wensen, cijfers, bedragen en voorkeuren zijn wij aan de gang gegaan”, vertelt Erik Bek. ‘We hebben dat uitgewerkt tot een basispakket met maatregelen, waarbij het nemen van energievraagbeperkende maatregelen altijd het uitgangspunt is. Dat betekent het isoleren van de schil, dus gevels (na)-isoleren, plaatsen van HR++ ramen, de voordeur isoleren, goede kierdichting, dak en vloer beter isoleren. Het dak was al gedaan, maar het was nog wel nodig om de kopgevels van de flats te isoleren, liefst gelijk op de huidige nieuwbouwwaarde, namelijk isolatiewaarde Rc6. De spouwen werden nageïsoleerd. De kozijnen bleven zitten. Daardoor was het niet mogelijk om voor triple glas te kiezen en was HR++ glas het hoogst haalbare. De draaiende delen werden daarbij wel vervangen vanwege de kierdichting.  De panelen onder de ramen zijn eraf gehaald, de ruimte erachter werd opgevuld met isolatie en daarna zijn de panelen netjes teruggeplaatst.” 

 

Aanpassingen verwarming en ventilatie 

“De verwarming in het basispakket hebben we ingevuld door het collectieve systeem in principe zo te laten, weer met HR107-toestellen. De aanwezige geisers zijn overal vervangen door elektrische boilers om eventueel later naar all-electric te kunnen. Verder hebben we ook vraaggestuurd ventileren opgenomen, en dat door middel van zelfregelende raamroosters in combinatie met afzuiging op basis van CO2-en vochtsturing. Het probleem dat buren elkaars spruitjeslucht roken – en dat is ons tijdens de eerste rondgang letterlijk verteld – was daarmee ook verleden tijd.” 

 

Aanpassen verwarming en ventilatie.

Comfortklachten oplossen

En zo zag het basispakket er dus uit. Op zich was dat prima; met die maatregelen zouden alle woningen keurig op een label A uitkomen. “Maar”, stelt Erik, “daarmee zouden alle klachten van de bewoners over het comfort en de afrekening van de energiekosten nog niet opgelost zijn. En zouden hoogst waarschijnlijk nog steeds grote verschillen zijn in de afrekening van de bewoners, daar er gebruik gemaakt wordt van warmtekosten-verdelers. En thuiskomen na een late dienst zou nog steeds niet comfortabel zijn.” 

 

Cv-kast achter elke voordeur

“Daarom hebben we een en ander nog eens doorgerekend en op basis daarvan een aantal extra aanpassingen voorgesteld. Twee dingen kwamen daarbij mooi samen: de aanwezigheid van een zeer ruime hal achter de voordeuren van alle woningen én dat vizier op de toekomst, rekening houdend met het gebruik van restwarmte.”

“Dat bracht ons op het idee om achter elke voordeur een cv-kast te installeren, waarbij de kanalen voor de rookgasafvoer door de vloeren heen later gebruikt zouden kunnen worden voor de aanvoer van de restwarmte. Twee vliegen in één klap dus. Individueel verbruik en comfort voor de bewoners op de korte termijn, plus in een later stadium geen nieuw hak- en breekwerk met de nodige overlast en kosten. Dat vond de woningbouwcorporatie zo’n slimme move dat het uiteindelijk zo is uitgevoerd.” 

 

Cv-kast achter elke voordeur.

Cv-ketel wordt afleverset

“Al met al is het een omvangrijk project geweest”, concludeert Bek. “Met een mooi resultaat. De woningbouwcorporatie is tevreden, de bewoners zijn tevreden, en de flats kunnen weer jaren mee. Elke bewoner betaalt nu voor het gas dat en de stroom die hij/zij verbruikt. De cv-ketel is op termijn heel gemakkelijk te vervangen door een afleverset voor restwarmte met 70 graden aanvoer. De gasmeter zou dan ook worden vervangen door een Gigajoule-meter, de eenheid waarin energie wordt afgerekend.” 

 

Energielabel A

“Uiteindelijk is de gemiddelde energie-index 1.10 geworden, waarmee alle woningen een prachtig label A kregen. Zoiets is natuurlijk een flinke investering; aan de andere kant levert het ook veel op. Comfort is onbetaalbaar, maar de bewoners betalen veel minder aan energie, en de corporatie heeft voorlopig geen grote uitgaven meer. Dat is lekker concreet.” 

Reageer op dit artikel