artikel

‘CO2-emissie, daar moet het eigenlijk over gaan’

energie

Een portiekflat uit de jaren ’60 in De Bilt ging dankzij een grondige renovatie van energielabel F naar ‘nul-op-de-meter’. Welke installatietechnische ingrepen zorgen daarvoor? Chiel Boonstra, directeur/eigenaar van adviesbureau Trecodome, licht toe welke keuzes bij dit project gemaakt zijn.

‘CO2-emissie, daar moet het eigenlijk over gaan’
Gerenoveerde woningen Mr Samuel van Houtenweg in De Bilt.

Tekst: Betty Rombout

 

Woonstichting SSW gaf in 2016 een opdracht voor groot onderhoud aan 36 appartementen aan de Henrica van Erpweg en 28 appartementen aan de Mr Samuel van Houtenweg in De Bilt. Comfortabeler wonen en lage energielasten was het uitgangspunt. De Verduurzamers, een samenwerkingsverband van Heijmans, Talen Vastgoedonderhoud, agNOVA architecten en Trecodome, voerde de opdracht uit.

Het eerste deelproject ging van energielabel F naar A. Renoveren naar ‘Nul op de meter’ was voor deze appartementen helaas niet te realiseren, omdat het gebouw zeven woonlagen telt en de kosten ronduit te hoog lagen. Voor de portiekflat aan de Mr Samuel van Houtenweg lukte dat wel. Over dit laatste deelproject praten we met Chiel Boonstra, directeur/eigenaar van adviesbureau Trecodome. En wel in het bijzonder over de werktuigbouwkundige installaties, uitgevoerd door Van de Sluis Technische Bedrijven en Kooiker Installatie B.V.

 

Collectief verwarmingssysteem

“In de portiekflat aan de Mr Samuel van Houtenweg hebben we twee installatieruimtes gemaakt”, vertelt Chiel Boonstra. “De installaties per ruimte zijn aangesloten op elk veertien woningen. Bewust is gekozen voor een collectief systeem. Deze zijn energiezuiniger. Bovendien beperken we met deze keuze het ruimtebeslag in de woningen. Want zo groot zijn ze niet. Het aanknopingspunt op de installaties bevindt zich nu centraal bij de entree in elke woning. Van hieruit wordt de warmte verdeeld over de radiatoren op de gevels.”

Collectief wordt ook de elektrische energie van de zonnepanelen op het dak van de flat verzameld. “Per veertien woningen hebben we collectieve omvormers gemaakt. Voordeel is dat de woonlasten voor de bewoners hetzelfde blijven en niet gevoelig zijn voor een verandering in de salderingsregeling”, aldus Boonstra. Deze salderingsregeling zou in eerste instantie tot 2023 blijven bestaan. Gebruikers kunnen hierbij de opwekking van energie door zonnepanelen wegstrepen tegen het verbruik van energie. In het Regeerakkoord van nu staat deze regeling in 2020 vervangen wordt door een terugleversubsidie, een subsidie voor elke kWh die de zonnepanelen opbrengen.

 

Collectieve installatieruimte

Elke collectieve installatieruimte kent een bodemwarmtepomp. Voor de beide ruimtes is één bron gemaakt. Boonstra: “We hebben gekozen voor een dergelijke pomp omdat we juist in de winter een hoge COP-waarde wilden bereiken. In de markt zien we maar al te vaak dat mensen zich met een rekenkundig gemiddelde COP rijk rekenen. Tellen we een kort stookseizoen, een energiezuinig gebouw en lage buitentemperaturen bij elkaar op, dan is de COP van de meeste luchtwaterpompen zo laag dat het niet de moeite van investeren waard is. Gezien het feit dat wij vanuit de vraag naar all electric moesten, hebben we de beste keuze gemaakt: een bodemwarmtepomp. En ja, dit hielp ook mee om naar de collectiviteit te gaan. Individueel zo’n pomp aanleggen, dat doe je niet zomaar.”

Buffervat met warm water

De installatieruimtes hebben elk ook twee buffervaten waarin geproduceerde warmte – geproduceerd door in dit geval de warmtepomp – bewaard wordt tot deze nodig is. Boonstra: “Het water gaat in twee stappen omhoog. We hebben een buffervat met water van veertig graden. Hiermee wordt de ruimte verwarmd. In het tweede buffervat wordt het water opgekrikt naar zestig graden, bedoeld voor het collectieve warmwatersysteem. Dit gebeurt elektrisch. Het is echter beter om dit met een hr-ketel te doen, vinden wij. Dan krijg je een lagere CO2-emissie. Echter, de politieke spelregels verbieden dit. Terwijl de maatschappelijke keuze zou moeten zijn te kiezen voor de juiste bron op het juiste moment.”

 

Verwarming met brandstofcel

Ook is er een BlueGen geplaatst in de installatieruimtes, een microstroomgenerator die met behulp van keramische brandstofcellen aardgas omzet in stroom en warmte. De stroom (rendement 60% in tegenstelling tot 39% vanuit het elektriciteitsnet) is te gebruiken voor het gebouw of af te voeren naar het elektriciteitsnet. De restwarmte (rendement 30%) voor het produceren van warm water gaat naar de buffervaten. Chiel Boonstra: “Het is een heel efficiënte installatie. In de wintermaanden brengen zonnepanelen net voldoende energie op om een klein stukje van het huishoudelijk verbruik af te dekken. Maar niet voldoende om ook de warmtepomp op te laten draaien. Vaak zegt men duurzaam te zijn, maar dan wordt er toch nog een deel van de energie uit het elektriciteitsnet onttrokken. Met de BlueGen is dit niet nodig.”

Een van de ruimtes heeft ook nog een buffervat gekoppeld aan zonthermische collectoren. “Om de warmtapwaterbehoefte goed af te dekken”, legt Boonstra uit. “Helaas was er onvoldoende geld om dit ook in de andere ruimte te realiseren.”

 

Energiebesparende maatregelen

Naast de zonnepanelen en de installaties zijn er nog andere maatregelen genomen om de woningen energieneutraal te krijgen. De appartementen kennen drievoudig glas, een dik pak isolatie en balansventilatie. Warmte van vervuilde, afgevoerde lucht wordt gebruikt voor het opwarmen van nieuwe, verse lucht die naar binnen komt. Door deze ‘gerecyclede’ warmte gaat er bijna geen energie verloren. Geleiding zorg ervoor dat de in- en uitgaande lucht niet met elkaar vermengen. “Ook de portieken van de flats hebben deze ventilatie. Zo houden we ook daar de temperatuur vast en is de ruimte goed geventileerd”, aldus Boonstra.

 

CO2-emissie beperken

De woningen zullen naar verwachting – de metingen moeten het nog uitwijzen – ‘Nul-op-de-meter'(NOM) zijn. Boonstra: “Maar eigenlijk hebben we alles gedaan voor zo min mogelijk CO2-emissie. Daar worden de woningen uiteindelijk ook NOM door. Verschil is, NOM spreekt niet uit waar in de winter de stroom vandaan moet komen, met welk element. Als het maar nul is. Hiermee laten we veel nieuwe CO2-emissie liggen. De discussie zou hierover moeten gaan, wat De Verduurzamers betreft.”

Vakbeurs Renovatie

Ieder jaar is in de Brabanthallen in Den Bosch de beurs Renovatie. De vakbeurs richt zich op verbetering van bestaande woningen & utiliteitsgebouwen.

 

Meer lezen over renovatie en duurzaam verwarmen

Installateur spilfiguur bij verduurzaming bestaande woning

Renovatieconcept voor NOM-portiekwoning

Nul-op-de-meter-renovaties met een warmtepomp

‘Met open mind naar nul-op-de-meter’

‘CO2-emissie, daar moet het eigenlijk over gaan’

Duurzaam verwarmen kan ook in monument

Ook monumenten op termijn aardgasvrij

Cv-ketel eruit, hybride warmtepomp erin

Geen gasketel meer, maar wat dan wel

Reageer op dit artikel